Een nieuw megahotel

Het architectenbureau van Rem Koolhaas ontwerpt een megahotel bij de Rai in Amsterdam, het grootste van de Benelux. In 1867 kreeg Amsterdam zijn eerste grand hotel, ontworpen door een voormalig timmermansgezel.

Zelfs vandaag de dag is het Amstel Hotel in Amsterdam nog een imponerend groot hotel. Maar van het oorspronkelijk geplande gebouw werd slechts een kwart verwezenlijkt. Het huidige gebouw is in wezen een van de zijdes van het stenen vierkant dat een binnenplaats zou moeten omsluiten. Die zou worden overdekt met ijzer en glas.

Het idee voor het hotel was afkomstig van de ondernemende Amsterdamse arts en filantroop Samuel Sarphati. Hij vond het niet te verteren dat de zo schilderachtige hoofdstad van Nederland niet beschikte over een accommodatie voor toeristen die aan de eisen van de moderne tijd voldeed.

Sarphati liet zijn oog vallen op een stuk grond dat alles mee leek te hebben: het lag mooi aan de Amstel, op redelijke afstand van het station Weesperpoort (zodat de verbinding met het Nederlandse en Duitse achterland in orde was) en ver genoeg van de binnenstad. Dat was op dat moment nog een pré. Het kon in het hart van de grote steden verschrikkelijk stinken. Op enige afstand van alle onhygiënische toestanden en alles brandende kachels kon een gast nog genieten van zoiets heerlijks als frisse lucht.

De Rem Koolhaas van dienst was Cornelis Outshoorn (1810-1875), een architect die in het Amsterdam van de negentiende eeuw nog veel aanweziger was dan de nog altijd zichtbare Pierre Cuypers (Rijksmuseum, Centraal Station). Veel van Outshoorns prominente creaties zijn echter verdwenen. Zijn postkantoor achter het Paleis op de Dam (1854) werd veertig jaar geleden gesloopt voor een moderner postkantoor (vandaag de dag winkelcentrum Magna Plaza). Het joods jongensweeshuis (1864) moest wijken voor de bouw van de Stopera. Zijn magnum opus, het Paleis voor Volksvlijt (ook geopend in 1864), ging in 1929 in vlammen op. Outshoorn was in de race voor het Rijksmuseum, maar door zijn overlijden werd het Cuypers. Wat resteert van de grote projecten is het in 1867 opgeleverde Amstel Hotel.

Outshoorn was een jongen van eenvoudige komaf, geboren in Nieuwveen. Zijn enige opleiding was lagere school. Direct daarna begon hij te werken als timmermansgezel. Outshoorn bleek in de praktijk snel zaken op te pikken en spijkerde zijn kennis bij door middel van cursussen. Zijn grote kansen kreeg hij bij de Hollandsche IJzeren Spoorweg-Maatschappij. Outshoorn hielp mee met de aanleg en bouw van stations, overkappingen, spoorlijnen en spoorbruggen.

Vanaf midden jaren vijftig ging Outshoorn aan de slag als zelfstandig architect en verrezen op diverse plekken gebouwen van zijn hand. Cuypers putte zijn inspiratie consequent uit de gotiek. Outshoorns hotel was een allegaartje van neostijlen. Classicisme ging bijvoorbeeld samen met een knipoog naar de Renaissance. Als het maar luxe en grandeur uitstraalde. De bouwmeester had goed gekeken naar de reeds bestaande voorbeelden in andere grote Europese steden. Het materiaalgebruik had wel typisch Hollandse trekjes: verschillende soorten baksteen werden zichtbaar toegepast.

Vooraf konden de plannen rekenen op verzet. Zoveel vertoon druiste in tegen de doe-maar-gewoon-aard van de bevolking. Sarphati liet in een prospectus weten dat het hotel weliswaar ruim en comfortabel zou zijn, maar dat er geen sprake zou zijn van 'noodeloze pracht en overtollige versiering'. De bouwsom van rond de een miljoen gulden stuitte velen ook tegen de borst. De rap uitdijende stad had grote moeite alle nieuwkomers te huisvesten. Voor hetzelfde geld kon je honderden woningen bouwen.

Na de opening verstomde de meeste kritiek. Het hotel (in ruim een jaar gebouwd) maakte indruk. De gastenaantallen bleven wel ver achter bij de verwachtingen. Gelukkig vestigde Johann Georg Mezger, een van de pioniers van de fysiotherapie, in 1870 zijn praktijk in het hotel. Hij bracht niet alleen verlichting bij veel prominente gasten, ook de horecaonderneming was met zijn aantrekkingskracht uit de brand.

Het Amstel Hotel mocht een paleisachtige uitstraling hebben, veel van het comfort kwam pas later tot stand. Vanaf 1885 was er een lift, waarna niet langer de kamers op de begane grond maar die bovenin (met het fraaiste overzicht) het duurst waren. In 1900 werd nog een vierde verdieping op de oorspronkelijke drie lagen gezet. Vanaf 1892 was het hotel al aangesloten op het elektriciteitsnet. In 1917 volgde stromend water.

Op dat moment telde Amsterdam al tal van andere grand hotels, zoals Krasnapolsky (al voor de eeuwwisseling warm water en telefoon), American, het Doelenhotel en het tegenover het Centraal Station gelegen Victoria. De bouw daarvan speelt een prominente rol in de roman 'Publieke werken' van Thomas Roosenboom uit 1999.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden