Een naakte hoer met paraplu was de uitgever te gewaagd

In het Van Goghmuseum is de tentoonstelling 'Jean-Louis Forain, de jaren 1878-1910' te zien, dagelijks van 10-17 uur, tot en met 14 mei. Catalogus (Engelstalig) ¿ 35.

De idealen van Forain, de begaafde zoon van een huisschilder, waren dezelfde als die van een royalistische, anti-liberale aristocratie tijdens de Derde Republiek. Daardoor wist hij als jongen al enkele society-dames voor zich in te nemen. Hoe arm hij ook was, hij verschafte zich een rokkostuum voor de avondjes in haar salons. Nadat hij in 1870 had deelgenomen aan de nederlaag tegen de Pruisen, ging hij in het Louvre ijverig oude meesters kopiëren. Zijn afkeer van de bourgeoisie bracht hem in gezelschap van de dichters Verlaine en Rimbaud, die hij als scholier al had bewonderd. Verlaine noemde hem zijn 'kleine bruine kat'.

In het stamcafé van de dichters ontmoette hij ook Degas. Deze aristocraat merkte met genoegen dat de jongen zijn nationalistische en anti-semitische opvattingen deelde en zijn tekentrant bewonderde. Hij tolereerde zelfs dat Forain voor zijn geaquarelleerde tekeningen overeenkomstige motieven koos. Dankzij Degas kon hij viermaal samen met de impressionisten exposeren, hoewel hij mentaal dichter bij salonschilders als Tissot en Helleu stond. In 1890 had hij voor het eerst een eigen tentoonstelling. Hij exposeerde tekeningen in het vermaarde huis Boussod-Valadon. Het jaar daarop wijdde de New York Herald een heel supplement aan zijn werk.

Hij was beroemd geworden door satirische tekeningen in tijdschriften. In het museum hangen ook bladen die afgezien van het onderwerp een genot zijn, bijvoorbeeld doordat met alleen wat grijzigheden het volume van een avondjurk geheel is gesuggereerd. Met een pastel van een vrouw met waaier was hij even op het niveau van Degas. In 1891 trouwde hij met een pastelschilderes die een bekoorlijke wipneus had en goed kookte. Edmond de Goncourt rekende haar pastels tot de 'patisserie artistique'. In 1892 verscheen Forains album 'La comédie Parisienne'.

In burgerlijk-solide omstandigheden gekomen, werkte Forain keihard, onder meer 31 jaar lang als tekenaar voor het conservatieve blad Le Figaro. Soms maakte hij opeens een impressionistisch schilderij, zoals van zijn vrouw tijdens een uitstapje met baby en kindermeid, maar dat was vakantiewerk. Zijn eigenlijke oeuvre berust op de welsprekende tekening. Hij heeft ook litho's gemaakt en etsen. Een daarvan, met de koddige voorstelling van een naakte hoer met een paraplu, was bestemd voor een boek van Joris-Karl Huysmans. De uitgever keurde de prent als te gewaagd af (misschien maar goed voor Huysmans, die commies was bij Binnenlandse Zaken). Op de expositie is het blad wel aanwezig.

Na de salons, bordelen, de schrijnende ellende van de armen en het theater als thema's, volgde in Forains werk de politiek. De affaire-Dreyfus (1894-1900) inspireerde hem tot vileine karikaturen, die ook de nazi Julius Streicher nog gebruikt zou kunnen hebben. Afkeer van joden was bon-ton in de kringen waar hij zich thuis voelde. Ook belangrijker kunstenaars waren er mee behept, Cézanne zowel als Degas. Maar Forain was een praktiserende antisemiet. Hij maakte er met zijn collega Caran d'Ache zelfs speciaal het tijdschrift 'Psst...' voor. Ook na het eerherstel bleef hij in de schuld van Dreyfus geloven. Hij kon niet tegen zijn ongelijk.

Een hoofdthema gingen voor Forain ook rechtszittingen vormen. Hij beproefde daarbij een meer picturale trant, naar het voorbeeld van Daumier en van oude meesters als Rembrandt en Hals. Tijdens de eerste wereldoorlog uitte hij zijn anti-Duitse gevoelens met felle tekeningen en zwakke schilderijen, maar de expositie beperkt zich tot de verzameling die in 1993 is verworven door de Dixon Gallery and Gardens in Memphis (Tennesee). Deze beslaat de periode van 1878 tot 1910.

Jean-Louis Forain ging op zijn 62ste levensjaar weer in militaire dienst, als camouflageschilder. Hij kreeg de hoogste Franse onderscheidingen, bezocht meermalen het bedevaartsoord Lourdes en koos na 1900 vaak religieuze thema's. Hij was een recalcitrante conformist, een menslievende haatzaaier, een volmaakte huisvader en een meedogende man. Na zijn dood bleek uit nagelaten paperassen dat hij sommige mensen in financiële nood heeft bijgestaan. Hij had blijkbaar veel gemeen met de schrijver Céline, de jodenhatende dokter van de armen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden