Een mooie zangstem is een pijnlijk geschenk

Zingen is populair op tv: ’The voice of Holland’, ’X factor’, ’Op zoek naar Zorro’. De NCRV sluit op die trend aan met ’Levenslied’, een dramareeks over het wel en wee van een Haarlems koor. We zien de leden tijdens de repetities, maar het echte verhaal speelt zich buiten af.

Dylan (Guy Clemens) is een seksueel verknipte eenling, die wanhopig aansluiting zoekt bij de mensheid. Jurist Jeroen (Tijn Docter) worstelt met zijn geweten op een fout advocatenkantoor, waar hij werkt dankzij zijn heerszuchtige moeder. Dirigente Betty (Anna Drijver) heeft in de gevangenis gezeten en mag daarom haar zoontje niet meer zien. Zo heeft elk koorlid zijn eigen afschuwelijke geheimen. Eenzame geheimen, want ze worden op de repetities niet gedeeld.

Het koor is een parallelle wereld, waar het vooral om zangplezier lijkt te draaien. Daarnaast heeft het koor een netwerkfunctie, al net zo’n eigentijds verschijnsel als een tv-talentenjacht.

Wanneer Dylans moeder overlijdt, staat het koor direct klaar om op te treden tijdens de crematie en als Elske (Caro Lenssen) een werkkamer zoekt voor haar componerende man (de laatste rol van Antonie Kamerling) klopt ze aan bij mede-koorlid Madee (Nadja Hüpscher), die in het vastgoed zit. Maar ze vertelt daarbij niets over het tirannieke karakter van haar echtgenoot, net zo min als Dylan zijn collega-zangers iets laat blijken van zijn erotische frustraties.

Hopelijk komen het persoonlijke drama en de ’koorwereld’ in het vervolg van deze serie wat dichter bij elkaar, want het koor zal toch een belangrijker rol moeten vervullen dan een vehikel voor, op zich spannende, verhaallijnen in de ’buitenwereld’.

Ook de VPRO doet aan zang. In ’Zingen’ gaat het om een aspect dat op tv nauwelijks aan bod komt: de techniek. Fascinerend om zangers abstract te horen spreken over iets concreets als stemgeluid. Ze proberen te lokaliseren waar hun stem werkelijk zit. Niet in die twee kleine spieren, die stembanden heten, zo bleek uit de uitzending met Karin Bloemen. Het hele lichaam doet het werk.

Gisteravond probeerde sopraan en Mozart-vertolkster Charlotte Margiono op eigen videobeelden aan te wijzen waar haar geluid zit: ergens in het voorhoofd.

Het mooie van deze serie is dat de kijker iets meekrijgt van de magie van de zang. Zoals met alle kunst, komt er bij zingen, naast techniek en ervaring, ’iets’ bij, een iets dat de ziel raakt. Thomas Acda en Paul de Munnik hadden het over het naar elkaar toe kleuren van hun stemmen, waardoor er zo’n grote eenheid ontstaat dat ze bij het terugluisteren vaak niet eens meer weten wie wat zingt. Margiono sprak over een ’kleine machine’ die aanspringt: „Ik zing niet meer, maar iets om mij heen”.

Een mooie stem is een pijnlijk geschenk, zo blijkt in deze serie. De stem is kwetsbaar en daarmee de levensvervulling die zingen is. Bloemen worstelt met bronchitis, Acda slikt kankermedicijnen als ontstekingsremmer en Margiono, onlangs gestopt, vecht om haar ’oude stem’ terug te krijgen. Een recensent schreef: Ze is de vocale bruikbaarheid voorbij. „Alsof je een koelkast bent”, concludeerde Margiono. Persoonlijk drama en zang verenigd in één huiveringwekkende zin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden