Review

Een nogal ongezond huwelijk

Het boek van Craig Unger over de verbintenis tussen het huis Bush en het huis Saoed is in de Amerikaanse pers opvallend kwaadwillend ontvangen, terwijl de recensenten erg weinig tegen Ungers bewijsvoering weten in te brengen. De lezers volgen de critici niet: het is een bestseller. Zoals het ook storm loopt voor de film 'bij' dit boek: 'Fahrenheit 9/11'.

'De familie Bush en het huis Saoed' is niet alleen interessant om de brisante inhoud, maar ook om wat het in de Verenigde Staten teweegbrengt. Het boek steeg al snel na verschijning in april op de bestsellerslijsten. De schrijver, journalist Craig Unger, deelde zijn informatie gul met de links-activistische filmer Michael Moore, die zijn documentaire 'Fahrenheit 9/11' er grotendeels op heeft gebaseerd. Ook al een publiekstrekker, die evenals Ungers boek door veel 'serieuze' Amerikaanse media wordt gekraakt.

Ungers boek is een poging om de herverkiezing van president George W. Bush te verhinderen: de auteur is partijdig en vertoont paranoïde trekjes. Zo oordelen veel Amerikaanse recensenten in toonaangevende media. Niet erg inhoudelijk, dergelijke kritiek.

Op grove feitelijke onjuistheden of verdraaiingen hebben zij de auteur niet kunnen betrappen. Demagogisch zijn boek en film allebei wel. Zo begint Unger met de lotgevallen van een hartpatiënt, die op 11 september 2001 een harttransplantatie zou krijgen. Die ging dus niet door, omdat het luchtruim na de aanslagen op WTC en Pentagon dagenlang potdicht zat. Maar honderdveertig Saoediërs, onder wie 24 familieleden van Osama bin Laden, mochten wel met het vliegtuig het land verlaten. Die twee gegevens met elkaar verbinden is dik hout, waar je zwaarder aan gaat tillen als de strekking je tegenstaat.

De meeste critici moeten erkennen dat Unger uitputtend beschrijft hoe buitengewoon gezellig en lucratief de betrekkingen zijn die (niet zo erg gezellige) kopstukken van de Saoedische koninklijke familie onderhouden met vader en zoon Bush en hun politieke en zakenvrienden - door Unger ietwat weids aangeduid als een familie. Die betrekkingen dateren van decennia her, uit de tijd waarin de notabelen van het oliestaatje Texas, onder wie Bush sr., hun expertise, kapitaal en politieke diensten uitruilden tegen vergelijkbare diensten door zakenlui-politici uit 'swerelds grootste oliestaat.

Zo stonden de Saoediërs Amerikaanse regeringen terzijde in de Iran-contra-transacties (waarbij zwart geld naar Nicaraguaanse contrarevolutionaire rebellen werd gesluisd), en in de strijd tegen de Russen door de Moedjahidien-strijders in Afghanistan, een strijd waaruit als onbedoeld bijproduct Al-Kaida werd geboren. Unger is niet de eerste auteur die dat verhaal vertelt, en hij put rijkelijk uit wat anderen hebben ontdekt.

Uit Ungers notenapparaat blijkt dat hij ook voor zijn tweede thema, de dubbelhartige houding van de familie Saoed ten opzichte van moslim-extremistische organisaties, vooral gebruik heeft gemaakt van informatie die anderen eerder hebben opgeschreven. Hij zet overzichtelijk op een rijtje hoe de Saoedische machthebbers het op een akkoordje hebben gegooid met gewelddadige geloofsijveraars, zolang die de machtsverhoudingen in Saoedi-Arabië maar niet verstoorden.

Unger signaleert dat de regering-Bush zich ten onrechte op de borst klopt, omdat ze zulke ferme actie tegen het terrorisme zou hebben ondernomen. Het was niet de regering-Clinton die jammerlijk naliet om de natie te beschermen. Het was het apparaat van de opvolger dat zeer laks optrad, totdat het werd opgeschrikt door de WTC-aanslagen. Dringende waarschuwingen van Clintons functionarissen sloeg de regering-Bush in de wind. Hun aanbevelingen werden pas opgevolgd ná 11 september, deels althans, want Saoedi-Arabië bleef een bevriende natie en Irak bleef de vijand.

Het was de regering-Bush, die het visumbeleid voor Saoedi-Arabië had versoepeld (en voor geen enkel ander land in de Arabische wereld), waardoor drie latere kapers de VS zo konden binnenwandelen.

En na de aanslagen mochten de reeds genoemde honderdveertig Saoediërs, onder wie de Bin Ladentjes en anderen die wellicht interessante informatie hadden kunnen verschaffen over Osama en diens kornuiten, er even weer makkelijk uit -zonder ondervraging- dit dankzij de inspanningen van de Saoedische ambassadeur in de VS, prins Bandar bin Sultan, een intieme vriend van Bush junior en senior. Drie jaar lang heeft de regering tegengesproken dat deze vluchten hebben plaatsgevonden.

,,Unger heeft een bewonderenswaardige klus verricht door verslag te doen van deze inderdaad verbazingwekkende poging om Saoediërs veilig het land uit te krijgen, terwijl de onderzoeken naar de aanslagen nog maar net een aanvang namen'', erkent professor en publicist Charles A. Kupchan in de International Herald Tribune, in een recensie die voor het overige typeert hoe kwaadwillend het boek in de VS is ontvangen. ,,Maar deze episode demonstreert alleen de zorg die de regering had voor de veiligheid van prominente Saoediërs gedurende de spannende dagen na de aanslagen, niet dat de president de financiers van terrorisme in de watten legde.'' Alsof Unger dat beweert. Alsof deze Saoediërs, veelal miljardairs, acuut gevaar liepen. Alsof het werkelijk onmogelijk was hen te ondervragen.

Unger kan niet hard maken dat president Bush '9/11' had kunnen voorkomen. Dat beweert hij dan ook niet. Hij en anderen (onder wie Richard Clarke, die onder president Clinton het beleid tegen terrorisme coördineerde) verhalen wel overtuigend hoe laks de regering heeft gereageerd op serieuze aanwijzingen dat er gevaar dreigde, en hoe vergevingsgezind ze na de aanslagen omging met het Saoedische bewind, dat onderzoeken naar verdachte geldstromen actief tegenwerkte.

Unger kan ook niet hard maken dat Washington Saoedi-Arabië met fluwelen handschoenen aanpakt omdát de familie Bush zulke nauwe banden met de familie Saoed heeft. Daarvoor levert hij slechts indirecte bewijzen (op basis van mindere aanwijzingen is de regering-Bush een oorlog tegen Irak begonnen). Iedere Amerikaanse regering heeft zich gedwongen gezien vrienden te blijven met het Saoedische koningshuis - hoeders van Mekka, en van 'swerelds grootste olieput, en miljardeninvesteerders in de Amerikaanse economie bovendien. De alternatieven voor de corrupte kliek die het land nu regeert zijn bovendien weinig aanlokkelijk.

Unger laat wél overtuigend zien hoe ongezond het huwelijk tussen de VS en Saoedi-Arabië is, en hoe zompig het verleden van president Bush. In de woorden van Unger: ,,Nog nooit eerder is een Amerikaanse president zo nauw verbonden geweest met een buitenlandse macht die de aartsvijanden van de Verenigde Staten onderdak verleent en ondersteunt.''

De weerzin voor Bush die uit het boek spreekt, wordt in Nederland vermoedelijk in bredere kring gedragen dan in de VS. Met de Nederlandse première van 'Fahrenheit 9/11' in het verschiet, kan het haast niet anders of het boek wordt ook hier een bestseller. De Bush-hater kan er zijn hart aan ophalen, al zijn voor een Nederlandse lezer niet alle details uit het Saoedisch-Amerikaanse zakenverleden even meeslepend.

De vertaling loopt lekker, al staan er behoorlijk wat redigeerfouten in, en enkele stommiteiten ook. Zo wordt de Witte-Huiswoordvoerder Ari Fleischer ergens Ari Fleischman genoemd. En in de vertaling heet het dat een van de luxevliegtuigen waarmee de gefortuneerde Saoediërs in september 2001 de VS verlieten, was uitgerust met een projectiescherm van ruim dertien meter. Rekenfoutje: het scherm meet 52 inch, oftewel slechts ruim 1 meter 30.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden