Een navelstreng van 380 miljoen jaar oud

Een vis die 380 miljoen jaar geleden leefde, legde geen eitjes maar baarde haar jongen levend. Ons beeld van de evolutionaire stamboom moet worden bijgesteld.

De vraag wat er eerder was, de kip of het ei, krijgt in het vakblad Nature een verrassend antwoord: geen van beide. Australische paleontologen melden vandaag de vondst van de fossiele resten van een zwangere oervis. Het fossiel omhult een kleine kopie van zichzelf die met een navelstreng met het moederlijf is verbonden.

]]>

Animatie van de oervis

Het meest opmerkelijk van de vondst is de leeftijd: 380 miljoen jaar. Dat is 200 miljoen jaar ouder dan het tot nu toe oudste bewijs van levend baren. Het fossiel behoort tot de placodermen, de pantservissen, een groep oervissen die wordt gezien als de voorouder van zowel de ’gewone’ beenvissen als van de kraakbeenvissen waaronder de haaien en roggen vallen. Terwijl de meeste vissen hun eitjes ergens droppen, bevruchten en aan hun lot overlaten, had deze verre voorouder dus een ’hypermoderne’ voortplantingstechniek.

Een fantastische vondst, zegt Lars van den Hoek Ostende, paleontoloog van Natuurhistorisch Museum Naturalis. „Zo’n mooi fossiel, zo mooi intact, prachtig driedimensionaal bewaard, daar doe je als museum een moord voor.”

Maar zo opmerkelijk vindt hij het nu ook weer niet. „Levendbarendheid heeft Moeder Natuur wel vaker uitgevonden. Alleen al bij de vissen zeker twaalf keer, onafhankelijk van elkaar. Sommige haaien doen het ook. We vermoedden al dat sommige vroege haaien levend baarden. Deze studie legt ’de eerste keer’ nog verder terug in de tijd.”

Dat betekent dat ons beeld van de evolutionaire stamboom iets moet worden bijgewerkt. Deze pantservis was vermoedelijk niet de directe voorouder van haaien en andere vissen, maar vormde een zijtak. Dat is ook de les die de Australiërs aan hun collega’s meegeven: kijk bij de classificatie van een nieuw fossiel niet alleen naar de vorm van de botjes, maar ook naar zijn voortplanting.

In feite was hier gewoon de evolutie aan het werk, zegt Van den Hoek Ostende. „Als een vinding het goed doet, heeft ze grote kans van slagen. Bevruchte eitjes achterlaten in een troebel vennetje is niet erg effectief. Het is veiliger om de eitjes in het lichaam uit te broeden. Maar dan moeten de dieren wel een vorm van interne seks ontwikkelen. Dat zien we ook: bij sommige fossielen hadden de mannetjes grijporganen waarmee ze het vrouwtje tijdens de daad konden vasthouden.”

Een derde variant is de onze: het embryo in een baarmoeder laten groeien en via een navelstreng voeden. Het is niet gezegd dat de Australische oervis het exact op onze manier deed. Van den Hoek Ostende: „Je moet niet meteen aan een placenta denken. De onderzoekers suggereren wel dat de navelstreng aan een soort dooierzakje vastzat, maar dat is allemaal niet gefossiliseerd, dus daar zit heel veel interpretatie in.”

Het fossiel werd gevonden in de Gogo-formatie in West-Australië, waar de laatste dertig jaar meer fossiele vissen uit die tijd, het Devoon, zijn gevonden. De formatie is als vindplaats ontdekt door de beroemde natuurfilmer Sir David Attenborough. Naar hem is de oervis dan ook vernoemd: Materpiscis (moedervis) attenboroughi.

i Animatiefilm van een oervis is te zien viawww.trouw.nl/oervis

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden