Een nieuwe kans voor Richard Flanagan

De Booker Prize-winnaar van dit jaar kreeg in Trouw geen recensie. Een grove misrekening. Of toch niet?

"Het boetekleed misstaat den man niet", zei de Nederlandse staatsman Abraham Kuyper al aan het begin van de vorige eeuw. Inderdaad, wie zich in zijn leven nergens voor hoeft te schamen of te verontschuldigen, die heeft niet ten volle geleefd.

Dat geldt ook voor redacties van boekenkaternen. De roman 'De smalle weg naar het Noorden', van de Tasmaanse schrijver Richard Flanagan won niet alleen de belangrijke Man Booker Prize 2014, maar werd ook genomineerd voor de Bad Sex in Fiction Award die jaarlijks wordt toegekend door het Britse tijdschrift Literary Review. Deze speciale editie over zelfbezinning biedt een mooie gelegenheid om deze roman een tweede kans te geven, en zo nodig amende honorable te maken.

'De smalle weg naar het Noorden' vertelt het levensverhaal van de arts Dorrigo Evans, zijn geslaagde carrière, zijn overspel met een aangetrouwde tante die hij nooit zal vergeten, zijn daarop volgende saaie huwelijk, zijn heldhaftig gedrag in de kampen aan de Birmaspoorweg, zijn latere carrière als nationaal bewonderd oorlogsveteraan en onverbeterlijk schuinsmarcheerder. Evans' leven is vol, maar het is niet vervuld. Innerlijke leegte drijft hem van vrouw naar vrouw, van ervaring naar ervaring.

Daarnaast vertelt het boek, min of meer zijdelings, het levensverhaal van enkele van de Japanse militairen die de leiding hadden over het kamp waar Evans verbleef, en waar hij menig medesoldaat voor zijn ogen zag sterven. Aan de gedetailleerde beschrijvingen van het kampleven valt te merken dat de schrijver werk heeft gemaakt van zijn documentatie.

Maar een meesterwerk vraagt toch meer individuele kwaliteiten dan wilskracht, ijver en vlijt. Het relaas moet ook bezield worden, de documentatie moet tot leven komen.

Dat vermogen blijkt maar in beperkte mate weggelegd voor Richard Flanagan, die steeds nét niet de kern weet te raken, altijd net een paar millimeter naast een juiste, bondige formulering terechtkomt: "Het was net of het leven zichtbaar kon worden gemaakt maar nooit kon worden uitgelegd, en woorden - alle woorden die niet rechtstreeks iets uitdrukten - kwamen voor hem het dichtst bij de waarheid." Ik heb deze passage verschillende malen overgelezen, maar het is mij nog steeds niet duidelijk wat de schrijver hiermee bedoelt.

Zijn schrijfenthousiasme speelt de auteur regelmatig parten. Zo bespeurt de hoofdpersoon 'de geur van her en der neergegooide stoelen en kapotte tafels en bedden'. Wat moet ik mij voorstellen bij de geur van neergegooide stoelen? Deze Dorrigo Evans moet wel over een heel bijzonder reukorgaan beschikken.

En van het leger heeft Flanagan, anders dan van het leven bij de Birmaspoorlijn, ook niet al te veel kaas gegeten. Dat is geen voordeel voor een roman die zich voor een belangrijk deel in militaire kringen afspeelt. Het verschil tussen een peloton (een man of vijftien) en een bataljon (een complete legereenheid van ettelijke honderden mannen, met een administratie, technische dienst, ziekenboeg, tientallen voertuigen enz.) lijkt de schrijver niet te kennen. Bovendien zijn de militaire actiescènes nogal globaal en ongeloofwaardig weergegeven. Wat moet ik met een beschrijving als deze: "al opzwellende en opengereten manschappen, van wie sommigen eruitzagen alsof ze in de middagzon lagen te slapen"?

Ik heb er nog maar eens de klassieke oorlogsroman 'Voor wie de klok luidt' bij gepakt, van Ernest Hemingway - veteraan van verschillende oorlogen, en een van de vuurwapengevaarlijkste schrijvers uit de wereldliteratuur. In dat boek ruik je de kruitdamp, je proeft het zand van de schuttersputjes tussen je tanden en als de hoofdpersoon door het vizier van zijn geweer voor het eerst zijn toekomstige slachtoffer ziet, bonst het hart in je keel.

Flanagans beeldspraak is nogal eens nietszeggend en overbodig. Zo lezen wij over de trage maan in haar laatste kwartier, die steeds hoger klimt 'langs een ladder met zwarte sporten'. Welke sensatie wil de schrijver hiermee overbrengen? Het lijkt mij vooral pretentieus geneuzel.

Soms had ik het gevoel dat dit boek de verliteratuurde navertelling is van een veel betere, meer doorleefde roman, die bij vlagen achter de woorden van Flanagan doorschemert.

Wat kan de jury van de Booker Prize in dit boek hebben bekoord? Hadden de leden een collectieve off day? De ambitieuze, panoramische opzet van het boek wekt sympathie, de schrijver heeft er duidelijk hard aan gewerkt, en dat siert hem als mens, maar het boek blijft het product van iemand die met trouwhartige vlijt probeert Echte Literatuur te schrijven. Nergens staat een mooie terloopse opmerking die de lezer bijblijft, alles wordt op dezelfde toon uitgeserveerd.

Het resultaat was voor deze lezer een uitputtingsslag. Misschien had Trouw dat eerder moeten laten weten, maar 'het boetekleed' mag ditmaal toch wel in de mottenballen blijven.

Richard Flanagan: De smalle weg naar het Noorden. (The Narrow Road to the Deep North) Uit het Engels vertaald door Ankie Blommesteijn. De Bezige Bij Antwerpen; 388 blz. euro 24,99

Richard Flanagan, nadat hij de Booker Prize had gewonnen

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden