Een nog grotere massa in de straten van Parijs

Een eerdere bijeenkomst in Parijs kreeg meer mensen op de been dan de anti-terreurmars van afgelopen zondag. In 1885 liepen twee miljoen Fransen uit voor de uitvaart van een groot schrijver en de viering van de Franse waarden vrijheid, gelijkheid en broederschap.

Het contrast kon nauwelijks groter. De schrijver Victor Hugo wilde na zijn dood een uitvaart als de allerarmsten. Dus reed op 1 juni 1885 een lijkwagen van de achtste klasse door de straten van Parijs, getrokken door slechts twee paarden. Het was een eilandje van soberheid in een oceaan van eerbetoon en rouwbeklag. Vrijwel iedereen die ertoe deed in de Franse politiek en kunst was vertegenwoordigd. Gemeenten maar ook vertegenwoordigingen van de koloniën reden en liepen mee. Verenigingen stuurden delegaties. Duizenden soldaten marcheerden mee. Honderd muziekkorpsen speelden hun treurmarsen. Alleen al de bloemen en kransen hadden naar schatting het voor die tijd astronomische bedrag van anderhalf miljoen gulden gekost. "Aan een koninklijke dichter brengt men een koninklijke hulde", zei de toneelschrijver Émile Augier, die tijdens de uitvaart sprak namens de Académie française.

Naar schatting twee miljoen mensen liepen uit voor de begrafenis van de op 83-jarige leeftijd overleden Hugo. Hij had een veelzijdig oeuvre op zijn naam staan: romans, toneelstukken, gedichten, essays. Onder meer 'De klokkenluider van de Notre Dame' en 'Les misérables' waren en bleven klassiekers. Zelfs in ballingschap was hij de stem geweest van het Frankrijk van de negentiende eeuw.

De in Parijs wonende Nederlandse schrijver Conrad Busken Huet schreef na Hugo's dood: "De Restauratie, de Julij-monarchie, de tweede Republiek, het tweede Keizerrijk, langs dien weg van tasten en mistasten, van vallen en opstaan, is in Frankrijk uit den militairen roem van de eerste jaren der eeuw de thans bestaande parlementaire regeringsvorm voortgekomen dien Hugo voor de beste der staatsinrigtingen hield. Van al die wisselingen is zijne muze de tolk geweest, beurtelings jubelend, verwenschend, smeekend, schreijend, troostend, en altijd door één denkbeeld bezield: de verheerlijking van zijn vaderland."

De lijkkist van de schrijver stond voor de uitvaart onder de Arc de Triomphe. Daaraan hingen voor de gelegenheid zwarte draperieën. Het plein van de ereboog was vergeven van de schilden met Hugo's initialen en titels van zijn werken.

Na een reeks toespraken werd het stoffelijk overschot van de schrijver door de straten van Parijs naar het Panthéon op de andere oever van de Seine gereden. Toen de kop van de stoet daar arriveerde, duurde het nog anderhalf uur voor de staart van de optocht zich bij de Arc de Triomphe in beweging had gezet.

Vooraf vreesden de autoriteiten voor de veiligheid. Zulke massa's op de been, daartussen zoveel hoogwaardigheidsbekleders, dat was een uitgelezen kans voor revolutionairen en anarchisten om toe te slaan. In werkelijkheid verliep de plechtigheid wonderbaarlijk rustig. De politie hield welgeteld één anarchist aan en nam zestien rode vlaggen in beslag.

De serene rust werd enkel verstoord door straathandelaren. Zij verhieven hun stem om hun Victor Hugo-merchandise aan de man te brengen: levensbeschrijvingen, portretten, gedenkpenningen, dasspelden en nog veel meer. Langs de hele route die de rouwstoet volgde, deden mensen goede zaken met het verhuren van plekken met uitzicht. Een raam op de vijfde verdieping deed vijftig franc, een balkon het dubbele. Staan op een omgekeerd kistje kostte twintig franc.

Volgens het rooms-katholieke Nederlandse dagblad De Tijd was er veel meer voorgevallen wat geen pas gaf bij een uitvaartplechtigheid. De krant repte van het gedrang en de bacchanalen die in de dagen na Hugo's dood waren aangericht.

En ver voor Fortuyn en Hazes liet het volk zich ook al gaan: "In plaats van met ontbloot hoofd eerbiedig toe te zien, juichte en jubelde men, alsof men niet een lijkplechtigheid, maar een triomftocht bijwoonde."

De verontwaardiging van De Tijd kan ook zijn voortgekomen uit een boosheid die veel dieper zat. Hugo was niet alleen als een heiden begraven. Het Panthéon, ooit gebouwd als een kerk voor de heilige Genoveva, was voor de teraardebestelling van de literator opnieuw aan de eredienst onttrokken. Net als na de Franse Revolutie, wilde de regering van het neoclassicistische gebouw een eretempel voor grote vaderlanders maken. De hoge geestelijkheid tekende verzet aan. Katholieken in de hele wereld deelden die boosheid.

Busken Huet zag enkel een grote gebeurtenis: "De begrafenis van Victor Hugo zal eene dagteekening in de letterkundige geschiedenis van Europa blijven. Dit is nooit tevoren gezien."

Charles Floquet, de voorzitter van het Franse Huis van Afgevaardigden, zei tijdens de uitvaart: "Dit is geen begrafenis, maar een apotheose; wij begroeten Victor Hugo als de onsterfelijke apostel, wiens woord ons zal voeren tot de eindelijke zegepraal van Vrijheid, Gelijkheid en Broederschap in deze wereld."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden