Een nieuwe kolonisatie bedreigt Mozambique

De auteur werkt sinds 1975 in Mozambique en was o.a. provinciaal directeur van onderwijs in de provincies Maputo en Zambezia.

JAN OVERVEST

Als oorzaken worden dan genoemd droogte en oorlogen, onrust en onveiligheid. Elk jaar zijn er wel weer nieuwe gebieden waar de regens uitblijven of waar een oorlog uitbreekt. Maar de grondoorzaken liggen veel dieper en hebben heel veel met het verleden, met Europa en het rijke Westen te maken.

Uit reisverslagen van Livingstone en andere ontdekkingsreizigers weten we, dat veel gebieden waar nu regelmatig of voortdurend honger wordt geleden, in de vorige eeuw welvarend waren en een grote verscheidenheid aan voedingsgewassen produceerden. Wat is er toch mis gegaan dat er nu in zovele landen - zoals Mozambique, waarover het in de rest van dit artikel voornamelijk zal gaan - zoveel ten ongunste veranderd is?

Onnatuurlijke grenzen

Het begon eigenlijk na de grote conferentie van Berlijn (1895/96) waar Afrika op een volstrekt onnatuurlijke manier werd opgedeeld in kolonien. Het koloniale bewind hield onder andere het verplicht verbouwen van exportgewassen in, die in de plaats kwamen van de traditionele voedingsgewassen.

In de provincie Nampula van Mozambique bij voorbeeld, werd de bevolking gedwongen per familie 1 hectare katoen te verbouwen, zodat de traditionele rijstproduktie sterk verminderde. In andere gebieden werden grote stukken goede landbouwgrond met geweld van de bevolking afgenomen om er plantages voor thee, koffie, suiker, copra, te vestigen. De lokale boeren werden dan, door hen belastingen op te leggen waarvoor zij het geld niet hadden, min of meer gedwongen als arbeider op die plantages te gaan werken, zodat ze in belangrijke mate ontwend raakten hun eigen voedsel te produceren.

Na de onafhankelijkheid behielden de nieuwe staten hun onnatuurlijke grenzen, met alle politieke consequenties vandien, en bleven zij met hun monoculturen afhankelijk van de wereldmarkt. In sommige landen probeerden de nieuwe machthebbers wel door landhervormingen de boeren tot eigen voedselproduktie te bewegen, maar uit behoefte aan deviezen hielden zij de monoculturen veelal in stand. Goedbedoelde pogingen tot hervorming smoorden in een eindeloze reeks oorlogen en oorlogjes tussen stammen, gebieden, landen.

Mozambique is daarop geen uitzondering. We zullen ons hier niet verdiepen in de politieke aspecten, maar ons concentreren op de bedroevende situatie waarin het land en de bevolking verkeren.

Er zijn momenteel maar weinig gebieden voldoende veilig om rustig voedsel te kunnen produceren. Miljoenen plattelanders zijn gevlucht en moeten gevoed worden in plaats van zelf te produceren. Er is een groot en voortdurend gebrek aan voedsel.

Sinds 1987 komt er op grote schaal voedsel het land binnen in de vorm van giften, waarvan een deel in de steden blijft hangen en een ander deel verdeeld wordt over de ontheemdenkampen, die over het hele land verspreid zijn. Maar geleidelijk is er een soort 'donor-moeheid' ontstaan, zodat de hoeveelheid geschonken voedsel afneemt.

Kleine bovenlaag

Een kleine bovenlaag in het land is zich onder het motto 'ikke, ikke en de rest kan stikken' snel aan het verrijken. De meeste mensen worden, als ze al niet direct slachtoffer zijn van de oorlog, snel armer. Een gemiddelde onderwijzer op een lagere school verdient nu 54 000 meticais per maand, waar je 200 sinaasappels voor kunt kopen of 54 broden of 40 liter benzine. Kinderbijslag bestaat niet en de meeste mensen hebben grote gezinnen. Voor het merendeel is het dan ook het eerste en grootste probleem om in leven te blijven.

Onlangs maakte ik een wandeling door het winkelcentrum van Maputo. Het was vrijdag, aalmoezendag, en de stad puilde uit van de bedelaars. Wie op straat in elkaar zakte, bleef vaak liggen, zonder dat een mens naar hem omkeek. Zoiets was een paar jaar geleden ondenkbaar.

De situatie is in korte tijd ongelooflijk verslechterd. In die omstandigheden valt het niet mee, om naast het directe probleem hoe te overleven, nieuwe wegen te vinden.

Het land is de laatste jaren vooral door de oorlog in zo'n moeilijke economische en financiele situatie terechtgekomen, dat het volstrekt afhankelijk is geworden van buitenlandse hulp. Aan instellingen als Wereldbank, Internationaal Monetair Fonds, Verenigde Naties, overheids- en niet-gouvernementele organisaties is geen gebrek; bij elkaar loopt hun aantal tegen de tweehonderd. En die hebben allemaal een kleine of een grote vinger of een hele hand in de pap. Ministers en andere belangrijke functionarissen zijn, getrouw aan het gezegde 'wiens brood men eet, wiens woord men eet', ja-knikkers geworden.

Er is natuurlijk wel enige speelruimte, maar de belangrijkste beslissingen worden feitelijk genomen door de geldschieters en de hulpverleners. Wij zeggen wel eens dat de minister van onderwijs in New York zit (op het kantoor van de Wereldbank) en zijn ondergeschikte op het ministerskantoor in Maputo.

Multinationals

In de landbouw is het grote punt: wie gaat er wat verbouwen en voor wie. Door de oorlog zijn miljoenen plattelanders van hun grond verdreven en zijn grote delen vruchtbare landbouwgrond braak komen te liggen. Nu het einde van de oorlog steeds meer in zicht komt (en in sommige delen van het land al een realiteit wordt), is er een ware jacht op goede grond uitgebroken.

Grote multinationale ondernemingen krijgen vergunningen om hele plantages en grote bedrijven over te nemen en vooral exportgewassen te verbouwen. In het zuiden van het land is een soort invasie van Zuidafrikanen die, vaak in vennootschap met invloedrijke Mozambiquanen, landbouwbedrijven opzetten in nieuw geopende irrigatiegebieden. In het midden van het land gebeurt hetzelfde, maar dan met Zimbabwaanse boeren. Vaak zijn dat blanke 'settlers' uit het vroegere Rhodesie, die het in het onafhankelijke Zimbabwe, waar door de regering-Mugabe grond wordt opgekocht en uitgedeeld aan de zwarte bevolking, niet naar hun zin hebben. Zij hopen in het toekomstige Mozambique meer speelruimte te hebben, ook al vanwege de veel lagere lonen.

En dan zijn er - last but not least - nog zo'n miljoen plattelanders die naar omringende landen gevlucht zijn, Malawi, Zimbabwe, Zwaziland en Zuid-Afrika, en een paar miljoen die naar veiliger streken in Mozambique zijn gevlucht en hopen naar hun verwoeste dorpjes en akkers terug te keren, alles weer op te bouwen en opnieuw te beginnen.

Het is van het grootste belang deze laatste groep te helpen waar het maar mogelijk is. In de eerste plaats omdat het hier gaat om het lot van miljoenen mensen, de grote meerderheid van de bevolking. In de tweede plaats omdat ze grote hoeveelheden voedsel voor zichzelf en voor verkoop aan de stadsbewoners kunnen produceren en de grootste bijdrage kunnen leveren aan het bestrijden en voorkomen van hongersnoden. In de derde plaats omdat een economische ontwikkeling van het land toch bij hen begint. In de vierde plaats omdat alles wat ze produceren in het land blijft, dit in tegenstelling tot wat buitenlandse en multinationale bedrijven doen, die altijd een deel van hun winst wegslepen en/of het grootste deel van hun produktie voor export bestemmen.

Nog onveilig

In sommige streken is het al een stuk veiliger geworden en zijn veel bewoners teruggekeerd. In veel andere gebieden echter worden nog steeds overvallen gepleegd. In de vredesbesprekingen tussen de regering en het Renamo, die nu al ruim een jaar lopen, worden weinig vorderingen gemaakt.

Voorzover de grond niet wordt toegekend aan grote bedrijven, wordt hij over het algemeen lokaal en zo goed mogelijk verdeeld onder de boeren, waarbij de norm vaak 1 hectare per familie is.

Gereedschap en zaden worden volledig via buitenlandse hulp geleverd en oals

ieten door onkunde of onzorgvuldigheid geregeld volstrekt tekort. Het type hak dat geschonken wordt, is bijvoorbeeld niet afgestemd op de grondsoort of de gewoontes van de lokale boeren, zaad komt te laat voor het zaaiseizoen of heeft zijn kiemkracht verloren, de opslag is problematisch omdat er in het algemeen geen bestrijdingsmiddelen tegen ongedierte zijn.

Kortom: wat deze miljoenen kleine boeren het meest ontberen is: veiligheid, grond, gereedschap en zaden, voldoende regen en goede prijzen voor de verkoop.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden