Een ongerept Nederland

Rond het jaar 1200, was het gebied dat we nu Nederland noemen een dunbevolkt, drassig stukje land. De invloed van de mens was bescheiden, de natuur had vrij spel. Dat Nederland bestaat nog steeds: het heet de Petsjoradelta, en ligt in het noorden van Rusland. Nederland kan ervan leren.

Tot aan het begin van de jaren negentig moest Jan Beekman iedere lente toezien hoe zijn zwanen de Elbe overstaken en achter het IJzeren Gordijn verdwenen. De politieke toestand stond de bioloog niet toe te onderzoeken waar en hoe de kleine zwaan ging broeden. Na de val van de Muur kon Beekman, destijds in dienst van de Rijksuniversiteit Groningen, de kleine zwanen nareizen. De vogels brachten hem naar de Petsjoradelta, een gebied in Siberië dat een exacte kopie bleek van Nederland anno 1200.

Bij het Riza, het Rijksinstituut voor zoetwaterbeheer en afvalwaterbehandeling, hadden bioloog Mennobart van Eerden en zijn collega's de overeenkomsten ook al opgemerkt toen zij satellietfoto's van Noord-Rusland bestudeerden. Zij zagen in de delta van de Petsjora vooral een bruikbaar referentiegebied, een gebied dat kan dienen om de Nederlandse situatie, maar dan zonder de overheersende invloed van de mens, te bestuderen.

Een op zo'n satellietfoto gebaseerde landschapskaart van de Petsjoradelta toont de overeenkomsten duidelijk. In vogelvlucht, van west naar oost, is het er allemaal: eerst de duinenrand overgaand in een keten van eilanden, daarachter de moerassige kop van Noord-Holland en de Waddenzee. Dan het IJsselmeer of beter gezegd de Zuiderzee, want een Afsluitdijk ontbreekt. De rivier die in de binnenzee uitmondt heet de Petsjora, maar zou makkelijk voor de IJssel kunnen doorgaan. Zelfs het Veluwemassief, doorsneden door een bekenstelsel, en verder naar het noorden het zand van Drenthe en de kwelders van Groningen en Friesland ontbreken niet.

Ook op kleinere schaal blijven de overeenkomsten zichtbaar. Zo toont de satellietfoto slufters met bijbehorende kwelders, die de natuurlijke tegenhangers zijn van de slufter die onlangs in de duinen bij Schoorl is aangelegd. Uit een doorbraak van de duinenrand kan een Haarlemmermeerachtig gebied gaan ontstaan en een smal deel van de duinenrand kan doorgaan voor de plaats waar de Hondsbossche Zeewering het Noord-Hollandse polderland tegen over-stromingen beschermt. Iets naar het noordoosten ligt een eiland, net als het vroegere Wieringen, in het zoute water van de binnenzee. De eilanden die de Barentszee van het deltagebied scheiden verplaatsen zich evenals hun Nederland-se tegenhangers langzaam naar het oosten en staan bekend als 'de wandelende katjes.' Verder op de kaart: laagveencomplexen, stuwwallen van gletsjers, oeverwallen langs meanderende rivieren, afgesloten rivierarmen, veenvorming met wilgenstruweel en een Biesboschachtig gebied, waar zoet en zout water zich vermengen.

De planten- en dierenwereld komt een bewoner van de Lage Landen bij de Zee bekend voor. Kolganzen, rietganzen, smienten, pijlstaarteenden en kemphanen zijn in Nederland ook te zien. De zeearend is hier geen regelmatige verschijning, maar moet dat volgens sommige natuurbeschermers wel weer worden. In het water zwemmen snoek, baars, winde, spiering en zalm. Ook de planten doen aan Nederland denken. Langs de beken is het in de lente, als het land met een voorzichtig groene waas bedekt raakt, geel van de dotterbloemen en ook moerasandijvie, kraaiheide, bosbes, berendruif, wintergroen en dwergberk groeien hier. Aan de overeenkomsten komt wel een einde. Beren, rendieren, elanden en een boom als de enkele centimeters hoge poolwilg vind je niet in Nederland.

De biologische processen en de veranderingen in het landschap vertonen ook overeenkomsten. Vanwege de koude van Noord-Rusland moet de natuur daar veel sneller te werk gaan dan in Nederland, maar de cyclus van de seizoenen en de manier waarop planten en dieren daarop reageren, wijkt niet principieel af. De invloed op het landschap van water, wind, getijde en kruiend ijs hebben we in Nederland min of meer onder controle gebracht, maar de problemen na de overvloedige regenval in de herfst van het vorige jaar wezen ons op de beperkingen van onze inspanningen. Volmaakt is de overeenkomst tussen de gebieden ook hier niet. De permafrost, die tot diep in de bodem van de Petsjoradelta is doorgedrongen, doet meer denken aan Nederland tijdens of kort na de laatste IJstijd, dan aan de Middeleeuwen.

De oorspronkelijke bewoners van de Petsjoradelta, de Nenets, leven voornamelijk van de rendieren die de toendra begrazen en ook zij herinneren aan ons land kort na de IJstijd. Een verschil is, dat de Nenets rendierhouders zijn en de vroege bewoners van ons land die dieren bejaagden. De vergelijking gaat helemaal mank bij de olievlek die aan het eind van de zomer van 1994 de Petsjora af kwam zakken. Die olievlek, een gevolg van het slechte beheer van het Russische net van pijpleidingen, leek een milieuramp aan te kondigen. Uiteindelijk bleek de schade mee te vallen, omdat de olie het kwetsbare kustgebied niet bereikte. De aanwezigheid van bijzonder rijke gas- en olievelden in de omgeving van de Petsjora en de bedreigingen daarvan voor het milieu doen trouwens wel weer aan Nederland denken.

Een schiereiland waar Van Eerden, Beekman en een ploeg andere Neder-landse en Russische onderzoekers tijdens een van hun expedities hun kamp opsloegen, heeft iets van Friesland. De kwelders langs de kust met prielen, kreken en zilte vegetaties zitten vol met kolonies meeuwen, eenden, steltlopers en ook de kleine zwaan broedt hier. Op een landtong liggen net als in Gaasterland hoge kliffen. Kruiend ijs kan over zo'n klif heenschuiven en alle vegetatie afplaggen. Op de kale vlakte die overblijft vindt de bontbekplevier in de korte arctische zomer een ideale nestplaats. Dergelijke relaties tussen grootschalige processen en individuele dieren zijn in de Nederlandse delta, waar de natuur veel meer onder controle is gebracht, nauwelijks te onderzoeken. Van Eerden en zijn collega's bij Rijkswaterstaat vinden in de Petsjoradelta dan ook een waardevol referentiegebied om de gevolgen van hun plannen met de Nederlandse kustbescherming en natuurontwikkeling te bestuderen.

Voor andere Nederlandse onderzoekers kan de delta eveneens interessante inzichten opleveren. Zo is de invloed op het natuurlijk systeem van grote rovers als de ijsbeer of de zeearend in Nederland bij gebrek aan zulke dieren nauwelijks na te gaan. Iets dergelijks geldt voor de grote grazers, die in Nederland keurig binnen de hekken van de natuurgebieden blijven en hun natuurlijke migratiegedrag niet kunnen vertonen. Ook het gedrag van trekvissen zoals de zalm is in de Petsjora nog te onderzoeken. De rivier kan model staan voor de Rijn en het Riza zal daarom de bovenstroom van de Petsjora in zijn onderzoek betrekken. Het is zelfs denkbaar dat de Petsjora kennis oplevert over wat ons te wachten staat wanneer de zeespiegel zou gaan rijzen onder invloed van het broeikaseffect. Het waterpeil in de binnenzee waarin de Petsjoradelta uitmondt, was in de laatste IJstijd veel lager en onderzoek naar de gevolgen van het rijzen van de zeespiegel kan inzichten voor ons waterbeheer opleveren. De Nederlandse steun bij het uitroepen in 1997 van een deel van de Petsjoradelta tot een nationaal park met een oppervlak van 313.000 hectare, was niet alleen een investering in de Russische, maar ook in de Nederlandse natuur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden