Een Nederlandse voetballer in Milaan

Italië is in trek bij Nederlandse voetballers. Opnieuw in trek. Want neem nou Faas Wilkes’ transfer in 1949.

Seedorf, Emanuelson en Van Bommel bij AC Milan. Het roept herinneringen op aan het driespan Gullit, Rijkaard en Van Basten zo’n twintig jaar geleden. Maar de eerste Nederlandse voetballer in de Noord-Italiaanse stad was Faas Wilkes.

Een van de beroemdste, denkbeeldige voetballers uit de Nederlandse geschiedenis dook in 1949 voor het eerst op. Zijn naam: Kick Wilstra. De stripfiguur was gemodelleerd naar drie beroemde voetballers van dat moment: Kick Smit, Abe Lenstra en Faas Wilkes. De voornamen van de laatste twee kwamen weer terug in de voornaam van de fanatieke vader van de beeldverhalenheld: Fabe. Bij diens favoriete club, de voetbalvereniging van Veendorp, begon Kick Wilstra zijn loopbaan, maar uiteindelijk kwam hij terecht bij de Italiaanse club Titan.

Het was opnieuw een duidelijke verwijzing naar de werkelijkheid. In 1949, het jaar van de lancering van de Kick Wilstra-strip, verkaste Faas Wilkes van het Rotterdamse Xerxes naar het grote Inter Milan. De club kaapte hem weg voor de neus van aartsrivaal AC Milan. Een Nederlandse restauranthouder fungeerde als tolk bij de onderhandelingen. Hij zou het echtpaar Wilkes ook begeleiden tijdens hun begintijd in Noord-Italië.

Een handvol Nederlanders had al eerder een overstap naar het buitenland gemaakt, zoals de fameuze Beb Bakhuys, die in Frankrijk terechtkwam. Maar de transfer van Wilkes was de eerste grote in de Nederlandse voetbalgeschiedenis. Bij de amateurs van Xerxes waren de beloningen knakenwerk geweest. Met het geld dat hij af en toe kreeg toegestopt, kon de tweebenige spits af en toe een avond goed gaan stappen. Inter deed niet aan fooien: bij zowel het tekengeld als het jaarsalaris ging het meteen om tienduizenden guldens. Wilkes aarzelde geen moment: „Waarom zou ik in Nederland krap gaan leven, als ik het in Italië ruim kan hebben?”

De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) toonde geen enkele begrip voor de stap van de spits van het nationaal elftal. Die spotte met het nagestreefde ideaal van de amateur. Op de tribunes zaten hardwerkende mannen met hoed die voor weinig meewerkten aan de wederopbouw van Nederland. Op het veld hoorden helden te staan die even sober leefden en toch een dag per week de kicksen aantrokken om de clubeer te verdedigen. Wat Wilkes deed, kon in de ogen van de KNVB niet. De bond was onverbiddelijk: de voetballer hoefde voorlopig niet meer te rekenen op selectie voor het Nederlands Elftal.

Wilkes had het maar te slikken. In Milaan groeide hij snel uit tot een publiekslieveling. Zoals Gullit later ’de Zwarte Tulp’ werd genoemd, zo verwees ook een van de bijnamen van Wilkes naar Nederlands beroemdste bloem: ’il Tulipano’. Vanwege zijn vrolijke aard werd ook wel gesproken van ’de Clown’.

De spits was geknipt voor het Italiaanse voetbal: zijn dribbels brachten de stadions in verroering, uiterlijk viel hij met zijn gitzwarte kuif ook nauwelijks uit de toom. Het mediterrane leven leek ook aan Wilkes besteed. Hij mocht bijvoorbeeld graag een lekker wijntje drinken.

Wilkes speelde ruim drie seizoenen voor Inter. In 1952 maakte hij de overstap naar Torino. Omdat de twee clubs hem enige tijd allebei betaalden, werd het het best betaalde seizoen uit zijn carrière. In Turijn kampte de voetballer met een knieblessure. Bij het Spaanse Valencia kreeg hij daarna weer zijn oude glans. Later volgden nog contracten bij VVV, het Spaanse Levante, Fortuna ’54 en het oude, vertrouwde Xerxes.

Wilkes keerde pas terug in het Nederlands Elftal toen de KNVB halverwege de jaren vijftig het betaald voetbal in Nederland invoerde. Tijdens de uitvaart van Wilkes in 2006 (hij stierf op 82-jarige leeftijd aan een hartstilstand) kwam de toenmalige bondsvoorzitter Jeu Sprengers met een mea culpa. „Dat hadden wij anders moeten doen. We moeten aanvaarden dat zo’n prachtige organisatie als de KNVB ongelijk had in die kwestie. Daarvoor betuig ik nu spijt aan Faas en aan het Nederlandse volk.” Dat was, zo redeneerde Sprengers, jarenlang een uniek talent onthouden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden