Een naam voor het beestje

Meer dan negen jaar is de New Horizons onderweg. Als de ruimtesonde gisteravond alsnog is gelanceerd, passeert hij op zijn vroegst in de zomer van 2015 zijn belangrijkste doel: Pluto. De sonde neemt een paar foto's en dat was het dan.

Een verre reis? De zoektocht naar de negende planeet duurde nog langer. Pluto werd in 1930 ontdekt, maar al aan het begin van de twintigste eeuw had Percival Lowell zich voorgenomen de geestelijke vader te worden van wat hij 'Planeet X' noemde.

Lowell had wat recht te zetten. In 1896 had hij het publiek geïnformeerd over het tragische lot van de Mars-bewoners. Hun watervoorraad dreigde op te raken en Lowell had met zijn telescoop gezien dat de Martianen wanhopig kanalen hadden aangelegd om de laatste druppels te kunnen verzamelen.

Vijf jaar en een zware zenuwinzinking later besloot hij wetenschappelijk wraak te nemen. In de negentiende eeuw waren Uranus en Neptunus ontdekt toen astronomen onregelmatigheden in hun banen bespeurden en er een zware massa achter vermoedden. De baan van Neptunus was nog steeds een beetje onregelmatig, dus daar moest Planeet X zich schuilhouden (in 1989 bleek dat een onjuiste gedachte: de onregelmatigheid werd door Uranus veroorzaakt).

Lowell bouwde zijn zelfgefinancierde observatorium 'Mars Hill' om en speurde acht jaar lang het hemelgewelf af. Hij maakte talloze foto's waar duizenden lichtpuntjes op stonden en probeerde dat ene stipje te vinden dat was verschoven. Tevergeefs: Lowell overleed in 1916 zonder zijn revanche.

Omdat zijn weduwe haar eigen opvattingen had over zijn testament, lag de zoektocht meer dan tien jaar stil. Pas in 1929 mocht de jonge Clyde Tombaugh het proberen. Tien maanden deed hij erover. Op 18 februari 1930 kreeg hij het verschoven stipje in het vizier.

De sterrenwacht was nog wat huiverig na het Mars-debacle en liet Tombaugh nog een paar weken doorploeteren om bevestigingen voor zijn waarneming te vinden. Maar op 13 maart was iedereen overtuigd en kon de ontdekking wereldkundig worden gemaakt.

Het beestje moest alleen nog een naam hebben. De weduwe Lowell kwam al snel met een paar suggesties. Maar Zeus, Lowell en Constance -haar eigen naam- vielen allemaal af. Het werd nog een heus probleem. In de afgelopen eeuw waren er tal van hemelobjecten ontdekt en de Griekse en Romeinse mythologie raakte uitgeput. Alle godinnen hadden inmiddels een planetoïde of maan gekregen en ook de meeste goden hadden hun plaatsje aan de hemel.

Op de ochtend van de veertiende maart las Falconer Madan, een gepensioneerde bibliothecaris van de universiteit van Oxford, het bericht over de ontdekte planeet in The Times en vertelde zijn kleindochter dat er nog geen naam voor was. De elfjarige Venetia Burney was in die tijd helemaal in de ban van de oude mythen en toen ze haar grootvader hoorde vertellen over de donkere en ijselijke oorden waar de planeet zijn rondjes draaide, zag ze meteen de onderwereld voor zich waar Pluto de scepter zwaaide.

Opa seinde een bevriende astronoom in en toen was de zaak snel beklonken. Pluto was de perfecte naam. Hij paste in het rijtje van buitenste planeten: Pluto is in de mythologie de broer van Jupiter en Neptunus, de zoon van Saturnus en de kleinzoon van Uranus. Bovendien eert Pluto met zijn eerste twee letters de man met wie het allemaal begon: Percival Lowell. Op 1 mei 1930 was de naam officieel.

De nu 87-jarige Venetia mocht het deze week allemaal nog eens aan de BBC vertellen. Ze maakte van de gelegenheid gebruik om dat ene, hardnekkige gerucht de wereld uit te helpen: dat ze de planeet zou hebben vernoemd naar de hond van Mickey Mouse. Ze had gelijk: die Pluto maakte zijn tekenfilmdebuut pas op 5 september 1930.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden