Een nieuw leven voor oude sukkels

Protestanten en katholieken gaan eensgezind de ’weerbarstige’ kerkvaders bestuderen. De tijd is rijp want de kerkleraren wilden vooral geloofservaringen doorgeven. In het patristisch instituut dat hiervoor vandaag de deuren opent, zijn ook vrouwen welkom.

Hun munitie voor de onderlinge strijd haalden katholieken en protestanten vreemd genoeg bij dezelfde kerkvaders. Voor het eerst werken beide christelijke richtingen nu samen bij de studie naar vroegchristelijke autoriteiten in Oost en West als Johannes Chrysostomus en Aurelius Augustinus. Het Centrum voor Patristisch Onderzoek is een samenwerking tussen de VU en de Faculteit Katholieke Theologie (FKT). Directeur is Paul van Geest, katholiek en hoogleraar Augustijnse studies aan de FKT en aan de Vrije Universiteit.

Waarom is er nu pas een instituut voor de studie van kerkvaders waarbij katholieken en protestanten samenwerken?

„Omdat de huidige protestantse decaan van de VU en de katholieke decaan van de FKT het snel eens waren dat het gemeenschappelijke erfgoed van de kerkvaders een gemeenschappelijke studie verdient. Het ging ongeveer zo. Ik timmerde een bootje, de decanen bliezen in mijn zeilen en zo kwam ik in de veilige haven van het Patristisch instituut terecht, zoals Augustinus in de veilige haven van de filosofie belandde na een stormachtig leven, zoals hij zelf zegt.

De tijd is gunstig voor de studie van kerkvaders omdat de geschiedwetenschap afstand genomen heeft van het vooruitgangsdenken. De kerkvaders zijn lang niet serieus genomen als gesprekspartner. Ze golden als oude sukkels die op een naïeve manier de Bijbel in het leven inpasten. Men gebruikte hen om het bestaan van verschillende tradities te rechtvaardigen, maar hun werken werden niet bestudeerd.

Protestanten van vorige generaties toonden met kerkvaders aan dat het primaat van de paus onzin is. Katholieken gebruikten soms dezelfde kerkvaders om te laten zien dat de paus juist wel de belangrijkste bisschop is.

Kerkvaders denken niet langs rechte lijnen. In hun werk kom je cirkelredeneringen tegen en allegorieën, voorbeeldverhalen. Kerkvaders lezen de Bijbel niet op een analytische manier, stellen niet alleen een koele en klinische diagnose van een probleem. Voor mensen als Augustinus en Chrysostomus is de Bijbel een bron van inspiratie. Ze zien de Schrift als een ruimte waarin ervaringen zijn doorgegeven van mensen die God hebben ontmoet. Die geloofservaringen willen zij zich toe-eigenen om weer over te dragen. Dat spreekt nu misschien meer aan. Niet een klinische analyse, maar ervaringen, voorbeelden.”

Wat heb je aan die voorbeelden als je niet in vooruitgang gelooft?

„De kerkvaders geven ons inzicht in innerlijke drijfveren die in de uiterlijke geschiedenis minder zichtbaar zijn. Zo vraagt Augustinus of een daad nog wel goed genoemd kan worden als het gevolg goed is maar de drijfveer slecht. Hij houdt ons op die manier een spiegel voor. We kunnen van de kerkvaders geen antwoord verwachten op vragen die ze nooit gesteld hebben. Er is me wel gevraagd wat Augustinus zou vinden van Wilders. Daar kan ik niets mee omdat Augustinus zich op een heel andere wijze bezig hield met de problemen in de maatschappij als Wilders. Augustinus zag ontwikkelingen in het perspectief van de eeuwigheid, keek verder dan zijn neus lang was.

Kerkvaders kunnen wel prachtig laten zien hoe zij zich hebben laten inspireren of hoe innerlijke drijfveren van mensen het aanzien van de wereld bepalen. Zo heeft Augustinus geniaal beschreven hoe hoogmoed en eigenwaan agressie veroorzaakten. Dit kan negatieve gevolgen hebben op wereldniveau.

Een overeenkomst met de huidige tijd is ook, dat de kerkvaders een christelijke identiteit probeerden te ontwikkelen in een pluriforme samenleving. In die vroege eeuwen was het christendom nog niet dominant.”

Zo te zien is het een vakgebied waarbij het alleen om mannen gaat. Als je de definitie van kerkvaders oprekt, kan er ook sprake zijn van kerkmoeders. Wanneer is iemand een kerkvader?

„Als je in je eigen tijd op grond van je geschriften erkend bent als autoriteit in het geloof. En dan in de periode tot de vijfde eeuw. In het Westen tenminste, in het Oosten gaat het verder. Vrouwen schreven niet in die tijd, vandaar dat er geen kerkmoeders zijn. Toch gaan stemmen op om niet alleen de geschriften, maar ook de manier van leven mee te laten wegen. Dan komen er kansen voor vrouwen. Monica bijvoorbeeld, de moeder van Augustinus, van wie hij zelf zegt dat ze de verhevenste was onder filosofen. En dat terwijl ze wellicht niet kon lezen of schrijven en filosofie voor vrouwen verboden was. Of denk aan Macrina.”

Daar heb ik nog nooit van gehoord.

„Zij was de zus van Basilius en Gregorius, twee kerkvaders.”

Dan hoef je dus verder niets te presteren?

„Nee, waarschijnlijk heeft Macrina haar broers sterk beïnvloed.”

Waarom kwamen er na de vijfde eeuw geen kerkvaders meer?

„In Frankrijk ziet men het tijdperk van de kerkvaders beëindigd met Bernardus van Clairvaux. Hij geldt als de laatste theoloog die, als kloosterling, de ervaring van de eerste leerlingen met Christus centraal wil stellen. Na hem zou de scholastieke theologie beginnen die niet uitgaat van ervaring maar van academische speculatie. De scheidslijn tussen kerkvader en kerkleraar (andere titel) wordt meestal gelegd bij de beëindiging van het Concilie van Chalcedon in de vijfde eeuw. Toen waren de belangrijkste inzichten in Gods wezen en de goddelijke en menselijke natuur van Christus uitgekristalliseerd.

Over de grens van de vijfde eeuw wil ik nog wel kwijt dat er na Chalcedon niets fundamenteels is toegevoegd aan het geloof. We zien wel steeds nieuwe dingen in de klomp goud van de geloofsschat die we in handen hebben, maar die klomp goud is niet groter geworden.”

U moet geld voor het instituut werven en de geldschieters willen anoniem blijven.

„Zolang de financiering niet rond is, kan ik niets zeggen over de fondsen. Wel zodra we het eens zijn. Ik moet duidelijk kunnen maken dat bijvoorbeeld niet de wapenhandel achter het patristisch instituut zit.”

Het blijft stoffig klinken, kerkvaders. Wat voor onderzoek kunnen we verwachten?

„Kijk, nu kan ik met een vrouw op de proppen komen. Elisabeth Boddens Hosang, zij is de eerste die bij het instituut gaat promoveren. Ze onderzoekt de verhouding tussen joden en christenen in de tijd van de vroege concilies. In dat promotieonderzoek toont ze aan dat er in de praktijk geen grote scheiding was tussen joden en christenen in die eeuwen.

Er zijn trouwens wel meer vrouwen betrokken bij het instituut: vier medewerkers en een in de raad van advies.

We onderzoeken de invloed van kerkvaders op het dada-isme. Jazeker, moderne kunst. Ook de leer van de internationale betrekkingen is beïnvloed door kerkvaders. Niebuhr, de protestantse theoloog die een christelijke basis legde onder moderne internationale politiek, heeft zich door hen laten inspireren. De onderzoeker promoveert op dit terrein zowel bij mij als bij Menno Kamminga, hoogleraar internationale betrekkingen in Groningen.

Ook komt er een kritische editie van een tekst van Pelagius, tegen wie Augustinus zeer gekant was. We kijken of Augustinus zijn opponent exact geciteerd heeft.

Kerkvaders zijn weerbarstiger dan de bisschoppen lief zou kunnen zijn. Met het patristisch instituut willen we ook dat weerbarstige laten zien.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden