Opinie

Een onsmakelijke erfenis

’Mannen treden graag in het huwelijk zodat hun vuile onderbroeken met remsporen door iemand anders worden gewassen.’ Het is niet zozeer de pessimistische visie over het huwelijk die uit deze zin sijpelt en die mij, enkele jaren geleden, schokte, maar eerder de formulering ervan.

We zaten met een groep journalisten in een hofstedelijk café en deze woorden rolden uit de mond van een elegante tv-presentatrice. Het contrast tussen vrouwelijk raffinement en de onsmakelijke directheid ervoer ik als bijna ondraaglijk. De elegante vrouw liet het niet na trots te benadrukken dat ze uit een echt gereformeerd gezin stamde. Zo konden toehoorders de directheid en eerlijkheid van haar beeldspraken beter waarderen. Een rechtlijnige calvinist laat zijn gordijn open omdat hij niets te verbergen heeft. Wat verborgen blijft, zou best zondig kunnen zijn. En wat is het minst zichtbare kledingstuk dat hij of zij draagt? Deze eigenschap van verabsoluteerde eerlijkheid ligt aan de basis van de nationale neiging om taboes te doorbreken en is typisch voor de Nederlandse identiteit. Volgens D66’er Boris van der Ham, deze week in NRC, heeft zelfs de grote openheid vanaf de jaren zestig over abortus, drugs of homoseksualiteit ’iets calvinistisch’. Hij omschreef dit als een ’interessante vervlechting van vrijzinnigheid en calvinisme’. Mee eens. Maar dan moet je ook erkennen dat het taboedoorbrekende Nederlandse exhibitionisme, dat menig erfgenaam van Jean Calvin vandaag afkeurt, in feite een residu is van het calvinisme. En het gaat van de meest onsmakelijke handelingen bij die gore Paul de Leeuw tot aan de boeren en winden in het Big Brotherhuis. Zo draagt de erfenis van het rigide calvinisme bij aan het alomtegenwoordige onfatsoen.

Toen ik in dit land leerde lopen, werd ik gewaarschuwd: „De Nederlander neemt geen blad voor de mond. Een calvinistisch trekje. Als je lelijke schoenen draagt, zal hij jou dit onmiddellijk laten weten.” Een eigenschap die ook zijn schaduwkant heeft en de Nederlander een internationale reputatie van boerse botheid heeft opgeleverd. Daar waar de conservatieve Fransen bij de geringste afwijking van de gangbare betamelijkheid van faute de goût spreken, lijkt de goudeerlijke Nederlander onsmakelijkheid en botheid tot een deugd te hebben verheven. Nederlandse reclamespotjes leveren tal van voorbeelden op. Hoe verkoop je een product dat aan menstruatie is gerelateerd? Door een close-up van een vrouwelijk kruis in een strakke spijkerbroek te maken met erover heen een voice-over die van ’hinderlijke geuren’ rept. En voor een poedertje of pilletje tegen buikkrampen laat je een model plots naar haar darmen grijpen en zeggen: „Oh, nee, diarree!” Momenteel is een commercial te zien waar een jongetje zittend op de plee zijn behoefte doet, met zijn hand een waaigebaar maakt en zegt: „Het stinkt!” Hoe hoog zou dit spotje (dat al zo vaak mijn ontbijt heeft vergald) scoren op de schaal van de C-factor? Dan maar liever de roomse hypocrisie en preutsheid zonder drek, urine, poepende jongetjes en lekkende vrouwen op het tv-scherm.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden