Review

Een onschuldige Jood, vervolgd door zijn mede-Joden

Mij zul je niet horen beweren dat er geen op macht beluste bestuurders in Joods Nederland rondlopen. Ook niet dat er niet te veel bestuurders zijn die decennialang de touwtjes in handen hebben. Noch dat er geen rabbijnen rondlopen die machtspelletjes spelen. En evenmin dat in Joods Nederland voor velen de shoah begin- en eindpunt is. Maar Nol de Jong maakt het in zijn eerste roman 'Joods Labyrint' wel erg bont.

De oud-directeur van het Sinaï Centrum heeft een boek geschreven waarin een beeld wordt geschetst van de Joodse wereld -en met name Joods Nederland, al wordt dat niet expliciet genoemd- dat uitsluitend negatief is. Het is een wereld waarin zonder uitzondering op het verleden gefixeerde, gestoorde en/of manipulatieve types rondlopen en het jodendom zelf nauwelijks iets bijdraagt aan het welzijn van mens en maatschappij. Zelf noemt De Jong het boek een ideeënroman, wat het ook is. Maar zijn ontkenning in verschillende interviews dat het om een afrekening zou gaan met de bestuurders en rabbijn van het Sinaï Centrum overtuigt niet.

De Jong was zes jaar directeur van deze kliniek voor psychiatrische patienten en verstandelijk gehandicapten. De hoofdvestiging ligt midden in de bossen bij Amersfoort, de nevenvestiging tegenwoordig in Amsterdam-Buitenveldert. De Jong ging er met bonje weg. Er was kritiek op zijn beleid en onduidelijkheid over de verkoop van een kapitaal pand in Amsterdam-Zuid door de Sinaï aan De Jong.

De hoofdpersoon van 'Joods labyrint', Otto Kant, is directeur van de Eerste Joodse Verzekeringsbank. Hij heeft zich de gram van bestuur, rabbijn en personeel op de hals gehaald met zijn reorganisatie. Hij wilde moderniseren en een streep zetten onder het verleden, dat door de Holocaust wordt bepaald. Maar het ergste verwijt aan zijn adres is dat hij de Joodse identiteit van de bank op het spel heeft gezet. Dat is onvergeeflijk want als de Joodse identiteit verloren gaat zijn zes miljoen Joden voor niets gestorven.

In 'Joods labyrint' is geen sprake van een arbeidsconflict. Hier speelt een conflict tussen verleden en heden, tussen voor- en naoorlogs generatie, tussen moreel corrupten en moreel zuiveren. Althans, zo stelt De Jong het voor, met Otto Kant (zijn alter ego) als de onschuldig Jood die door zijn mede-Joden wordt vervolgd. De Raad van Commissarissen van de bank gaat namelijk zo ver Kant te laten arresteren en verhoren door de Raad voor Ideologische Misdrijven. Want zij leggen een verband tussen Kants verkeerde beleid en zijn persoon: hij voelt, denkt en handelt niet Joods genoeg.

Otto Kant verdedigt zich. Tegenover de Rechtscommissie, de Raad van commissarissen, zijn vrouw Tess, maar vooral tegenover zichzelf. Hij is ervan overtuigd dat de Raad en de rabbijn het op hem hebben gemunt omdat hij 'anders' is: ongelovig, geassimileerd, gemengd gehuwd, twijfelend aan het gezag der rabbijnen, twijfelend aan het nut der traditie, zonder sterke band met Israël en zich ongemakkelijk voelend in groepen. Otto Kant is individualist, de Joden die hij tegenover zich vindt maken alles ondergeschikt aan volk, traditie, geschiedenis, lot. Kant behoort tot de generatie, die 'niets heeft meegemaakt', zijn tegenstanders tot de generatie der overlevers, die zich moreel superieur voelen omdat hun leed met geen ander is te vergelijken. Kant staat voor het heden, zijn tegenstrevers voor het verleden.

De Jong laat Otto Kant razen en tieren tegen degenen die hem door de gedachtenpolitie hebben laten opsluiten. Niets deugt er aan ze: ze zijn respectloos, hebben niets geleerd van hun oorlogservaringen (waarom iemand daar iets van zou moeten leren, is mij onduidelijk), manipuleren, hebben geen ruggengraat. Probleem met het boek is echter dat het bij beweringen blijft, nergens maakt Kant/De Jong duidelijk waar het verschil van inzichten tussen Kant en bankbestuur concreet over gaan. Hetzelfde geldt voor Kants overtuiging dat Joden zoals hij kapotgemaakt worden als ze een rol in Joods Nederland spelen. Dat is niet waar. Zou De Jong een briljant schrijver zijn dan had hij het misschien aannemelijk kunnen maken, maar hoewel hij geen kromme zin schrijft, een schrijver is hij niet. De Jong heeft een saai en plat boek geschreven met curiositeitswaarde voor ingewijden. Voor niet-ingewijden is het overbodig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden