Een nieuw huis waar alles woont

null Beeld

Koningin Beatrix opent vrijdag in Amsterdam De Nieuwe Liefde, het cultureel-religieuze centrum van priester en dichter Huub Oosterhuis. Multimiljonair Alex Mulder vertelt waarom hij het financiert.

In november 2008 schreef Huub Oosterhuis in de slotalinea’s van het essay ’Jij die mij ik maakt’: „Nog altijd geloof ik in huizen voor ’bezield verband’, waar de Bijbel zo wordt gelezen en uitgelegd dat hij zijn werk als groot zingevingsverhaal kan voortzetten. () Zo’n nieuwe ’kerk’ zal ook een ’gehoorzaal’ zijn met een discussiepodium, waar het visioen van naastenliefde en universele solidariteit wordt ondervraagd in een publiek debat, en wordt geconfronteerd met buurt- en wereldpolitiek.”

Om zulke huizen op te richten, zocht Oosterhuis ’mensen met groot geld’. „Ik ken er één, ik vroeg hem of hij zo’n huis zou willen kopen, opbouwen, inrichten, bekend maken. Hij heeft ja gezegd en is bezig. In mijn hoofd heeft het al een naam: De Nieuwe Liefde.”

De naam van het centrum dat vrijdag geopend wordt, opvolger van Populier, Balie en Rode Hoed, zingt dus al langer rond. Maar de naam van de man die het allemaal mogelijk maakt, is zelden te horen.

Een goede mecenas laat zich niet voorstaan op zijn daden. Maar voor deze ene keer wil Alex Mulder wel vertellen hoe het zo gekomen is – als het maar bijdraagt aan het initiatief waarover hij razend enthousiast is. Mulder: „In een gereformeerd jeugdkoor heb ik nog liederen van Huub Oosterhuis gezongen. Tijdens onze kerkdiensten mocht zijn werk overigens niet gezongen worden – ik ben van huis uit gereformeerd-vrijgemaakt.

„Die liederen ben ik nooit vergeten, dus ik sprak altijd al met bewondering over Oosterhuis. Maar toen ik hem in 2002 hoorde spreken tijdens de uitvaart van prins Claus, gebeurde er iets. Wat hij daar vertelde over solidariteit vond ik ijzersterk. Ik dacht: ik zou best eens met hem in contact willen komen, om te kijken of ik hem zou kunnen helpen om die boodschap verder uit te dragen.”

Vijf jaar geleden kwam dat contact tot stand, via een wederzijdse vriendin. „Zij had tegen mij gezegd: jullie moeten echt een keer kennis maken. Ze heeft een etentje georganiseerd en gezorgd dat ik naast hem kwam te zitten. Die avond hebben we allerlei maatschappelijke problemen besproken. Het gebrek aan echt debat en aan verantwoordelijk leiderschap. De opkomst van Wilders. Maar ook de vraag of ik iets voor de ecclesia kon betekenen. Voor onze tafelgenoten zal het minder gezellig zijn geweest, daar hadden we weinig oog meer voor.”

Na die eerste kennismaking volgde de zoektocht naar de juiste plek. Eerst werd tevergeefs een poging gedaan om de Rode Hoed te kopen. Daarna kwam het Compagnietheater aan de Amsterdamse Kloveniersburgwal in beeld. Dat kocht Mulder begin 2010 om regisseur Theu Boermans in staat te stellen om voorstellingen te blijven maken, na een plotselinge subsidiestop. Maar kerk en theater leek geen gelukkige combinatie. Mulder: „Dan had de ecclesia misschien in het decor van een of andere voorstelling haar diensten moeten gaan houden.”

En dus werd het een ander monumentaal grachtenpand dat Mulder had gekocht: Da Costakade 102, oorspronkelijk gebouwd als wijnpakhuis, later gebruikt als rooms-katholiek parochiehuis ’De Liefde’ en daarna als theatercomplex. Het werd het afgelopen jaar grondig verbouwd en gerenoveerd door architect Wiel Arets en bevat nu een grote zaal voor 230 bezoekers, een kleine zaal voor zestig mensen, een koorzaal, een bibliotheek, een foyer, kantoren en een besloten café-restaurant. De aanschaf van het pand bedroeg circa 2,5 miljoen euro, de verbouwingskosten en overige investeringen vergden nog zo’n bedrag.

Een project dat hem geen winst gaat opleveren, enkel kosten, weet Mulder, maar winst is ook niet de doelstelling. „Je moet niet altijd alles naar je toe willen rekenen. Op een gegeven moment moet je ook van je af kunnen rekenen.”

’Van zich af rekenen’, dat doet Mulder al jaren. Zo zorgt hij dat honderden kinderen op de Filippijnen naar school kunnen, steunt hij de zogenoemde outsider art (kunst van mensen met een verstandelijke beperking), en produceerde hij een musical-versie van ’Soldaat van Oranje’. Die musical is nu overigens zo succesvol (200.000 kaarten verkocht) dat hij op den duur alsnog winstgevend kan worden. Maar daar was het Mulder niet om begonnen, zegt hij. „Iedereen verklaarde me voor gek – het was een miljoeneninvestering. Ik vond dat dit verhaal verteld moest worden aan nieuwe generaties. Ik heb nog met de oude Erik Hazelhoff Roelfzema gesproken, en die hechtte daar ook groot belang aan.”

Mulder ergert zich wel aan het wantrouwen dat hij zo nu en dan ontmoet. „Toen ik het Compagnietheater kocht, schreef een krant dat mijn uiteindelijke doel wel speculatie zou zijn. Mensen kunnen zich moeilijk voorstellen dat iemand die rijk is ook uit andere motieven kan handelen dan nog rijker willen worden.”

Tegelijkertijd vindt Mulder dat hij eigenlijk niets bijzonders doet. „Ik kan het me toevallig permitteren om zo’n pand te kopen. Maar dat maakt mijn intentie niet anders dan die van een gever op kleine schaal. Je geeft naar vermogen, bij ons thuis zat dat in de genen. Alleen als ik nu naar vermogen geef, is het bedrag wat hoger.”

De bijbelse verhalen over de ’arme rijke’, die moeilijker in het koninkrijk Gods komt dan een kameel door het oog van een naald, hij kent ze. Verhalen die Huub Oosterhuis veelvuldig aanhaalt. Mulder: „Het gaat er denk ik niet om hoeveel geld je hebt. Het gaat om hoe je in het leven staat. Of je bereid bent anderen te helpen. Ik geloof dat het je opdracht is om dat te doen. En dat is ook waar Oosterhuis het over heeft.

„Jonge mensen hoor ik wel eens zeggen dat ze miljonair willen worden. Wat is dat voor een armoedige, kille wens? Het gaat erom dat je iets vindt waar je aan wilt bijdragen, in de maatschappij. Toen ik Unique begon, was mijn doel om een ander soort uitzendbureau te beginnen. Om uit te gaan van de wezenlijke vragen. Wij zeiden tegen mensen: leg die diploma’s en referenties even aan de kant, en vertel eerst eens: wat zou je eigenlijk willen doen? Dát maakte het verschil, dat was de drijfveer, niet een gulden meer of minder.”

Hij heeft goede herinneringen aan zijn jeugd in de kerk, een kleine, orthodoxe gemeenschap in de grote stad, die uit geldgebrek vieringen hield in een schoolgebouw. Dat hij ’s zondags niet mocht buitenspelen vond hij niet erg, omdat hij wist dat zijn ongelovige vriendjes die dat wel deden, niet naar de hemel zouden gaan, en hij wel. Ook toen hij al op jonge leeftijd het gevoel kreeg dat er niet veel van de geloofsleer kon kloppen, bleef hij van de kerk houden, vooral van het gevoel ’ergens bij te horen’ – de vanzelfsprekende saamhorigheid en betrokkenheid bij de gemeenschap.

Mulder: „Toen ik een jaar of achttien was, heb ik een keer tijdens de preek geroepen dat het onzin was, wat er verkondigd werd. Die preek ging over de nood in de wereld, en de strekking was: als we bidden, komt het wel goed. Ik vond dat zo onredelijk. Want als je dat zegt, zou je dus niets hoeven te doen.

„De dominee reageerde er heel goed op. Hij zei: ’Daar komen we straks op terug, ik maak eerst even mijn verhaal af’. Na afloop hebben we met een hele groep zitten discussiëren in de kerk, dat was enig. In Amsterdam kon dat gelukkig wel.”

Dat gevoel, dat je vrijuit kunt praten, en dat er ook naar je geluisterd wordt, daar verlangt Alex Mulder nu ook weer naar. En hij is niet de enige, denkt hij. Op zijn bureau ligt het vorig najaar verschenen boekje ’De eeuwige terugkeer van het fascisme’ van Rob Riemen. Mulder: „Zo mag je het misschien niet noemen, maar zo is het natuurlijk wel, in deze bijna-niet-meer-beschaving.”

Krijgt De Nieuwe Liefde wat hem betreft een bepaalde politieke kleur? Mulder, die actief betrokken zal blijven in het stichtingsbestuur: „Ik heb er persoonlijk geen enkel bezwaar tegen als Oosterhuis bijvoorbeeld lijstduwer is van de SP, maar bepaalde groepen zou je daarmee wel van je kunnen vervreemden. Ik denk dat we ervoor moeten waken om het politieke te vermengen met de De Nieuwe Liefde, laat staan het partijpolitieke. Die scherpe kantjes moeten we er in de programmering misschien wel wat vanaf halen. Ik zou graag willen dat we een zo breed mogelijk publiek blijvend kunnen aanspreken.”

Alex Mulder in het omgebouwde grachtenpand aan de Da Costakade 102 in Amsterdam; het onderkomen van cultureel-religieus centrum De Nieuwe Liefde. (FOTO WERRY CRONE) Beeld
Alex Mulder in het omgebouwde grachtenpand aan de Da Costakade 102 in Amsterdam; het onderkomen van cultureel-religieus centrum De Nieuwe Liefde. (FOTO WERRY CRONE)
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden