Een nieuwe generatie bestormt de Nederlandse raden van toezicht

Beeld Suzan Hijink

Na de schandalen rond de controle van woningcorporaties, ziekenhuizen en welzijnskoepels verdringt een nieuwe generatie zich bij de vrijkomende zetels van de raden van toezicht. Opleidingen zien de uitstroom verdubbelen.

Het aantal affaires rond het bestuur van semipublieke organisaties is in 2014 zo enorm dat de Tilburgse hoogleraar Rienk Goodijk er een heel boek mee kan vullen. In 'Falend toezicht' beschrijft hij hoe bij het invoeren van marktwerking in de jaren negentig niet goed is nagedacht over het bijbehorende toezicht. 

Een soort raad van commissarissen uit het bedrijfsleven, met controle op hoofdlijnen en vooral héél veel vertrouwen in de directie, blijkt niet te werken in de complexe wereld van geprivatiseerde ziekenhuizen, hogescholen en corporaties. 

Bij problemen duiken toezichthouders onder tafel, en als de crisis is bezworen, zijn ze nergens meer te bekennen.

Beeld Suzan Hijink

Maar die tijd lijkt voorbij. De oudere grijze leden van de raden van toezicht, de babyboomers met alleen het lidmaatschap van de juiste politieke partij op zak, verlaten hun zetels. "De grijze uil die alles weet, is zo goed als verdwenen", zegt Stefan Peij, directeur van de Governance University die toezichthouders opleidt. Philip Wagner van de Wagner Group ziet hetzelfde: "Er staat een nieuw soort toezichthouders op. Die is maatschappelijk betrokken en heeft oog voor het publiek belang, bezit meer kennis en is hoger opgeleid. Daarmee zijn deze toezichthouders per definitie beter dan die uit de vorige generatie."

Daar komt nog iets bij, volgens Frank Seine, directeur van de Academie voor Leiderschap. Hij ontwikkelt de opleidingen voor de NVTZ, die toezichthouders in zorg en welzijn levert. "De nieuwe leden zijn veel diverser. Ze zijn jonger, vaker vrouw, hebben een andere afkomst. Die diversiteit stimuleren we actief. Al die eigenschappen opgeteld wordt de kwaliteit van de raden van toezicht stukken beter: ze professionaliseren én vermaatschappelijken." Dat is precies wat er in het verleden ontbrak.

Beeld Suzan Hijink

Niet wachten tot het fout gaat

Dat nieuwe profiel zorgt er weer voor dat een functie in een raad van toezicht aantrekkelijker wordt, en voor meer mensen toegankelijk. Frank Seine, die met name opleidt voor functies in non-profit-instellingen, heeft het aantal cursisten zien verdubbelen tot 1500 per jaar. Ook de Governance University ziet een forse stijging en stoomt nu jaarlijks tweehonderd mensen klaar. En zelfs de Wagner Group die vooral in het hogere segment zit, heeft het aantal cursisten in amper vijf jaar tijd zien verdubbelen tot 220.

In die topbranche vragen vooral de globalisering en nieuwe informatietechnologie om andere toezichthouders, die niet wachten tot er iets fout gaat maar proactief handelen. 

Wagner: "Kijk alleen al naar de kwetsbaarheid van centraal opgeslagen persoonsgegevens. En Nederland valt ook op als het gaat om het grote aantal private organisaties met een publieke taak, zoals in het onderwijs en in de zorg. Die moeten extra prudent met die gegevens omgaan. Dat vraagt om hogere eisen aan de leden van de raad van toezicht, die kennis moeten hebben en oog voor het publiek belang."

Beeld Suzan Hijink

Hameren op gedrag

Dat zijn ook precies de aandachtspunten die Frank Seine bij de non-profitinstellingen hanteert. "Mijn boodschap is: zorg dat je kennis op peil is. Het gaat vaak om veel geld, soms om miljarden, dus dan is het wel handig als je een jaarrekening kunt doorgronden. Daarnaast is strategisch opereren van belang: we leren de kandidaten vooruit te kijken, in plaats van te reageren op wat een directie doet. De moraal en de ethiek komen ruim ter sprake, en in dat verband is ook de diversiteit van de raad van belang. En we hameren op gedrag: hoe kun je een kritische gesprekspartner zijn zonder de directie steeds voor de voeten te lopen?"

De nieuwe generatie toezichthouders pakt die elementen uitstekend op, zegt Stefan Peij van de Governance University. "Ze zijn maatschappelijk gedreven en betrokken en zien hun functie als toezichthouder, ondanks de geringe vergoeding, als een échte baan die zij als veertiger náást hun carrière hebben. Ze communiceren beter dan de oude generatie en zijn zich bewust van hun soms beperkte kennis. Dat is goed. Daardoor is er juist behoefte aan extra opleiding."

Die zal volgens Frank Seine nodig blijven, omdat hun taak er de komende jaren alleen maar ingewikkelder op wordt. "Dan gaat het niet langer om toezicht op één organisatie, maar maakt die vaak onderdeel uit van een netwerk of keten. Waar houdt het toezicht dan op?" 

De toezichthouder van de toekomst moet niet alleen leunen op informatie van de directie, maar zelf actief op zoek naar andere bronnen, als vakbonden en cliëntenorganisaties, om het functioneren van het eigen instituut te toetsen. Seine: "Dat is een compleet nieuw spel, dat gespeeld moet worden zonder bestuurders hinderlijk voor de voeten te lopen. Ga er maar aan staan."

'Ik combineer het rebelse van een jongere met het frisse van een ondernemer'

Talitha Muusse (MVO Nederland) kan met haar 26 jaar zomaar het jongste lid van een raad van toezicht zijn.

"Vier jaar geleden werd ik na een stage bij MVO Nederland gevraagd zitting te nemen in de raad van toezicht. Als 22-jarige! De organisatie die bedrijven stimuleert bij te dragen aan een duurzame en eerlijke wereld, wilde diversiteit in de raad. Ze wilde meerdere generaties vertegenwoordigd zien, en met een jonge vrouw sloegen ze twee vliegen in één klap.

"Diversiteit leidt tot betere besluiten en beter toezicht, en jongere leden zien toe op een beter contact met jonge doelgroepen. Ik heb gesolliciteerd zonder dat ik precies wist wat een raad van toezicht inhield, maar ik heb ervaren dat je met zo'n zetel op een bijzondere manier betrokken bent bij het bestuur en dat je, weliswaar op afstand, óók verantwoordelijkheid draagt.

"Niet iedereen was destijds enthousiast omdat ik weinig ervaring had en dat vond ik een terechte houding, maar ik heb opleidingen en cursussen gedaan zodat ik nu deskundigheid inbreng in combinatie met het rebelse van een jongere én het frisse van een ondernemer. Ik ben het allemaal.

"Jongeren denken dat ze minstens veertig jaar CEO moeten zijn geweest om in een raad van toezicht te kunnen plaatsnemen, maar ik raad hen aan dat nu al te doen. Je krijgt inzicht in organisaties, je doet bestuurlijke ervaring op, je krijgt een goed netwerk, een professionele houding én je doet iets voor de samenleving. Op welke plek komen deze kwaliteiten nog meer samen?"

'Af en toe moet ik op mijn handen zitten'

Onno Maathuis trad op zijn veertigste toe tot de raad van toezicht van het Fonds Psychische Gezondheid.

"In mijn dagelijks leven houd ik mij als adviseur merkenbeleid bezig met de positionering van producten en diensten. Dat kun je een harde commerciële functie noemen. Acht jaar geleden vroeg het Fonds Psychische Gezondheid mij om lid van de raad van toezicht te worden, omdat ze nu eens níet iemand uit die branche wilde hebben. Ze zochten juist een kritische buitenstaander.

"Ik heb vrijwel direct ja gezegd. Ik was wel nieuwsgierig naar die totaal andere omgeving en vond het prettig iets te kunnen doen voor de samenleving. Soms kom ik dat maatschappelijke in mijn eigen werk tegen, maar vaak ben ik ook gewoon met levensmiddelen bezig. Dan is de raad een goede afwisseling. Sinds dit jaar zit ik ook in de raad van toezicht van de Nierstichting en Kersenboogerd, een gezondheidscentrum in Hoorn.

"Met mijn commerciële ervaring wist ik wel raad met de jaarrekening, moeilijker was het af en toe op mijn handen te zitten op momenten dat ik de directie met mijn visie wilde confronteren. Als lid mag je niets dicteren, moet je uiterst terughoudend zijn en bestuurders slecht subtiel verleiden tot een ander beleid. Dat heb ik echt van mijn collega's on the job geleerd. 

"Veel leden worden nog aangetrokken op basis van ervaring, maar per raad zou er minstens één lid moeten zijn voor de maatschappelijke tegenspraak, die met verse vragen komt waarover de anderen nog niet hebben nagedacht."

Lees ook: Vrijblijvendheid helpt niet om meer vrouwen in organisaties te krijgen, eisen stellen wel
De Wet bestuur en toezicht stelt: Bij een evenwichtige verdeling in het bestuur en de raad van toezicht 'wordt ten minste 30 procent van de zetels bezet door vrouwen en ten minste 30 procent door mannen'. Veel Nederlandse bedrijven lappen deze wet nog steeds aan hun laars, zegt Bercan Günel.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden