ColumnStevo Akkerman

Een moeilijk gesprek met mijn vader in het verpleeghuis

Er is een stille ramp gaande, schrijven de kranten. In de verpleeghuizen sterven net zoveel mensen door het coronavirus als in de ziekenhuizen, mogelijk zelfs meer. En het zijn vooral de zorgmedewerkers die – tot hun grote frustratie – het virus overbrengen. Dat is wat ik lees: achter de gesloten deuren van onze instellingen gaat het mis.

Mijn ouders zitten in zo’n verpleeghuis, moeder op een gesloten afdeling, vader nog niet. Er is sprake van besmettingen in het huis, maar wij weten niet hoeveel. Gisteren kon ik mijn vader even bellen met een videoverbinding, al was de term ‘verbinding’ nauwelijks van toepassing. Een oefening in machteloosheid, dat was het, zoals heel deze crisis. We zagen elkaar, maar we bereikten elkaar niet, zo was in elk geval mijn indruk. Misschien zocht ik het te veel in praten, stelde ik te veel vragen. Hoe was het gegaan met Pasen? Was er een speciale maaltijd geweest? Had hij nog naar de Matthaüs geluisterd? Hij wist het niet of kon geen antwoord vinden.

Er dan waren er de dingen waar ik hem sowieso niet mee kon lastigvallen. De Volkskrant sprak met zes ongeruste verpleegkundigen, van wie een ontslag nam omdat ze niet verantwoordelijk wilde zijn voor het besmetten van bewoners. Maar volgens minister Hugo de Jong moet zorgpersoneel ook zonder beschermende middelen – er is nu eenmaal een tekort – aan het werk, anders zijn er te weinig handen aan de bedden. Terwijl artsenorganisatie KNMG zorgverleners opriep om terughoudend te zijn zonder bescherming. Hoe zou dat er in verpleeghuizen uit moeten zien?

Ik vertelde mijn vader dat ik gewandeld had, twee dagen achter elkaar, en ik liet het woord ‘IJssel’ vallen, omdat die rivier hem veel zegt. Hij staarde naar het scherm zonder enig blijk van herkenning. Hij was moe.

In NRC was de voorzitter van de verpleegkundig specialisten bitter over alle hulde voor de zorg. “Allemaal gebakken lucht. Zonder persoonlijke beschermingsmiddelen gaan we dood, en onze bewoners zullen als eerste gaan.” Jos de Blok, directeur van Buurtzorg, zei : “De meeste besmettingen gebeuren door zorgverleners. Er is een enorme inschattingsfout gemaakt. Er lopen nu mensen rond die emotioneel belast zijn omdat ze niet weten of ze patiënten hebben besmet die overleden zijn.”

Ik hoorde dat op de kamer van mijn vader het zonnescherm naar beneden ging. “U hebt zon”, zei ik, “bij mij is het grijs en bewolkt.” Hij probeerde iets te zeggen, maar ik verstond hem niet.

Ouderenpsycholoog Sarah Blom vroeg zich in het Nederlands Dagblad af of demente bewoners van verpleeghuizen niet te zwaar gestraft worden door het bezoekverbod van familieleden. Het ontneemt ‘de mens met dementie de kans zichzelf als mens te beleven’. Anderzijds stelde ze vast dat sommige patiënten rustiger en minder gestresst waren nu ze geen bezoek meer kregen.

“Als dit gedoe voorbij is, kom ik u weer gewoon opzoeken”, zei ik tegen mijn vader. Hij reageerde niet. Het was een moeilijk gesprek, vond ik.

Drie keer per week schrijft Stevo Akkerman een column waarin hij de ‘keiharde nuance’ en het ‘onverbiddelijke enerzijds-anderzijds’ preekt. Lees ze hier terug. Abonneer je op zijn column in onze mobiele app en lees hem als eerste.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden