Een nachtmerrie met Richard Wagner: Der Ring des Niegelungen

“Oh, maar er zijn meer Ring-projecten begonnen dan voltooid.”

De oprichting in 1946 van een opera-ensemble op basis van rijkssubsidie leek de weg naar een 'Ring' te openen. Niet alleen ligt het goud aan de basis van het conflict tussen een veelheid aan goden en halfgoden, het geld is niet minder belangrijk om het 'Walhalla van de opera' op te kunnen bouwen. Want een 'Ring' is duur: weinig zangers zijn in staat om te voldoen aan de zware vocale eisen, dus kunnen zij hun gages enten op de wet van vraag en aanbod.

Het leek er even op dat het eind jaren zestig zou gaan lukken toen de Nederlandse Operastichting een 'Walküre' (tweede deel) en een 'Götterdümmerung' (vierde deel) uitvoerde in decors en kostuums van Wim Vesseur, maar met verschillende dirigenten, regisseurs en orkesten. Daartussen zat een 'Rheingold' (eerste deel) van andere herkomst. Een 'Siegfried' (derde deel) kwam echter nooit tot stand.

Deze moeilijkste uit de cyclus (de bezetting van de rollen van Siegfried en Brünnhilde is cruciaal) werd zelfs voor het laatst door een Nederlands ensemble gerealiseerd in juni 1938. Dat was in Amsterdam, in de Stadsschouwburg. Er gaapt dus een gat van zestig jaar met de geplande opvoering in juni 1999 weer in Amsterdam, nu in het Muziektheater.

Wat hier niet mogelijk bleek, lukte - voor het oog - altijd in het buitenland. Je hoeft maar even over de grens te wippen, Düsseldorf, Essen, Keulen, en daar is de 'Ring'. Natuurlijk hadden en hebben metropolen als Berlijn, Wenen, Hamburg, München of Zürich hun 'Ring', maar ook provincie-steden als het Duitse Kassel of het Deense Aarhuus. Het Londense Covent Garden zette in goed tien jaar tijd tweemaal een Ring-produktie op het toneel, beide keren onder leiding van Bernard Haitink.

Gerard Mortier sloot zijn beroemd geworden directeurschap in 1991 in Brussel af met een 'Ring' en zijn opvolger kondigt alweer een nieuwe produktie aan. Ja zelfs Bologna bracht het viertal opera's op de planken, uitgesmeerd over verscheidene seizoenen, waarvan er twee onder leiding stonden van Riccardo Chailly. Alleen de compacte uitvoering achterelkaar als cyclus, moest er op de lange baan worden geschoven.

“In Duitsland wordt de 'Ring' ook wel eens de 'Ring des Niegelungen' genoemd,” merkt Haenchen op. Een woordgrapje (nie gelungen = nooit gelukt) dat getuigt van een harde realiteit, ook daar. Haenchen ondervond die aan den lijve onder de bijzondere omstandigheden van de DDR-cultuur.

“Wagner was in de communistische visie natuurlijk verdacht, en de 'Ring' kon helemaal niet. Wilfried Herz lukte het als eerste om in Oost-Duitsland een 'Ring' te regisseren. Dat gebeurde in 1975 in Leipzig; Herbert Kegel dirigeerde die. De opera van Leipzig kreeg toestemming omdat Herz zijn interpretatie helemaal over de anti-kapitalistische boeg gooide. De 'Ring' die Chéreau een jaar later in Bayreuth neerzette, was op de ideeën van Herz geënt.”

Het verhaal hoe Haenchen zelf nader in contact kwam met de 'Ring' zou een hoofdstuk kunnen zijn uit een spannend avonturenboek.

“In 1980 werd mij een verbod opgelegd om te dirigeren. Als straf voor 'ongehoorzaam gedrag'. Ik heb die periode benut om de 'Ring' te bestuderen. Een jaar eerder was ik er namelijk in geslaagd om een partituur te kopen, in West-Berlijn nog wel, waar ik naar toe had mogen reizen. Ik bezat evenwel geen West-geld, en zeker niet de 5000 Mark die voor de stapel boeken nodig was. Uit familiebezit beschikte ik over antieke prenten, gravures uit een Bijbel. Ik heb die zo weten te verstoppen dat ze bij de controle niet werden opgemerkt. De handelaren die ik ze aanbood, waren me evenwel goedgezind; ze vonden dat ik de prenten niet moest verkopen en betaalden voor mij de 'Ring'-partituur.”

De 'Ring'-studie was niet zonder perspectief, want Haenchen was gevraagd om mee te werken aan een 'Ring'-produktie in Oost-Berlijn, in de Staatsoper, als tweede dirigent, in een regie van Ruth Berghaus. “Dat is zo'n voorbeeld van 'Niegelungen'. Ook al was zij lid van de partij, toch konden de Genossen haar 'Rheingold' niet waarderen: het was duidelijk tegen de DDR en ze vonden dat Wotan teveel op Honecker leek. Hij had net zo'n hoedje op, en zwaaide er ook mee als Honecker. De goden leken verdacht veel op de leden van het Zentralkomitee van de partij.”

“Ja, zulke verwijzingen werden onmiddellijk gezien en begrepen door de toeschouwers. Ik herinner me een 'Fidelio' van Kupfer in Dresden. Iedereen zag meteen aan de structuur van de gevangenismuur dat Kupfer verwees naar de Muur in Berlijn. ”

“De repetities voor 'Walküre' liepen al, maar werden op last van de partij gestaakt. Berghaus is toen naar Frankfurt overgestapt en heeft daar de 'Ring' gedaan, met Friedrich Gielen als dirigent, precies tegenovergesteld van inhoud, namelijk als kritiek op het kapitalisme. Ja, dat is nou het wonderlijke aan de 'Ring' en aan Wagner: je kunt alles bewijzen. Het is ongelooflijk, maar je hebt behalve de tekst, ook nog de muziek om je mening op te baseren, en dan zijn er altijd nog de artikelen en boeken die Wagner heeft geschreven. In Duitsland doet dan ook de uitspraak de ronde: 'Met de Bijbel, Goethe en Wagner kun je alles bewijzen.”

Haenchen, geen partij-lid, had het nakijken. Reëel uitzicht op een 'Ring'-directie kreeg hij pas toen hij naar Amsterdam kwam als chefdirigent van het nieuwe Nederlands Philharmonisch Orkest, en bovendien als muzikaal directeur bij De Nederlandse Opera aan de slag kon.

“Ik heb daar toen ja op gezegd omdat intendant Jan van Vlijmen in zijn plannen de 'Ring' had en ik die mocht dirigeren. Harry Kupfer stond genoteerd voor de regie, ook aantrekkelijk, want ik had al met hem samengewerkt en wij waarderen elkaar zeer.” Een lach trekt over Haenchens altijd serieuze gezicht. “Het waren al oude plannen, waarover Edo de Waart met Kupfer had gepraat toen er nog sprake van was dat De Waart de muzikale leiding van de Opera op zich ging nemen.”

Ook voor Haenchen leek de Amsterdamse 'Ring' tot de categorie 'nie gelungen' te gaan behoren toen Jan van Vlijmen opstapte en de financiële perikelen bij de Opera tot drastische bezuinigingen leidden. In de nachtmerrie die dit opleverde, hamerde bij Haenchen evenwel één zin van 'Wotan' door het hoofd als deze oppergod verneemt van de wonderbare macht in de ring die gesmeed is uit het rijngoud: 'Den Ring muss ich haben!' Om die te pakken te krijgen moest hij inkrimpen op interessante wensen als 'Die Gezeichneten' van Schreker en 'Moses und Aron' van Schönberg. “Daarvoor in de plaats kwam 'Orfeo' van Gluck met drie zangers, en Bartoks 'Blauwbaard' met twee, maar mijn hand heb ik op de Ring-plannen gehouden”, zo klinkt het vastberaden.

Met de beslissing dat Pierre Audi de 'Ring' scènisch zou gaan 'smeden' als regisseur, werd de machinerie van de voorbereiding in gang gezet. Zangers engageren, luidt dan het parool, en als je Wagner doet, kun je er niet vroeg genoeg bij zijn. Zonder eindeloze audities vooraf.

Haenchen: “Als je een 'Ring' begint, weet je wie een Brünnhilde aankan: dan heb je een stuk of vijf namen. Voor Siegfried zijn het er twee of drie. Je maakt een lijstje en je vraagt; de eerste die vrij is, neem je. Experimenteren met jonge zangers is er hier niet bij. In een klein huis als Kassel kunnen nieuwe kandidaten worden uitgeprobeerd. Maar in Amsterdam gaat dat niet. Wie in Kassel een Brünnhilde zingt, krijgt in Amsterdam de partij van Freia.”

“Er zijn wel roldebuten bij, zoals van Nadine Secunde die Brünnhilde in 'Siegfried' zingt. Zij zingt dan ook Sieglinde in 'Walküre', waar Jeannine Altmeyer de Brünnhilde is. Maar in 'Siegfried' dubbelt Altmeyer de Brünnhilde met Secunde, omdat het niet te doen is voor één zangeres om acht keer binnen een maand die partij te zingen. En John Bröcheler zingt voor het eerst Wotan, en Henk Smit de Alberich, maar dat zijn zangers die in vergelijkbare rollen hebben bewezen dat ze zo'n partij aankunnen.”

Geen 'Ring' zonder regie-concept, zo lijkt het sinds Patrice Chéreau in 1976 in Bayreuth bij het eeuwfeest van de wereldpremière in het Westen de Wagner-traditie flink opschudde.

Haenchen: “Interpretatie is het belichten van een deel van het geheel. Je moet kiezen voor een bepaalde richting. Nu hebben we allerlei 'Ringen' gehad: mythisch, religieus, maatschappij-kritisch, modern. Met Pierre Audi hebben we er voor gekozen om de spanning tussen de figuren zichtbaar te maken en de kracht die de muziek daarbij uitoefent. Onze 'Ring' wordt meer vanuit de muziek opgezet dan vanuit de actie van de personages. Natuurlijk zal er veel optisch spektakel zijn, maar het zwaartepunt ligt bij het orkest.”

Streefde Richard Wagner er naar om het orkest juist helemaal weg te moffelen in een verdiepte orkestbak en de orkestklank als een samensmelting te laten opstijgen, Haenchen en Audi zetten het orkest juist pontificaal te kijk. Deze Ring die als ondertitel 'Ein Bühnenfestspiel' draagt, wordt in Amsterdam ook 'Ein Orchesterfestspiel'.

Haenchen: “Het orkest vormt een deel van het toneelbeeld. Het komt hoog te zitten, en rondom de musici zal worden geacteerd. Daarom worden ook de eerste vier rijen weggenomen om het orkest naar voren te kunnen halen. Onze 'Ring' zal intiemer en directer worden dan waar dan ook.”

Het bezit van de gouden ring leidt tot ongeluk vanwege de negatieve kracht die het magische voorwerp uitstraalt. Haenchen bedacht een middel om dit negatieve aspect ook in de orkestopstelling zichtbaar te maken: het orkest schuift per deel op, en draait daarbij tegen de klok in. Je zult dus alle vier de voorstellingen moeten bijwonen om deze 'negatieve ontwikkeling' te ervaren.

“Onze aanpak is nog niet eerder vertoond,” zo bevestigt Haenchen. Maar dat verbaast niet in een produktie waar zelfs de partituur naar de laatste stand van zaken in het Wagner-onderzoek is aangepast. “Van 'Rheingold' en 'Götterdümmerung' zijn de nieuwe uitgaven beschikbaar, maar voor 'Walküre' en 'Siegfried' moesten we zelf de aantekeningen die gemaakt zijn door assistenten van Wagner bij diverse uitvoeringen, aanbrengen.”

Voor de 'Walküre' paste Haenchen daarvoor zijn eigen partituur aan die hij destijds illegaal in West-Berlijn kocht. Herinnering aan een 'Ring des Niegelungen' die alsnog in Amsterdam tot werkelijkheid zal worden.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden