Een monnik van de natuur

Natuurvorser 'Vogels bemin ik, ja vogels', schreef natuuronderzoeker Co Walters toen hij 17 jaar oud was. Zij zouden zijn enige liefde blijven. Zijn pupil én navolger, de Amsterdamse oud-stadsecoloog Martin Melchers, maakte een portret van deze ongekend gedreven en eigenzinnige vogelaar.

Vlak na de dood van Co Walters in 2009 had zich een rij dozen over de volle lengte van de slaapkamer van Amsterdamse stadsecoloog Martin Melchers gevormd. Een leven lang veldwerk van zijn leermeester stond daar naast zijn bed in de vorm van 20.000 pagina's handgeschreven dagboekaantekeningen. Maar na zes jaar had Melchers' vrouw genoeg van die dozen in de kamer. Melchers moest ermee aan de slag. Nu heeft hij een deel van die dagboeken gebundeld, voorzien van ruim achthonderd foto's en van zijn eigen commentaar. Het resultaat is een ruim vijfhonderd pagina's tellend, ruim 2,5 kilo wegend portret van een wat zonderling, maar gedreven natuuronderzoeker en van de ruige natuur rondom de stad. In de commentaren van Melchers is tussen de regels door zijn eigen coming of age-verhaal te lezen.

"Walters kennende had hij dit boek niet goed gevonden", zegt Melchers. "Hij bepaalde altijd zelf wat er met zijn kennis gebeurde." Heel sporadisch had Walters wat hij opschreef met anderen gedeeld. "Hij was gesteld op zijn privé." Niet dat de dagboeken een diep gevoelsleven herbergden. Het waren natuuraantekeningen: pagina's minutieus bijgehouden eiermaten, de lengtes van vleugels, gewichten van kuikens en waarnemingen in het veld, afgewisseld met handgetekende grafieken, ingeplakte veertjes, tekeningen en foto's. Door die manier van werken werd ieder dagboekje een monomaan kunstwerk op zich. Wat teksten betreft was de in 1926 geboren Walters minder uitbundig. Wat hij schreef beperkte zich dikwijls tot zinnen als: 'Hermelijn gesnapt met dode jonge veldleeuwerik' of 'Vijf nesten met vers gewicht van eieren' (net gelegde eieren).

Westelijk Havengebied

De dagboeken liggen de stadsecoloog na aan het hart. "Walters fotografeert, tekent en beschrijft het paradijs waarin ik zo veel tijd van mijn leven heb doorgebracht. De opgespoten terreinen voor het Westelijk Havengebied strekten zich tientallen kilometers ver uit in de jaren vijftig, zestig en zeventig. De natuur regeerde er met harde hand, kraakte de zandvlakte en kon er zijn gang gaan."

Nu is dat terrein bijna geheel in gebruik door de haven. "Bofkonten waren we. Zulke dichtheden van bijvoorbeeld de drie soorten plevieren, heb en had je nergens anders in Nederland. Achteraf was dat zo'n rijkdom, maar toen was het een ontdekkingsreis."

Melchers leerde Walters kennen toen hij als jongetje van een jaar of tien langs de stadsranden bij Amsterdam-West zwierf. Walters deed daar, altijd gestoken in overhemd, das en grijs colbert zijn vogelonderzoeken. "Meneer Walters gedoogde mij, want ik was een goeie zoeker. Hij vond het wel handig, dat jongetje dat maar nesten bleef aanwijzen." Tegelijk leerde Walters Melchers de verschillende soorten vogels en planten herkennen.

Melchers was niet de enige die Walters volgde door de ruige vlaktes. Ook zijn vriend Fred Nordheim ging mee, later gevolgd door meer mensen die hij in zijn boek beschrijft als 'de jonge vogelaars'. Ze hielpen meten, vangen, ringen. In de loop van de tijd verzamelde Walters bergen gegevens. Want hij had weliswaar overdag een baan - hij was hoofd inkoop van grondstoffen bij Van Gelder Papier - al zijn vrije tijd besteedde hij aan vogels. Walters had dan ook weinig om hem af te leiden. Dat verwachtte hij eigenlijk ook van anderen. Zo verafschuwde hij dat Melchers zondag voetbalde. Toen vriend Fred Nordheim een meisje meenam het veld in, zei Walters: "Pas op met die vriendinnen, vrouwen zijn de vijanden van de wetenschap."

Later zou hij een van de andere jonge vogelaars met trouwplannen voorrekenen hoeveel een vrouw zou kosten. "Met brandstof, eten, wonen, kleding et cetera kwam Walters op een miljoen gulden aan kosten." Zelf had Walters slechts geroken aan de liefde. "Hij had ooit verkering met een meisje op zijn werk bij Van Gelder Papier, maar toen van hem verwacht werd dat hij thee zou drinken met zijn schoonouders op een stralende zondagmiddag in het voorjaar, toen de velden vol nesten met eieren die op uitkomen stonden lagen, was de liefde snel voorbij."

Ieder vrij uur kon hij zo, zonder afgeleid te raken, besteden aan natuurstudie. Zijn motto: 'Opdat een leven niet nutteloos verloren ga'. Met deze levensinstelling verzamelde hij ongekende hoeveelheden data. Zo had hij in de jaren zestig - toen had hij twintig jaar onderzoek gedaan - 1886 kleine plevieren gevangen en geringd en 1583 eieren van de strandplevier gemeten. "Het is van een buitenaardse orde. Dat kan je alleen als je een monnik wordt, die gevoed wordt door de natuur."

Thee met een biscuitje

Vrijwel zijn hele leven zou Walters samen met zijn broer in Amsterdam Oud-West wonen. Melchers: "In dat huis veranderde nooit iets. Er was altijd één lamp aan, boven de eettafel. Je kreeg thee met een biscuitje. In de keuken werd nooit warm water aangelegd, er was ook geen douche. Ze wasten zich met water gekookt in een pannetje, de broers waren zeer zuinig."

Het boek toont foto's van een eindeloze hoeveelheid verzamelde doosjes en verpakkingen die Walters bewaarde om eieren, braakballen en andere vondsten in te bewaren. "Alles bewaarde hij, tot oude kranten aan toe om de weerberichten bij te houden."

Autodidact

Walters werd met al zijn gegevens en publicaties die hij daarover deed - hij was plevierenspecialist - met enige regelmaat aangezien voor beroepswetenschapper. "De Duitsers gaven hem bijvoorbeeld een gratis titel, kreeg hij post met sehr geehrte Herr Doktor." Maar Walters was, net als Melchers zelf overigens, autodidact en werkte vrijwel zijn leven lang bij hetzelfde bedrijf. Niet dat hij niet had willen studeren, hij was de beste uit zijn klas op de hbs, maar geld voor de universiteit was er niet. Hij ging direct na de middelbare school werken.

Wellicht was dat de reden dat hij Melchers geflierefluit in het veld niet begreep. "Ik liep maar wat rond. Nog steeds: als ik een nest vind, ontfutsel ik de natuur een geheimpje en lijkt het of ik zo contact heb met de natuur. Ik mat niks, ik publiceerde de gegevens niet, dat zou later komen. Walters vond dat nutteloos. Ik vergat bovendien veel, en moest het nog een keer horen." Maar juist om het vergeten tegen te gaan, maakte Melchers dit boek. In de laatste regel schrijft Melchers: "Walters mag niet vergeten worden, daarvoor was hij te belangrijk."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden