Review

Een onooglijk gestencild blaadje

In de geschiedschrijving van de literatuur spelen literaire tijdschriften een heel belangrijke rol. Hun namen vormen dikwijls de kortste omschrijving van waar het een groepje schrijvers in een bepaalde periode om ging. Bij de Tachtigers denken we onvermijdelijk aan De Nieuwe Gids. En als het literaire klimaat in het begin van de twintigste eeuw ter sprake komt, denken we aan Albert Verwey's tijdschrift De Beweging te binnen. In het interbellum is niet te ontkomen aan Forum en de jaren zeventig worden steevast gedomineerd door De Revisor.

Al die namen zijn in de loop van de tijd gaan staan voor bepaalde vormen van literatuur en voor bepaalde opvattingen over literatuur. De tijdschriften zelf worden maar zelden meer ingezien, laat staan in hun geheel gelezen. Ze zijn een mythe geworden. Soms wordt er een bloemlezing uit hun inhoud samengesteld en in speciale gevallen verschijnt er een complete herdruk, zoals met De Stijl en met Forum gebeurde. De weg terug gaan, naar het tijdschrift zelf, levert een historische sensatie op, al helemaal wanneer het tijdschrift alleen in losse afleveringen bewaard is gebleven.

De meeste tijdschriften slijten hun bestaan ongelezen in bibliotheken, ze mogen legendarisch zijn als De Nieuwe Gids, toch zijn het maar enkele neerlandici die ze nog openslaan. Er zijn ook tijdschriften die weliswaar spraakmakend zijn en een belangrijke rol heten gespeeld te hebben in de literatuurgeschiedenis, maar die zo zeldzaam zijn, dat bijna niemand ze kan kennen of in hun geheel onder ogen kan krijgen. Dat is bij voorbeeld het geval met Barbarber, dat als een onooglijk gestencild blaadje begon en pas na enige jaren, en dan nog in kleine kring, bekendheid genoot. Dat is ook het geval met Braak.

De geschiedenis van de Vijftigers, ofwel de Experimentelen, is al in alle toonaarden geschreven. Ik denk dat er over geen generatie uit de vorige eeuw, of het moest die van Forum zijn, zoveel gepubliceerd is als over de Vijftigers. Alle belangrijke data uit de geschiedenis van de beweging zijn overbekend, denk aan de rel in het Stedelijk Museum, waarbij Lucebert als Keizer der Vijftigers optrad. De stroomversnelling waarin de jonge schrijvers zichzelf en elkaar eind jaren veertig brachten is gedocumenteerd in literatuurgeschiedenissen. Het beeld van de Beweging van Vijftig lijkt vast te staan.

Toch heeft Hans Renders met zijn technisch schitterend gemaakte reprint van Braak, en met zijn naast veel ouds ook veel nieuws bevattende, historische inleiding erbij, mij althans de sensatie gegeven deelgenoot te zijn van de schrijvers die het blaadje in 1950 en 1951 maakten. Dat de naam van het tijdschrift, net als de namen Reflex, Cobra, Blurb en Podium, in geen enkele geschiedschrijving van Vijftig ontbreekt, kan verbazing wekken, want het gerotaprinte blaadje, waarvan maar zeven nummers zijn verschenen, oogt als een schoolkrant. Het tijdschriftje komt volgens Renders dan ook min of meer voort uit Halo, de schoolkrant van Het Amsterdams Lyceum, waaraan de oprichters van Braak, Remco Campert en H.R. Kousbroek, al bijdroegen.

De oplage van Braak was ongeveer honderd exemplaren, waarvan er maar weinig bewaard zijn gebleven, zodat de nummers nu antiquarisch behalve zeldzaam, ook erg prijzig zijn. Braak was een van de vele tijdschriftjes die vanuit het Leidseplein, meer in het bijzonder café Eylders, de wereld wilden bestormen. Het is roerend om te lezen hoe een zelfbewuste en tegelijk zeer onbeholpen Kousbroek zich in het eerste nummer tegen de invloed keert die Menno ter Braak op dat ogenblik heeft in de literatuur:

,,Hij is te wetenschappelijk, te wroeterig en spitsvondig, zonder op bepaalde momenten de hele rataplan van zijn ijzingwekkende eruditie los te laten om eens een paar flink onberedeneerde dingen te zeggen, die buiten het gepredetermineerd schema van het verstand vallen; om eens op artistiek overtuigende manier van een ervaring of opvatting te getuigen, in plaats van intellectueel.''

Als voorbeeld van flink onberedeneerde dichtkunst laat hij op zijn polemische stuk drie gedichten volgen van de middeleeuwse mystica Hadewijch. Het is poëzie die misschien niet zo direct met de verhoopte nieuwe poëzie in verband gebracht kan worden, maar toch wel meer dan de verskunst van Kousbroek zelf, die in de trant van Criterium bij voorbeeld deze goedrijmende regels schrijft:

jouw wegzijn kan ik nooit betalen

of overdoen in vroeger tijd

ik kan je brieven niet vertalen

en voel alleen maar hoe het bijt

De gedichten van Campert doen wel iets moderner aan. In de afdeling Besprekingen veegt Campert de vloer aan met de bundel 'Sous-terrain' van W.J. van der Molen in de serie De Wind

roos: ,,Enige aanhalingen uit zijn werk stellen ons de persoon van van der Molen duidelijk voor ogen. Het blijkt dat zijn schoot door bergketens is gezwollen; ondanks dat lukt het hem onder stoelen door te schuiven en in gordijnen gerold te staan. Zijn voeten schrijden in de ruimte tussen sterrenevels en het is dus verklaarbaar, dat hij tussen hoofd en voeten aan afstand vergaat. Hij ligt in het verlengde van de aarde en hij moet (en schijnt het niet leuk te vinden) hagel en onweer baren. Hij leeft omkeerbaar achterstevoren en dan nog alleen aan de binnenkant.''

Kousbroek bespreekt enthousiast de novelle 'Werther Nieland' van Gerard Cornelis van het Reve, niet bepaald een naar het experiment neigende schrijver, en hij oppert curieus genoeg een later door Reve zelf spreekwoordelijk gemaakte kwestie: ,,Eigenaardig is dat men bij v.h.Reve soms niet ontkomt aan de gewaarwording, dat er bijna geen normale mensen in het hele verhaal voorkomen (-).'' De twee korte verhaaltjes van Campert zijn weinig opzienbarend.

Het tweede nummer is al meteen een heel stuk beter en dat komt doordat Lucebert eraan heeft bijgedragen. Het is alsof er een komeet inslaat in de kleine aarde van Braak. Het gedicht 'Arp' begint zo:

tegen de polsslag van het steen

klopt de gedachte van de hand

ritselt de rokzoom van trottoirs

ademen rotsen over mij heen

staat de oxyde der zee

op de brandbreekbare ogen der aarde

In het derde nummer komt daar dan nog Bert Schierbeek bij die in Braak fragmenten gaat publiceren van zijn hoogst experimentele roman 'Het Boek Ik'. Hij treedt samen met zijn vriend Lucebert toe tot de redactie. De club van medewerkers breidt zich steeds verder uit: Hans Andreus, Jan Elburg en Gerrit Kouwenaar doen mee aan nummer vier, Simon Vinkenoog en Jan Hanlo aan nummer vijf, Hugo Claus arriveert in nummer zes. De meest overweldigende aanwezigheid is Lucebert, ook al omdat hij de nummers van tekeningen voorziet en van getekende gedichten. Zijn meest bekende werk heeft in Braak gestaan, zoals 'De Amsterdamse school', 'Ik draai een kleine ritselende revolutie af' en ook het programmatische:

we zeiden tegen elkaar

we laten ons niet langer bela

zerus van sprookjes bazen en peadagooc

ja we gaan woest bier drinken in een mors

Het gedicht eindigt met de bekende regels:

niet gaan we spieken bij goethe

niet bij jan almanak

wij bidden

geef geen tekens mijn

heer maar

hiermaals en nogmaals

geef ons de volle borst van bessie smith

Wie de reprint van Braak leest en ook wat de uitvoering betreft (als experimenteel underground-blaadje) tot zich laat doordringen, ondergaat de waarheid van Camperts woorden, in een brief uit 1950 aan Vinkenoog: ,,Dat er een generatie in de maak is, lijkt me onbetwistbaar.'' De hoofdfiguur van die generatie is onomstotelijk Lucebert, met naast zich Schierbeek als drastisch prozavernieuwer.

De uitvoerige inleiding van Renders voert ons terug naar de levende contekst van Braak: Eylders, de andere blaadjes, het contact met de schilders (zie ook de monografie 'Bert en het beeld' van Karin Evers), de strategie van aandacht trekken, de salon van juffrouw Frielink en al die andere petites histoires die bijgedragen hebben aan ons beeld van Vijftig.

Jongens waren ze, misschien ook wel aardige jongens, jongens die iets wilden en het voor elkaar kregen ook.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden