Een Mondriaan van ijzerdraad

In het Gemeentemuseum Den Haag is vanaf vandaag werk van de Amerikaanse kunstenaar Alexander Calder te zien. De overeenkomst met Mondriaan is frappant.

Al meer dan veertig jaar was er in Nederland geen tentoonstelling van de Amerikaanse kunstenaar Alexander Calder (1898-1976) die bekend is van zijn draadsculpturen en mobiles. Conservator Doede Hardeman van het Gemeentemuseum Den Haag, waar vanaf vandaag een groot overzicht is te zien van deze kunstenaar, kan zich dat nu ook wel voorstellen. "Het is ongelooflijk veel werk om zijn werken goed neer te zetten en op te hangen."

En dan hebben we het nog niet eens over de kosten van het vervoeren, verzekeren en installeren van de tientallen fragiele draadfiguren en mobiles. Zonder de bijdrage van 450.000 euro van de Turing Foundation, het goede-doelenfonds van Pieter Geelen (mede-oprichter van TomTom) had deze tentoonstelling nooit tot stand kunnen komen. Het fonds stelt iedere twee jaar dit bedrag beschikbaar om Nederlandse musea uit te dagen hun 'impossible dream' te verwezenlijken.

Om maar meteen met de deur in huis te vallen: het Gemeentemuseum heeft dat meer dan waargemaakt. 'Alexander Calder - De grote ontdekking' is een droom van een tentoonstelling geworden. Met dank ook aan die twee Amerikaanse technici die negen dagen in touw zijn geweest om de mobiles te installeren. Wat heel nauw luistert. Een schilderij kun je nog wel even snel verhangen. Bij een mobile die voor de juiste balans heel precies moet worden afgesteld, is dat een stuk ingewikkelder.

Het museum wilde niet alleen maar een Calder-show brengen. Het publiek moet in de visie van directeur Benno Tempel ook inzicht krijgen hoe kunstenaars zich ontwikkelen en elkaar over en weer beïnvloeden. Met de grootste collectie Mondriaans ter wereld in huis, ligt het voor de hand dat diens werk een rol speelt in de verhaallijn van de tentoonstelling.

Op het eerste gezicht lijkt het een onmogelijk duo: Calder met zijn speelse en beweeglijke werk en Mondriaan met zijn ogenschijnlijk statische abstracte schilderijen. Wat hebben die twee met elkaar te schaften? Het mooie van deze tentoonstelling is dat de makers zich ook echt lijken te hebben verplaatst in een doorsnee bezoeker die zichzelf die vraag stelt.

De expositie begint met de jonge Calder die voorbestemd is beeldhouwer te worden, net als zijn vader en grootvader. Op 11-jarige leeftijd knutselt hij van lapjes, touwtjes, stukjes hout en ijzerdraad al de mooiste speeltjes in elkaar. En van een gevonden koperen plaat maakt hij verfijnde kleine sculpturen als een hond en eendje. Hij volgt een opleiding tot mechanisch ingenieur, maar besluit op 25-jarige leeftijd kunstschilder te worden.

Maar tekenen gaat hem eigenlijk beter af, vooral het in een enkele lijn tekenen zonder de pen van het papier te halen. Daarnaast blijft hij dingen in elkaar knutselen, waarbij hij steeds vaker ijzerdraad gebruikt. Zijn eerste draadsculpturen ontstaan, wat vernieuwend is, want sculpturen waren massief en gemaakt van hout, steen en brons.

Als hij in 1926 naar Parijs vertrekt om zich daar verder te ontwikkelen, begint hij een miniatuurcircus te maken, waarmee hij ook gaat optreden. Met een minimum aan middelen en een enorme verbeeldingskracht brengt hij de circusfiguren tot leven: een olifant is niet meer dan een lapje stof op houten poten. De Parijse kunstscene - Picasso, Léger, Le Corbusier, Man Ray, Kertész, Theo van Doesburg en Piet Mondriaan - komt ook naar de performances kijken van Calder. Fernand Léger zou er later over schrijven: "Groter 'tegenstelling' dan die tussen Calder, een man van 200 pond, en zijn ijl, doorzichtig en speels werk, is nauwelijks denkbaar." Eén van zijn bekendste draadfiguren uit die tijd is de danseres Joséphine Baker die in Parijs furore maakt met haar wilde dansen op jazzmuziek. Calder maakt naam als 'Wire Man'.

'De koning van het ijzerdraad' had nog jarenlang kunnen doorgaan met het maken van zijn draadfiguren. Maar dan gebeurt er iets: hij bezoekt het atelier van Piet Mondriaan en dat betekent een keerpunt. Of zoals hij het zelf zegt: 'a shock that started things'. Ook de bezoekers van de tentoonstelling ervaren dat bezoek als een soort shock. In het hart van de tentoonstelling duikt ineens het tot in de kleinste details nagebouwde ingerichte atelier van Mondriaan aan de Rue du Départ op. Pardoes word je weggerukt uit de speelse wereld van draadijzeren figuren. Een groter contrast is haast niet denkbaar. In het atelier liggen Mondriaans ronde brilletjes en pijp op tafel. Aan de wanden hangen zijn schilderijen.

Calder is diep onder de indruk, al vindt hij wel dat de gekleurde platen op de wanden, die de schilder met zorg heeft gearrangeerd, zouden moeten bewegen. Maar Mondriaan vind dat geen goed idee, want 'mijn schilderkunst is al heel snel'. Weer buiten valt het oog op twee abstracte schilderijen: het ene is van Mondriaan, het andere van Calder. Meteen na zijn bezoek aan het atelier maakt Calder twintig abstracte schilderijen die sterke gelijkenis tonen met het werk van Mondriaan.

Calder is helemaal óm. "Het bezoek aan Mondriaans atelier maakte me abstract", concludeerde hij later. Zijn sculpturen bestaan niet meer alleen uit ijzerdraad, maar ook uit rode, zwarte of witte bollen. Zijn draadfiguren maken plaats voor mobiles, nog steeds speels en beweeglijk, maar volledig abstract. En dan ineens, in de zaal waar grote mobiles van Calder om de aandacht moeten concurreren met Mondriaans zinderende 'Victory Boogie Woogie', valt het kwartje en wordt duidelijk dat Calder en Mondriaan misschien wel meer met elkaar delen dan vaak is aangenomen. Beiden zijn op zoek naar de juiste balans, Mondriaan in zijn abstracte schilderijen, Calder in zijn mobiles. Ook hun liefde voor opzwepende jazzmuziek klinkt door in hun werk, alleen zoekt Mondriaan het in het ritme en is Calder vooral bezig met de beweging.

Mondriaan en Calder bleven altijd bevriend. Enkele maanden voor zijn dood in 1944, helpt Mondriaan samen met Marcel Duchamp, Calder met het inrichten van een expositie in de tuin van het MoMa in New York. Duchamp pakt een katje op en zet het op de stang van een mobile. Na enig balanceren redt Mondriaan het beestje en houdt het liefdevol in zijn armen. Het zijn de enige bewegende beelden van Mondriaan, nu voor het eerst te zien in een Nederlands museum. Tot in de kleinste details is deze tentoonstelling raak.

Alexander Calder. De grote ontdekking, Gemeentemuseum Den Haag, t/m 28 mei. De catalogus kost ¿ 24,95. Sieb Posthuma schreef en illustreerde het kinderkunstboek 'De draad van Alexander', uitg. Leopold, ¿ 13,95. Meer info: www.gemeentemuseum.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden