Column

Een ontkoningde formatie levert ook verlies op

Hans GoslingaBeeld Foto: Jörgen Caris

Willem Drees schreef na zijn premierschap dat hij persoonlijk geen voorstander was van uitvoerige regeerakkoorden. Beter was het na verkiezingen op basis van de voorgeschiedenis en de politieke situatie van het moment na te gaan of samenwerking ‘mogelijk en verantwoord’ was.

Zou deze methode nu worden toegepast, dan zou het onderzoek van informateur Tjeenk Willink al beslissend kunnen zijn. Dat is toch nog even de vraag, want Drees vond het wel verstandig vooraf te onderzoeken of over controversiële punten, waarover snel een conflict kon uitbreken, overeenstemming in de rede lag. Dan ben je in ons bestel even zoet, zoals Drees zelf ook wel wist. De formatie van zijn vierde kabinet duurde 122 dagen en was tot dan de langste ooit.

De essentie van zijn zienswijze zit dan ook niet in de mogelijke duur van een formatie, maar in de verhouding tussen kabinet en parlement. In zijn visie behield het kabinet behoorlijke vrijheid van handelen, net zo goed als de coalitiefracties in de Tweede Kamer niet met handen en voeten aan een regeerakkoord waren gebonden.

De jaren vijftig waren niet het ‘Walhalla van het dualisme’, zoals later met de roze bril op werd beweerd, maar het gematigd dualisme in die tijd stak wel gunstig af tegen het verstikkende monisme met zijn gedetailleerde regeerakkoorden ten tijde van Lubbers, Kok en Balkenende. In dit perspectief is de lopende formatie een interessante. 

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Jesse Klaver (GroenLinks) en Tjeenk Willink. Beeld ANP

Doorlopende kabinetsformatie

Kan Tjeenk Willink straks volstaan met de conclusie dat een coalitie van VVD, CDA, D66 en GroenLinks ‘mogelijk en verantwoord’ is en dat zelfs over omstreden kwesties een compromis in het verschiet ligt, zodat Rutte een ploeg kan formeren? Of is die uitkomst het begin van een ronde van uitputtende onderhandelingen over een regeerakkoord?

In de ontwikkeling van dualisme naar monisme was Rutte II een vreemde eend in de bijt, omdat het wegens gebrek aan draagvlak in de senaat moest opereren als een minderheidskabinet. Dat gaf enige ruimte aan oppositiepartijen invloed op het regeringsbeleid uit te oefenen, niet in het open debat maar vooraf via akkoorden in de binnenkamer, waar ons bestel niet zonder kan - welk bestel wel?

Een terugkeer naar het dualisme van weleer leek het wel, maar was het niet. De praktijk had vooral veel weg van een doorlopende kabinetsformatie. Dat zou ook de praktijk worden, mocht deze formatie een minderheidskabinet opleveren.

Draait het uit op een coalitie van vier partijen die ideologisch heterogeen zijn en gezien hun omvang geduchte rivalen van elkaar, dan ligt een uitvoerig regeerakkoord in de lijn der verwachting. Gestold wantrouwen, is nog altijd een adequate omschrijving van zo’n akkoord met afspraken tot twee cijfers achter de komma. Dat wantrouwen was er ten tijde van Drees ook al, maar anders dan toen zijn partijen nu veel minder zeker van steun van de kiezers.

Tekst loopt door onder afbeelding. 

Koning Willem-AlexanderBeeld ANP

Koninklijke invloed

Je kunt de ontwikkeling van dualisme naar monisme ook bezien in het perspectief van de wijkende hand van de koning(in). Koninklijke kabinetten met ministers die letterlijk dienaren van de Kroon waren, kennen we al sinds 1848 niet meer, maar zelfs in de dagen van Drees, een eeuw later, brachten kabinetten nog altijd iets van de magie en het gezag van het paleis mee.

Deze dimensie, die de (dualistische) afstand tussen kabinet en parlement mede bepaalde, is nu geheel weggevallen. Zelfs de geringste schijn van koninklijke invloed moet worden vermeden, nu de Kamer sinds 2012 de regie van de formatie in eigen hand heeft. Vanuit een radicaal democratisch standpunt is dat zonder twijfel winst, maar er is ook een verliespost.

Hoe dan ook is de consequentie dat de gekozen politici volledig op zichzelf zijn teruggeworpen. Daardoor kan het accent in hun aandacht makkelijk verschuiven van het algemeen belang naar het partijbelang of het belang van de dominante meerderheid. Van wie zal nog de tegenspraak komen of de confronterende vraag? Het risico van coalities en partijen die alleen zichzelf dienen en zich daarom in het harnas van een onaantastbaar regeerakkoord hijsen, is reëel.

De wijkende hand van de koning heeft de tendens naar monisme tussen kabinet en parlement dus versterkt. Die hand is in staatkundige zin alleen nog goed voor het contraseign onder wetsvoorstellen, wat te mager is om ministers eraan te herinneren dat zij het geheel dienen - en niet alleen een likkebaardend rechts Nederland of de bakfietsende kosmopolieten.

Van de week schreef ik op Twitter dat de Kamer met de keuze voor de vorige Onderkoning alweer halverwege de weg terug is naar de Koning. Verder zal het waarschijnlijk niet komen, maar de keuze heeft althans iets zichtbaar gemaakt van een verlies in de checks and balances, die in een democratische rechtsstaat geen luxe maar noodzaak zijn. Beter ten halve gekeerd dus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden