Een monnik die midden in de wereld staat

Herman De Dijn, befaamd Spinozakenner, geeft in zijn nieuwste boek de lezer een sleutel tot het werk van Nederlands grootste filosoof.

Wie wel eens de ’Ethica’ van Spinoza (1632-1677) in handen heeft gehad weet hoe streng wiskundig dit filosofisch hoofdwerk oogt: het geheel is opgebouwd uit grondwaarheden, definities, stellingen en bewijzen. Het zijn de doornen die prikken voordat men zich mag behagen in de welriekendheid van de roos.

Tegelijk oefent de koelte van deze gestijfde stellingen een onmiskenbare aantrekkingskracht uit op hen die zich niet meer koesteren in de warmte van het reguliere geloof en die evenmin toevlucht vinden in esoterische alternatieven.

De Belgische filosoof Herman De Dijn merkt scherpzinnig op dat Spinoza’s ingesnoerde denktrant net zo betovert als de scherpe contouren en gestaalde logica van Wittgensteins wijsbegeerte, en als de koude berglucht die door Nietzsche’s gedachten waait. Dat heeft te maken met de bekoring van de oergrond, de zucht naar zuiverheid en naar de eerlijkheid van primaire vormen. Bovendien was Spinoza, net als Nietzsche en Wittgenstein, een enigmatische persoonlijkheid; iemand die altijd deels achter de deur blijft staan. En dat blijft boeien.

In zijn analyse van de ’Ethica’ heeft De Dijn het verschillende malen over ’het heil’. Daarvoor gebruikt Spinoza zelfs termen als ’gelukzaligheid’ en ’heerlijkheid’. Dat is meer temperatuurstijging dan je bij Spinoza zou verwachten, maar na een aanvankelijk opwarming steekt er toch een koude wind op als je leest dat dat heil ook wel bestaat in een illusieloos geluk.

Want het is pas na veel filosofische inspanning dat de horizon van dat heil in zicht komt en het bestaat grotendeels in berusting. Dat geluk lijkt, om het met een aan Schopenhauer ontleende metafoor te zeggen, op een zonnestraal die doorbreekt in een stormachtige hemel. Pas als men zich onttrekt aan de turbulentie van de tijd en na veeleisende beschouwelijkheid wordt het inzicht bereikt dat de werkelijkheid „een onpersoonlijke oergrond [is] waaruit alles op strikt noodzakelijke wijze voortvloeit”.

Dat inzicht voert naar rust en berusting: de dingen zijn zoals ze zijn en wie dat inzicht tot zijn doordacht eigendom maakt, heeft een vredig gemoed. De Dijn verbindt dat met eerbied en religiositeit, welke laatste „alles te maken [heeft] met een soort aanvaarding van onze oorsprong in iets dat er helemaal niet voor ons is”.

De Dijn, emeritus hoogleraar te Leuven, is een gereputeerd Spinoza-kenner. Dit boek is gegroeid uit eerdere artikelen en de behoefte om het denken van Spinoza omspannend te beschrijven. Het biedt ’sleutels’ tot de ontsluiting van diens filosofie maar gaat verder dan alleen uitleg en is ook interpretatief.

De Dijns Spinoza is, bijvoorbeeld, bepaald religieuzer dan die van Jonathan Israel in diens geruchtmakende ’Radical Enlightenment’. De Dijn stelt dat Spinoza geen materialist was. Maar daar hoort wel een noot bij, namelijk dat je volgens De Dijn pas materialist bent als je materialiteit opvat als de enige kwaliteit die de natuur heeft, terwijl Spinoza uitgaat van oneindig veel kwaliteiten. Maar waarom zou je niet uit kunnen gaan van materialiteit als de enig bestaande substantie die zich openbaart in een veelvoud aan verschijningsvormen? Als dat een geoorloofde uitleg is, dan zit Spinoza daar erg dicht bij.

En de God van Spinoza is volgens De Dijn die van de filosofen, namelijk de Natuur „opgevat als Iets Transcendents waartoe wij ons ‘existentieel’ kunnen verhouden”. Terwijl De Dijn materialisme zo nauw definieert dat Spinoza daar niet in past, interpreteert hij religie zo ruim dat Spinoza transcendent onderdak wordt geboden.

Iedereen kent het schilderij van Spinoza, met zwarte mantel en witte kraag, donkere ogen en afgeronde wenkbrauwen. De Dijn schildert ons Spinoza naar zijn interpretatie en voegt een gezicht toe aan de filosoof die Caute (wees voorzichtig) als levensmotto had en verborgenheid als tweede natuur.

Spinoza is Nederlands grootste filosoof en De Dijn een groot Spinoza-kenner. Dat laatste helpt het eerste inzichtelijk te maken. De Dijn ziet Spinoza een beetje als een monnik die zich terugtrekt in zijn cel maar niettemin volledig betrokken is op de wereld en de samenleving die hij wil dienen door een modus vivendi te doordenken (en te demonstreren) die de mens verzoent met de werkelijkheid.

Dat zijn allemaal behartenswaardige opmerkingen van De Dijn, in het laatste hoofdstuk van zijn ’Spinoza’. Eigenlijk heeft hij het beste voor het laatste bewaard. „Al het voortreffelijke is even moeilijk als zeldzaam”, zegt Spinoza. Daarom gaat het pad van De Dijn soms over doornen maar het is mooi als er ergens een zonnestraal doorbreekt op weg naar Spinoza.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden