'Een museum vol topstukken is geen garantie voor een topmiddag'

Pauline Slot (1960), schrijfster

"Waarom bezoekt een mens musea? Drie jaar geleden drong die vraag zich opeens aan mij op. Speciaal voor de tentoonstelling van David Hockney was ik naar Londen gevlogen, met grootse verwachtingen van de fantastische landschapsschilderijen die ik zou zien. Maar het was zó druk in het museum, dat ik me afvroeg: wat doe ik hier eigenlijk? 's Avonds, op mijn hotelkamer, begon ik te schrijven aan wat 'Museumbezoeking' zou worden.

Er zijn diverse antwoorden op mijn vraag mogelijk. We zoeken naar schoonheid in musea, maar we gaan er ook naartoe omdat we willen uitstijgen boven het dagelijkse. Musea zijn een uitstapje, een winkelcentrum waar je gelukkig niets hoeft te kopen. Maar we gaan ook uit scoringsdrift. Op de vraag 'Ben je al in het nieuwe Stedelijk geweest?' kun je in sommige kringen moeilijk 'nee' antwoorden.

Toch is museumbezoek, als je even uitzoomt, een vreemde activiteit. De mens is een tactiel wezen, we willen graag iets aanraken, maar dat mag daar niet. Bovendien zijn we ingesteld op beweging, terwijl museale objecten meestal stilstaan. Het valt me op dat de blikken van bezoekers vaak ongericht ronddwalen. We kijken ontluisterend kort naar een kunstwerk: zo'n tien tot twintig seconden. Heel veel is dat niet op te rekken, zo bleek uit een experiment dat de Kunsthal in Rotterdam eens uitvoerde. Het museum liet bezoekers op een loopband lopen, de bezoeker keek daardoor tot tweeënhalve minuut naar hetzelfde beeld. Nog steeds kort: de duur van een Songfestivalliedje.

In een museum in Vancouver zat ik eens in een hokje met één schilderij en een koptelefoon, waar ik door te horen kreeg waar ik naar moest kijken. De vertelstem voorkwam dat mijn ogen steeds wegwaaiden, op zoek naar nieuwe prikkels. Ik beleefde tien aangename minuten in die cabine. Sindsdien kijk ik niet langer met dedain naar museumbezoekers met een audiotour.

De allergrootste bezoeking in een museum is de drukte. Maar ik heb ook vaak versteld gestaan over wat er werd tentoongesteld. In het Stedelijk Museum in Amsterdam bezocht ik de expositie van Mike Kelley. De Amerikaan had onder meer een kunstwerk gemaakt van een plastic stoel met sokken om de poten. Ik dacht aan mijn vader, die op verjaardagen tuinstoelen uit de schuur haalde en sokken om de poten deed, zodat er geen krassen op de vloer kwamen. In het Stedelijk heette dat kunst.

Andere bezoeking: in het Natural History Museum in Londen is een interactieve tentoonstelling over aardbevingen ingericht. In een nagemaakt Japans winkeltje kunnen kinderen, na een druk op een knop, de aardbeving in Kobe 'beleven' door een licht rammelen van de schappen. Goedbedoeld, maar waarom zou je zo'n afschuwelijke ervaring als een aardbeving terugbrengen tot een aandoenlijk schuddend winkeltje?

Onlangs nog was ik in Naturalis in Leiden, waar prachtige opgezette dieren te zien zijn, maar waar ook overal de gefiguurzaagde gestalte van televisiebioloog Freek Vonk opduikt. Leuk voor kinderen, maar ik vraag me toch af waarom die beesten op zich niet boeiend genoeg zijn. Als ik nu denk aan Naturalis, herinner ik me geen zeldzame dieren, maar die alomtegenwoordige Freek Vonk.

Wél een geweldige ervaring had ik in Beeldengalerij Het Depot in Wageningen. Mooie particuliere verzameling van beeldhouwkunst, prettig gebouw, fijn terras. Ik was niet gekomen om de beste kunst ter wereld te zien, maar had een topmiddag.

Hoe anders was dat in Londen. Een tentoonstelling van topkunst, zoals van Hockney, garandeert niet noodzakelijk een topervaring."

Pauline Slot: Museumbezoeking. Waarom wij naar musea gaan Arbeiderspers; 168 blz. euro 16,99

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden