Een nieuwe aanjager voor de creatieve industrie

'De Ruïne' heet de eerste tentoonstelling van Het Nieuwe Instituut in Rotterdam. Een prikkelende titel die je op verkeerde gedachten kan brengen. Maar directeur Guus Beumer wil ermee zeggen dat er op de 'puinhopen' van de drie instellingen die gedwongen door de overheid zijn opgegaan in dit instituut, ook iets moois kan opbloeien. "Bij een ruïne wordt al gauw gedacht aan het verleden. Maar het is een symbool voor het gegeven dat alles door de tijd wordt uitgewist en dat er dus ook weer iets nieuws komt."

De fusie tussen het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), Premsela (Nederlands instituut voor design en mode) en Virtueel Platform, (kennisinstituut voor e-cultuur) was een bezuinigingsmaatregel. In de visie van de overheid moet Het Nieuwe Instituut - dat een subsidie van 7,8 miljoen euro meekreeg - een aanjager worden van de creatieve industrie. Beumer ziet daarvoor voldoende kansen, nu de drie organisaties met hun 85 medewerkers zonder conflicten zijn samengegaan.

Op 1 oktober moet het instituut zijn plannen presenteren. Met deze tentoonstelling krijgt het publiek alvast een voorproefje van wat het kan verwachten. De Ruïne bestaat uit acht mini-tentoonstellingen. Vijf ervan tonen fragmenten van recente exposities van verwante organisaties. De drie nieuwe presentaties heeft het instituut zelf gemaakt.

Bij elkaar is het een bonte mix. Er zijn oude maquettes en bouwtekeningen te zien van het Rotterdamse stadhuis, uit het archief van het NAi, maar ook voorbeelden van ambachtelijk design uit Wenen en innovatieve paraplu's met led-lichtjes die bewakingssystemen als satellieten zouden kunnen ontregelen.

Een van de fragmenten van eerdere exposities betreft Playboy Architecture. Daarin werd belicht dat naast seks ook design en architectuur altijd een belangrijke rol speelden in dit mannenblad. Het instituut laat dit fragment zien als voorproefje op zijn plannen om zelf (tijdelijke) huizen te gaan ontwerpen. Het worden geen sexy huizen voor mannen, maar utopische woningen die in 2014 verrijzen naast het instituut en zo de confrontatie aangaan met de aangrenzende museumwoning Sonneveld.

Het is duidelijk dat het nieuwe instituut niet elitair wil zijn, in de zin dat het zich alleen op de vakgroep (ontwerpers, architecten) richt. Het wil ook het grote publiek bedienen. Beumer: "We hebben geen exclusief museale taak, maar willen een kaleidoscoop van dingen laten zien, ook omdat we natuurlijk toch zullen worden afgerekend op onze bezoekcijfers." Het streven is om tentoonstellingen voor een breed publiek te combineren met bijvoorbeeld onderzoeksprojecten. Met de Technische Universiteit Delft zijn al afspraken gemaakt. Zo zullen architectuurstudenten onder meer onderzoek doen naar het structuralisme, een stroming die voorkomt in zowel de architectuur als in design en e-cultuur. Parallel wordt volgend jaar een solo-expositie van architect Herman Hertzberger georganiseerd, een van de belangrijkste vertegenwoordigers van het structuralisme.

Beumer: "We hebben hier een fantastisch archief van het architectuurinstituut en een bibliotheek met 70.000 titels. Daar valt heel veel mee te doen." Maar net zo vrolijk zullen er ontwerpworkshops komen voor het skatepark aan de Westblaak in Rotterdam, dat aan vernieuwing toe is. Ook lezingen en wandelingen staan op de lijst, met onder meer tuin- en landschapsarchitect Piet Oudolf, en fietstochten langs diverse bouwstijlen.

Het Nieuwe Instituut is gevestigd in het gebouw van het Nederlands Architectuurinstituut in Rotterdam. De Ruïne is t/m 15 september te zien.

Van mode naar museum
Guus Beumer (1955, Indonesië) studeerde sociale wetenschappen. Hij publiceerde over mode en design en was zakenpartner van Alexander van Slobbe voor de modemerken Orson+Bodil en SO. In 2005 werd hij directeur van het kunstcentrum Marres in Maastricht. Vanaf 2006 leidde hij ook de dependance van het Nederlands Architectuurinstituut in Maastricht. In 2011 was hij curator van het Nederlandse paviljoen op de Biënnale van Venetië.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden