Een museum om te beleven

beroemde privécollectie | Een 'perfect' museum moest het worden, van internationale allure. Zoals Joop van Caldenborgh het wil, gebeurt het. In Wassenaar staat nu het Museum Voorlinden voor zijn imposante collectie hedendaagse kunst.

Het was een magisch moment, maar ook doodeng toen de eerste spijker in een smetteloos witte muur werd geslagen. Natuurlijk sloeg hij die spijker zelf en hing hij ook het eerste schilderij op. Joop van Caldenborgh vertelt over dat speciale moment tijdens een wandeling door zijn splinternieuwe museum. In een lege zaal staat Rudi Fuchs te hannesen met een rol tape. De oud-directeur van het Stedelijk Museum Amsterdam wil het op de kale muren plakken om te arceren waar de schilderijen van kunstenaar Ellsworth Kelly moeten worden opgehangen. Als gastconservator richt Fuchs deze openingsexpositie in. Vanuit zijn ooghoeken houdt Van Caldenborgh hem in de gaten. En vooral het potlood in zijn handen. "Rudi, je gaat toch geen streepjes op die mooie witte muur zetten?" Het klinkt als een plagerige grap. Maar de boodschap is duidelijk. Iedereen die met Joop van Caldenborgh werkt weet dat hij alles in de gaten houdt en dat er niets gebeurt wat hij niet wil. En als dat toch zo is, wordt het rechtgezet. Meteen.

Zoals die keer, een jaar geleden, toen de gevels van het museum net waren bekleed met travertijn. Hij was zelf naar de marmergroeve in Italië gereisd om deze beige natuursteen uit te kiezen, omdat de tint zo mooi aansluit bij de kleur van het duinzand in het landschap rondom het museum. De Italiaanse vaklui die de natuurstenen panelen kwamen bevestigen, had hij verteld dat hij twee millimeter speling van de voegen tolereerde. En geen halve mm meer. Twee mm is niet gebruikelijk in de bouw, dat weet hij, maar hier gelden zijn regels. Toen hij op de vroege morgen van de 27ste augustus 2015 een laatste inspectie uitvoerde, zagen de gevels er vlekkeloos uit. Met uitzondering van één paneel dat net niet helemaal recht zat. De Italianen beloofden het te herstellen. Later? Nee, nu meteen. En zo gebeurde het ook. Aan het eind van de ochtend ging zijn duim omhoog naar de vaklui. Want zo is hij ook wel weer. Charmant en royaal met complimenten als de dingen gaan zoals hij het wil.

Tot vijf jaar geleden moest Van Caldenborgh (75) niet denken aan een eigen museum. In vijftig jaar bouwde hij de grootste privé-collectie hedendaagse kunst van Nederland op, met duizenden werken en tal van grote namen. Er zijn al zoveel musea en het geeft zoveel rompslomp. En zijn kunst wordt toch wel gezien: aan (top)musea overal in de wereld geeft hij royaal bruiklenen.

Het museum kwam er tóch. Het is zo perfect geworden als hem als 'extreme perfectionist' voor ogen stond. "Weerstandsklasse 4", zegt hij trots. "Dat is de hoogste standaard op het gebied van beveiliging. Het Rijksmuseum is WK 3." Zonder een cent subsidie is het gerealiseerd en gaat het draaien. Van Caldenborgh is een vermogend man, op eigen kracht rijk geworden met de handel in chemicaliën. Wim Pijbes, de succesvolle directeur van het Rijksmuseum, gaat Voorlinden leiden en moet het internationaal op de kaart zetten. "Wim, met zijn reputatie en netwerk, is daarvoor de gedroomde directeur." Voor de tentoonstelling van Ellsworth Kelly leenden topmusea uit de hele wereld werk uit, van Centre Pompidou tot Tate Modern en het Louisiana. "Het is de eerste keer dat ik iets leen en tot mijn ongelooflijke genoegen waren alle musea daartoe meteen bereid." Een 'leuk statement' noemt hij het. Maar het zegt vooral iets over de reputatie van Van Caldenborgh in de internationale kunstwereld, die nu al afstraalt op zijn museum.

Proefdraaien met de kassa's

Van Caldenborgh wilde geen 'pottenkijkers' tijdens de bouw, maar voor Trouw maakte hij een uitzondering. De eerste keer dat we mochten komen kijken, op 16 april 2015, waren de contouren van het rechthoekige gebouw (120 m lang, 55 m breed en met zalen die in hoogte variëren van 5.26 tot 6.40 m) net zichtbaar door de bomen. Van Caldenborgh was opgelucht dat er eindelijk gebouwd werd. Het had een paar jaar gekost - 'niet de gelukkigste jaren van mijn leven' - om alle milieu- en vergunningprocedures te doorlopen. "Daar had ik me op verkeken, maar dat schijnt nog snel te zijn in Nederland. Het voordeel is wel dat ik nu alles weet van ringslangen, rugstreeppadden, ecologische zones, electriciteitsleidingen en nog veel meer."

Drie jaar eerder, in 2012, had hij de buitenwereld verrast met het plan dat er toch een museum zou komen. Het jaar ervoor had hij voor 15 miljoen euro het 40 hectare grote landgoed Voorlinden in Wassenaar gekocht. Zelf woont hij 'om de hoek', op landgoed Clingenbosch. Architect Dirk Jan Postel van het Rotterdamse bureau Kraaijvanger had het ontwerp gemaakt voor een duinzandkleurig gebouw met veel glas, dat vloeiend zou opgaan in de natuur.

Tijdens ons eerste bezoek was er nog de verbazing over zijn perfectionisme en haast maniakale controlezucht. Zelfs met de bemesting van de weilanden op het landgoed en de opbrengsten van het hooi bemoeide hij zich. Moet dat? "Ja, dat moet." Bij volgende bezoeken trad de gewenning in. Al viel het wel op dat hij niet alleen controleerde of de bouwhelm en laarzen van de verslaggeefster wel pasten, maar ook nog eigenhandig het riempje van de helm aantrok. Bij het laatste bezoek, een maand geleden, was het inmiddels vanzelfsprekend dat hij ook dat ene kiezelsteentje op het asfaltpad naar het museum opmerkte en wegschopte. Pas toen drong door waarom hij geen behoefte had aan pottenkijkers. Het museum moest helemaal perfect en áf zijn, inclusief proefdraaien met de kassa's, voor hij het wilde presenteren aan de buitenwereld.

Niet dat hij de tegenvallers verzweeg. Openhartig vertelde hij over de 'vechtpartijen' die nodig waren om zijn gedroomde museum te realiseren. Veel van wat hij wilde kon niet volgens de techneuten. Natuurlijk kon dat wel en vergde dat geen concessies maar andere oplossingen. Ook met de architect botste het. Die had het gebouw ontworpen dat hem voor ogen stond, maar hij was in zijn ogen niet de geschikte persoon om de bouw te begeleiden. Daarvoor huurde hij vier ingenieurs in. "Die hebben goed werk verricht. Maar als je het allemaal zo perfect wilt als ik, moet je toch zelf de regie nemen." Dertig verschillende aannemers stuurde hij aan. "Ik zou nu zo projectontwikkelaar kunnen worden."

Wat ging er allemaal aan vooraf? Daarover gaat dit verhaal. Maar veel meer is het ook een reis door het leven van een man die als 16-jarige zijn eerste kunstwerkje koopt, zichzelf afficheert als 'een eenvoudige koopman van chemicaliën met een passie voor kunst', maar ook als 'de vader die op zondag het vlees sneed'. Het is een reis met tussenstops bij zijn 'darlings'. Zijn kunstwerken zijn hem allemaal even lief, net als zijn andere 'verzameling': zijn kinderen en kleinkinderen. Maar met sommige heeft hij een speciale band. Zoals met de reliëfs van Jan Schoonhoven, die al heel lang met hem meereizen. Schoonhoven behoort - met Morandi - tot zijn favorieten. Hij bezit meerdere van zijn witte reliëfs met ritmische patronen. "Als ik maar één ding mee mag nemen naar een onbewoond eiland, is dat waarschijnlijk een Schoonhoven. Op zijn reliëfs raak je nooit uitgekeken, omdat ze afhankelijk van de lichtval nooit hetzelfde zijn."

Al heel vroeg kocht hij het werk van Schoonhoven, maar zijn allereerste kunstaankoop was een gekleurde zeefdruk van computerkunstenaar Peter Struycken. Die kocht hij van het geld van zijn krantenwijk. Zijn ouders hadden niet veel. Zijn vader was als ambtenaar in Den Haag gaan werken, nadat er voor hem als timmerman geen werk meer was in Limburg. Als puber droomde Van Caldenborgh ervan om

kunstenaar te worden, omdat hij wel aardig kon tekenen. Dat talent heeft hij waarschijnlijk van 'opa Vogel'. Zijn grootvader van moederskant schilderde. "Ik heb nog landschapjes van hem in mijn collectie, hij was een goede amateurschilder." Opa Vogel nam hem mee naar musea. Hij ziet zichzelf nog op z'n knietjes voor het poppenhuis zitten in het Gemeentemuseum in Den Haag. Later ging hij daar ook kijken naar de Mondriaans. Die voorkeur voor abstracte kunst en de minimalistische reliëfs van Schoonhoven komt mogelijk voort uit zijn 'mathematische geest'.

Van een weloverwogen beslissing om kunst te gaan verzamelen was geen sprake. "Achteraf zeg ik: ik begon kunst te kopen toen ik me realiseerde dat ik zelf waarschijnlijk nooit een hele goede kunstenaar zou worden."

Het was ongewoon om op die leeftijd kunst te verzamelen. Met zijn vrienden praatte hij er niet over. Behalve verzamelen ging hij ook kunstenaars bezoeken in hun atelier. Pas later realiseerde hij zich waarom dat zo belangrijk voor hem was, en nog steeds is. Kunstenaars kunnen iets wat hij niet kan: 'buiten de lijntjes' denken. Ze corrigeren zijn rechtlijnige geest. "Kunstenaars kijken anders naar de wereld en weten me daardoor vaak te verrassen. De manier waarop Ellsworth Kelly bijvoorbeeld naar een plant keek en de contouren vervolgens zo waanzinnig mooi wist te schilderen... Dat is pure verrukking."

Zijn allereerste kunstaankoop ontbreekt in het museum. Verkocht? "Ik heb nog nooit iets verkocht, ook omdat ik nooit spijt heb van iets. Dat woord ken ik niet. De zeefdruk van Peter Struycken is verbrand." Hij weet de datum nog. "Op 28 juli 1979 kopte de Telegraaf: Inferno in Rotterdam." Het kantoor van zijn bedrijf Caldic in de Leuveflat in Rotterdam ging die dag in vlammen op. Nog veel meer kunstwerken, waaronder ook een aantal Schoonhovens, gingen verloren. Zijn verzameling was toen al zo groot dat de muren van alle vestigingen van Caldic behangen waren met kunst.

Hij richtte Caldic op 29-jarige leeftijd op, na een studie economie en chemie. Het concern waarvan hij nog steeds de eigenaar is, telt nu veertig vestigingen over de hele wereld.

Leren kijken

Bij de wandeling door zijn museum valt op dat de kunstwerken royaal de ruimte krijgen. Bij hem krijgt een piepklein schilderijtje van Francis Alys een hele muur. "Je moet keuzes maken. Kill your darlings. Dat heb ik geleerd van Wim van Krimpen (voormalig directeur van de Kunsthal Rotterdam en het Haags Gemeentemuseum, red.)." Musea hangen vaak veel te vol, vindt hij. "Neem het Stedelijk in Amsterdam. Daar hebben ze de neiging om alles te willen laten zien. Ik wil ook geen grote lappen tekst aan de muur. Als het om exposities gaat, ben ik Nederland ontgroeid. Mijn missie met mijn museum is om mensen te leren kijken en iets te laten beleven. Dan moet je wel goed doseren en ze niet overvoeren."

Ook daarom houdt hij graag een oogje in het zeil als Rudi Fuchs de expositie van Ellsworth Kelly inricht. "Fuchs kan hele poëtische tentoonstellingen maken, maar ook hij hangt het vaak veel te vol."

Van Caldenborgh wil niet zeggen hoeveel kunstwerken hij bezit. "Dat staat zo opschepperig." Het moeten er duizenden zijn. Van alle soorten kunst houdt hij, maar noem hem geen eclectische verzamelaar of veelvraat. "Jij wilt toch ook niet alleen boerenkool eten? Ik hou van variatie en wil me niet beperken tot een stroming. Ik heb de meeste affiniteit met hedendaags: jong, fris en ondernemend."

Veel kunst kocht hij tijdens zijn zakenreizen die hij combineerde met het bezoeken van musea, galeries en beurzen. Hij bereidt zich altijd grondig voor en daarom kan hij snel beslissen en kopen. Maar niet tegen elke prijs. Hij onderhandelt scherp. Hij mag dan volgens Quote een geschat vermogen hebben van 300 miljoen euro - de 78ste plek op de lijst van 500 rijkste Nederlanders - hij blijft een koopman, ook als het om kunst gaat.

Naarmate zijn collectie groeide en in musea overal in de wereld steeds vaker bruiklenen opdoken uit de Caldic Collectie, werd hem regelmatig gevraagd of het niet tijd werd voor een eigen museum. Daar moest hij nooit aan denken. Ook niet toen hij stopte bij zijn bedrijf, hij was toen 66. Pas vijf jaar later viel het kwartje, toen hij een tentoonstelling mocht maken van zijn collectie in de Kunsthal in Rotterdam. "Het was fantastisch om mijn kunstverzameling met anderen te delen. Het grootste compliment was dat bezoekers de tentoonstelling zo toegankelijk vonden. Er wordt vaak zwaarwichtig gedaan over kunst en we willen alles maar interpreteren, terwijl je er ook gewoon ontzettend veel kijkplezier aan kunt beleven. Dat is ook mijn missie met Voorlinden: dat mensen hier weggaan met een glimlach en het gevoel dat ze even helemaal uit de werkelijkheid zijn gerukt."

Op de tentoonstelling in de Kunsthal had hij ook de sculptuur Open Ended van Richard Serra willen laten zien: een 'doolhof' van zes gewelfde stalen platen van 4 meter hoog, 18 meter lang en 7 meter breed. Maar het was met zijn 216 ton te zwaar voor de vloer. Het besef dat dit werk mogelijk voor altijd in een opslagloods zou staan, gaf het laatste zetje. Dan toch maar een eigen museum met een vaste plek voor zijn Serra.

Van Caldenborgh strooit graag met cijfers. Moeiteloos schudt hij getallen en afmetingen uit de mouw. Sta je met hem naar het speciale zonnedak te kijken, dan krijg je er ongevraagd de informatie bij dat het dak 115.000 buisjes telt, 24 cm lang en een diameter van 12 cm. De buisjes zijn aan de onderkant schuin afgesneden waardoor ze het noorderlicht binnenlaten en het felle zuiderlicht weerkaatsen, wat zorgt voor perfect licht in de zalen. De namen van de bloemen in de tuin die Piet Oudolf aanlegde bij het museum, heeft hij nog niet onder de knie, maar in de bibliotheek heeft hij de cijfers weer paraat. Er staan 40.000 kunstboeken, ook allemaal zelf verzameld. En de lichtkoepel Skyspace die kunstenaar James Turrell speciaal voor het museum heeft gemaakt, biedt zicht op hoge wolken op 7000 tot 8000 voet. En dan rekent hij ook nog even voor hoeveel meter dat is. Alleen als het over de te verwachten bezoekcijfers gaat, valt hij stil. "Ik weet het niet en wil het ook niet weten."

Geen detail ontgaat hem, maar hij kan heus wel dingen uit handen geven, bezweert hij. Bij de inrichting van het museum heeft hij alleen het deel voor zijn rekening genomen waar de Serra en Turrell staan en andere werken waarvan het verplaatsen te kostbaar is.

Na de beklemmende ervaring in de doolhof van Serra kun je even bijkomen bij het zwembad van Leandro Erlich, dat een nepzwembad is, en bij 'Couple under an Umbrella' van Ron Mueck: een levensecht bejaard echtpaar van kolossale afmetingen onder een parasol, waarvan je ongelooflijk vrolijk wordt. Van Caldenborgh geniet zichbaar mee. "Ik hoop dat bezoekers zeggen: Ik loop nog even door de Serra en dan ga ik naar het zwembad en langs bij de oudjes onder de parasol. Het is misschien wel een beetje een Disneyland-belevenis, maar dat moet toch ook kunnen in een museum." Hij wijst naar beneden, waar in een muur een piepklein kunstwerkje is verstopt: de liliput lift van Mauricio Cattelan. "Net zoals ik vroeger op mijn knietjes voor het poppenhuis in het museum zat, liggen hier straks kinderen op de grond naar die liftdeurtjes te kijken. Misschien komen ze net als ik vroeger met opa Vogel, ook wel met hun grootouders. En dan zeggen ze: Nu nog even naar het kleine liftje kijken, opa."

De openingstentoonstelling met werken uit de eigen collectie mocht Suzanne Swarts maken. Ze werkt al tien jaar voor hem en is nu de artistiek directeur van het museum. Tot zijn grote genoegen koos ze 'Maannacht' van Jan Sluijters als blikvanger. Dat heeft hij natuurlijk ingestoken? "Nee, het was echt haar eigen idee, al weet ze natuurlijk wel dat dit een van mijn grootste darlings is."

Hard werken

Al zijn medewerkers - het waren er tot nu toe twintig, maar om het museum te laten draaien zijn er 80 tot 100 nodig - zijn 'ongelooflijk toegewijde en harde werkers'. Daar selecteert hij op. "En ze moeten vriendelijk zijn." Zijn tuinman en chauffeur Marc van den Berg, die al jaren een tuinhuisje bewoont op het privélandgoed van Van Caldenborgh, brengt dat feilloos in de praktijk. Zodra hij iemand ziet naderen op de oprijlaan naar het museum, zet hij de lawaaierige grasmaaier of kettingzaag uit om de bezoeker te begroeten.

Elke sollicitant passeert het bureau van Van Caldenborgh. Hij is niet te spreken over de kennis en voorbereiding van veel jonge kunsthistorici. "Sommigen zeggen doodleuk dat ze al een jaar niet naar een museum zijn geweest of hooguit naar het Rijks- of Legermuseum, laat staan dat ze een galerie bezoeken of wel eens de krant lezen. Interesse in moderne en hedendaagse kunst is een must als je hier wilt werken."

Zelf moet hij nu de macht delen met Wim Pijbes. Wordt dat geen bonje, twee perfectionisten bij elkaar die zich overal mee willen bemoeien? "Het delen van de macht heb ik al moeten leren met mijn oudste zoon Olaf, die nu directeur is van mijn bedrijf. Daarom zal het met Wim ook wel lukken. Wim is de baas, al blijf ik als lid van het bestuur er wel bij betrokken. Ik blijf ook de verzamelaar, samen met Suzanne doe ik de aankopen. En ik ga ook de tuin doen. Ik heb altijd hard gewerkt en dat blijft zo."

Dat houdt hij ook vol door zijn vrouw. "Ik heb een zeer ideale vrouw bij wie ik kan uithuilen, die me wijze raad geeft en me kalm houdt." Al meer dan vijftig jaar zijn ze samen. Ze hebben drie zonen en drie dochters en tien kleinkinderen. Hij was 'zo'n vader die op zondag het vlees sneed'. Zijn afwezigheid 'compenseerde' hij door met elk kind na het behalen van het diploma van de middelbare school drie weken een avontuurlijke reis te maken, naar Australië, Nepal of China. Na afloop moesten ze twee fotoboeken met reisverslagen maken, zodat hij er zelf ook één heeft.

Toen de beslissing viel om toch een museum te bouwen, maakte hij met zijn vrouw en kinderen de afspraak dat ze het moesten afblazen als hij zou overlijden voor er werd gebouwd. Als het eenmaal in aanbouw was, moest het worden voltooid. "Mijn oudste zoon Olaf en dochter Yvette, die ook in het bestuur zit van het museum, zouden dat dan regelen."

Nu het museum klaar is, kan hij zich weer voluit richten op de kunst. "Dat is er wel bij in geschoten. Ik heb ook te weinig gekeken naar mijn Morandi." Hij wijst naar 'Natura Morta' van Giorgio Morandi, een stilleven van vazen dat altijd bij zijn bureau hangt. "Misschien moet ik toch dit meenemen naar een onbewoond eiland. Hier raak ik nooit op uitgekeken, omdat het alles vertelt van de schilderkunst. De subtiele schaduw, de compositie, het fletse roze dat als enige kleur oplicht tussen de gedempte grijstinten. Het is zo simpel, het is bijna abstract. Stiller kan het leven niet zijn dan op dit stilleven."

Koning Willem-Alexandert opent op 10 september Museum Voorlinden aan de Buurtweg 90 in Wassenaar. Vanaf 11 september is het publiek welkom, zeven dagen per week van 11-17 uur.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden