Een museum teruggeven aan z'n stad

interview | Het Rotterdamse Wereldmuseum stond aan de rand van de afgrond. Onder interim-baas Jan Willem Sieburgh krijgt het een tweede kans.

Interim-directeur van het Wereldmuseum Sieburgh werkt aan zijn eerste tentoonstelling. Die draait volledig om de Afrikacollectie die de vorige directie bijna had afgestoten.

Deze week verkoos restaurantgids GaultMillau de wijnkaart van het Wereldmuseum tot Wijnkaart van het Jaar

Jan Willem Sieburgh ontvangt gasten in een boardroom boven in het Wereldmuseum. "Niet mijn favoriete plek van het gebouw", zegt hij aan een ovale tafel, onder felle verlichting. De nieuwe directeur van het Rotterdamse museum erfde het kantoor van zijn voorganger Stanley Bremer. Die had de vele fotolijstjes aan de muur leeg gelaten. Sieburgh heeft ze inmiddels gevuld met foto's uit de museumcollectie. Zwart-witfoto's, gemaakt over de hele wereld.

Sieburgh is nu bijna een half jaar interim-directeur van het volkenkundig museum. "Ik heb er veel plezier in. Maar het is ook zwaarder dan verwacht." Hij is nog steeds verbaasd dat het museum zo kon afzakken. "Ik noemde het eerder een verweesd museum. Ik begrijp niet dat zo'n mooie collectie in de steek is gelaten."

Dat verwijt hij de vorige directie, maar vooral de gemeente. "Natuurlijk waren er wisselende colleges. En op een gegeven moment moesten instellingen zelf meer inkomsten genereren. Heel achtenswaardig, maar dat een museum zonder conservatoren kon ontstaan, kan ik niet begrijpen. Dat is doorgeslagen denken. Een museum zonder conservatoren is geen museum."

Afgelopen voorjaar bleek het Wereldmuseum aan de rand van de afgrond te staan. In de jaren ervoor had Stanley Bremer geprobeerd een grote subsidiekorting op te vangen met 'cultureel ondernemerschap'. Met onder meer een sterrenrestaurant probeerde hij een gefortuneerd publiek te trekken. Toen Bremer de Afrikacollectie wilde verkopen, hield de gemeenteraad hem tegen. Intussen ontsloeg hij veel personeel: van de 37 medewerkers zijn er nu nog 9 over.

In april verschenen twee vernietigende rapporten over het Wereldmuseum. Jaarlijks kwam het museum ruim 700.000 euro tekort. Stanley Bremer had jarenlang positieve beoordelingen van de raad van toezicht gekregen, en kon daarom niet ontslagen worden. Hij trad vrijwillig terug en heeft nu een adviserende rol. Sieburgh: "Als ik vragen heb, bel ik hem: 'Stanley, hoe zit dat?' Dat werkt uitstekend."

Nog regelmatig verbaast Sieburgh zich over de staat van het museum. "Op alle fronten is er achterstallig onderhoud. Dat gaat verder dan in de rapporten, die gingen vooral over externe zaken." Zo had veiligheid de afgelopen jaren bepaald geen prioriteit. Wel kreeg de directeur deze week bemoedigend nieuws: nieuw onderzoek wees uit dat er geen stukken verdwenen zijn. Sieburgh trof een groot deel van de collectie ingepakt aan, alsof het elk moment verkocht kon worden. "Het eindrapport is geruststellend. Veel van de indianenverhalen rond dit museum blijken niet waar te zijn. De collectie is er en de registratie is voldoende op orde."

Sieburgh staat ook regelmatig versteld van de grote kwaliteit van de collectie. Met name die van de Afrikacollectie. "Op dag één kreeg ik een aanvraag van het Metropolitan Museum in New York om een Afrikaans spijkerbeeld te lenen." Dat staat daar nu op een tentoonstelling. "Als één van de pronkstukken."

Ritueel

Sieburgh werkt aan zijn eerste tentoonstelling. Die draait volledig om de Afrikacollectie die de vorige directie bijna had afgestoten. De tentoonstelling is een ritueel, zegt Sieburgh: "De collectie moet teruggegeven worden aan de stad." De tentoonstelling 'Afrika-010' gaat over hoe de collectie tot stand is gekomen, mede dankzij Elie van Rijckevorsel en Hendrik Muller, twee oprichters van het museum. Ze woonden op een steenworp van het monumentale Wereldmuseum. "Gast-conservator Paul Faber deed prachtige fondsen in het depot. Afrikaanse kaarten die Muller zelf geparafeerd heeft. En prachtige foto's van het stoomschip Erasmus voor de kust van Afrika."

Ook gaat de tentoonstelling over de invloed van Afrika op de samenleving. "We laten werken zien van hedendaagse Rotterdamse kunstenaars. Er is zoveel rijkdom in Rotterdam die zijn oorsprong heeft in Afrika. Van eethuisjes tot dansgroepen, theatergroepen en verhalenvertellers."

Laten zien hoe culturen verbonden zijn, dat vindt Sieburgh een van de belangrijkste functies van een volkenkundig museum. "Wat biodiversiteit is voor ons natuurlijk leven, dat is culturele diversiteit voor ons culturele leven." Juist nu er veel spanningen zijn rond diversiteit. Sieburgh: "Ik snap de angst als het dichtbij je woonomgeving of je baan komt. Tegelijkertijd vind ik het een enorme rijkdom dat wij al die culturen hebben binnengehaald."

De relatie tussen het Wereldmuseum en de stad Rotterdam was de afgelopen jaren bekoeld. Op het dieptepunt eiste museum Boijmans van Beuningen uitgeleende werken terug. De band moet weer zo sterk worden als voor die tijd, zegt Sieburgh. Om de havenstad goed te leren kennen, is de geboren Amsterdammer in Rotterdam gaan wonen. "In gesprekken merk ik dat het Wereldmuseum weer welkom is. Maatschappelijke en culturele instellingen geven ons ruimhartig een tweede kans. Die belofte zullen we inlossen."

Waarde voor het land

Het Wereldmuseum moet oppassen dat het niet alléén Rotterdams wordt, waarschuwde Gitta Luiten vorige week tijdens een debat over de toekomst van het museum. Luiten schreef een van de twee rapporten over het museum, en deed onlangs een toekomstverkenning. De collectie is van waarde voor heel het land, niet alleen voor Rotterdam, vindt zij.

Sieburgh: "Dat het die avond veel over Rotterdam ging, kwam ook door de samenstelling van het publiek. Veel oud-medewerkers, mensen die emotioneel zeer betrokken zijn. Maar Gitta had een goed punt." Sieburgh wil graag samenwerken met andere volkenkundige musea, in binnen- én buitenland. "Dit soort musea in havensteden hebben allemaal ongeveer dezelfde ontstaansgeschiedenis. Dat kan een reizende tentoonstelling langs havensteden zijn."

De gemeente gaf voor dit jaar en komend jaar twee miljoen extra subsidie aan het Wereldmuseum, om de grootste achterstanden weg te werken. Dat geld is al grotendeels uitgegeven. Om weer conservatoren aan te stellen en het museum volwaardig te laten draaien, heeft Sieburgh ongeveer 5 miljoen euro per jaar nodig, schat hij. Dat is het subsidiebedrag van voor 2013, toen de ondersteuning met 40 procent terugging. Op dit moment werkt Sieburgh aan zijn subsidieaanvraag, die hij op 1 februari zal indienen. Cultuurwethouder Pex Langenberg zei tijdens het debat dat hij de nieuwe koers van het museum zal steunen. Sieburgh: "Daar ben ik heel gelukkig mee."

Maar de interim-directeur heeft moeite met het woord 'subsidie' als het gaat over collecties als die van het Wereldmuseum. "Subsidie wordt vaak als een soort luxe-artikel gezien. Terwijl de stad zelf de eigenaar is van de collectie." En als eigenaar heb je twee opties, zegt Sieburgh. "Je doet het beheer zelf, zoals vroeger. Of je besteedt het uit: je verzelfstandigt het museum, en sluit een beheerovereenkomst." Dat woord zegt het al, vindt Sieburgh: "Het is een contract. Je hebt niet de keuze om het niet te beheren. De subsidie voor het Wereldmuseum heeft dus een ander karakter dan die voor bijvoorbeeld een toneelgezelschap. Het is goed als een gemeente inziet dat een toneelgezelschap belangrijk is voor de stad en dat ze eventuele tekorten financiert. Maar ze is geen eigenaar van dat gezelschap."

Michelinster

In zijn tijd bij het Rijksmuseum in Amsterdam maakte Sieburgh naam met zijn ondernemerschap. Hij liet de Hema prints van kunstwerken afdrukken op mokken en theedoeken en stelde een Quote 250 samen van de rijksten uit de Gouden Eeuw. Hoe kijkt hij aan tegen het sterrenrestaurant van het Wereldmuseum?

"Ik zou het toegankelijker hebben gemaakt. Een sterrenrestaurant paste beter in Stanleys visie op het museum." Deze week verkoos restaurantgids GaultMillau de wijnkaart van het Wereldmuseum tot Wijnkaart van het Jaar. "Het restaurant is waanzinnig goed. En die Michelinster trekt ook bezoekers."

Volgens Gitta Luiten waren het museum en restaurant te vervlochten. Er ging volgens haar geld van het museum naar de horeca. "Ik wil het restaurant niet kwijt, maar ik ga het ook niet subsidiëren. Door de positie waarin het Wereldmuseum is terechtgekomen, zijn ook de bezoekersaantallen van het restaurant iets teruggevallen. Maar als de horeca gaat opleveren wat ik verwacht, dan draagt die bij aan het museum."

Ook het aantal museumbezoekers moet omhoog, vindt Sieburgh. Voor dit jaar hoopt hij 83.000 bezoekers te halen, dat moeten er daarna minimaal 100.000 worden. "Maar met dat aantal ben ik nog niet tevreden." In principe werkt Sieburgh tot eind volgend jaar bij het Wereldmuseum. "Dan moeten er wel zodanige condities zijn dat ik denk dat er iets van te maken is." Als dat het geval is, wil Sieburgh best volwaardig directeur worden. "Als eruit komt wat ik hoop, dan is dat niet ondenkbaar."

Jan Willem Sieburgh

Jan Willem Sieburgh (Amsterdam, 1950) was twintig jaar actief in de marketing- en reclamesector, voor hij in 2002 zakelijk directeur werd van het Rijksmuseum in Amsterdam. Daar bleef hij aan tot 2010. In 2013 werd Sieburgh interim- directeur van het Amsterdamse Tropenmuseum. In mei begon hij als interim-directeur bij het Wereldmuseum in Rotterdam.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden