Een moderne Ark met tien groene geboden

De Groene Ark in het Stadskantoor van Utrecht. Beeld Maarten Hartman

Het creatieve filosofische duo Walter Breukers en Jaap Godrie begint een project voor schone steden. Hun prijswinnende idee: een Ark met tien duurzame geboden, die van stad naar stad reist.

Hij is niet te missen. In het Stadskantoor van Utrecht, waar mensen burgerzaken komen regelen, staat een glanzende kist op de grond. Pontificaal in de entreehal. Filosoof Walter Breukers (32) en historicus Jaap Godrie (33) staan er trots naast. Met deze vondst wonnen ze afgelopen vrijdag een internationale ‘Post fossil city’-wedstrijd, voor duurzame steden.

De kist is een Ark, met draagstokken eraan. ‘De Ark van het Nieuwste Verbond’, noemen ze hem. Het is een verwijzing naar de oude Bijbelse Ark, die door het Joodse volk door de woestijn werd getorst richting het beloofde land.

Net als die Bijbelse Ark bevat de kist van dit duo een lijst van tien geboden. In dit geval zijn het tien duurzame geboden. Het idee: de Ark reist van stad naar stad, veertig jaar lang. Inwoners en bestuurders van de stad die de Ark bezit moeten de duurzame geboden zelf interpreteren en uitvoeren, als eerste in Utrecht. Waar kunnen de ‘groene’ geboden toe leiden? De bedenkers geven een schot voor de boeg.

1. Gebruik taal als middel voor verandering

Godrie: “Traditioneel wordt taal gezien als afspiegeling van de werkelijkheid. Denk aan de oude Bijbelse geboden. Die gelden toch een beetje als universele, oneindige waarheid. Dat is niet zo bij onze duurzame geboden. Ze dagen mensen uit om zelf een invulling te bedenken.”

Breukers: “Je kunt met taal bewustzijn creëren. Een stad zou bij tankstations kunnen vermelden: ‘1 liter benzine bevat 350.000 geesten van overleden planten’, omdat olie uit biomassa ontstond. Dan denken mensen: wacht eens even. Dus elke keer dat ik gas geef vliegen er duizenden geesten uit de knalpijp! Dan ga je toch anders om met het materiaal. Er ontstaat een soort bezieling.”

2. Breek met oude verbonden

Godrie: “Stedelingen zouden kunnen zeggen: we gaan alle regels en wetten herschrijven. Zover mag het best gaan. Eigenlijk moet je schoon schip maken met je eigen fundamentele overtuigingen, om ruimte te maken voor nieuwe. Want die transitie naar duurzaamheid zal zeer ferm moeten zijn.”

Breukers: “Precies. Je bent er als stad nog lang niet als je zegt: hier leggen we zonnepanelen, daar planten we bomen, klaar is kees! Dat doet geen recht aan de grote opgave. Alle ideeën waar we aan vasthouden, die moeten we toch eens grondig herzien.”

3. Wijs oneindigheid af

Godrie: “Er is in steden sprake van een ernstige mismatch. Mensen willen het oneindig beter hebben, meer hebben. Tegelijkertijd weten we dat we een eindige voorraad grond- en brandstoffen hebben. Daar ligt het probleem. Je model op oneindige groei inrichten is een recept voor ongeluk. Dat kan anders.”

Breukers: “In tegenstelling tot vroeger zijn steeds meer mensen overtuigd van eindigheid: geen leven na de dood. Maar gek genoeg: in ons economisch systeem geloven we wél nog in oneindigheid. Groei zonder grenzen. Wanneer je dat systeem van oneindige groei plakt op een ‘eindige’ wereld, levert dat stress en ellende op. Dus een stad moet eindigheid opnemen in zijn beleid en niet oneindigheid.”

4. Vuur is een geschenk van de zon, boots dat niet na

Godrie: “Vuur heeft ons warmte gebracht. Mooi, maar wij mensen zijn overmoedig geworden. We zijn álles gaan verbranden. Daarmee hebben we de balans van koolstof verpest. We zouden vuur als gift moeten accepteren, in plaats van het zelf te willen imiteren. Met de zon is er al genoeg vuur voor iedereen.”

Breukers: “Zo is het. De stedelingen kunnen met zonnepanelen de gift van de zon als cadeau ontvangen en vieren. Dat is gratis. Een zonnepaneel is de uitgestrekte arm van de mens, die eindelijk de energie van de zon als gift ontvangt. Planten hebben met hun bladeren ook hun armen open. Die planten hebben al lang in de gaten dat de zon hun grote held is.”

Walter Breukels (links) en Jaap Godrie bij hun creatie. Beeld Maarten Hartman

5. Vergeet nooit: u was ooit een uil

Godrie: “Alles bestaat uit moleculen. Dus je kunt alles, ook mensen, zien als herschikte energie. We bestaan uit een verzameling van dieren, planten en materialen. Als we dat beseffen, dan zullen we met alles zorgvuldiger omgaan.”

Breukers: “Dit besef kan het antropocentrisch, egocentrische wereldbeeld doen kantelen. Mensen moeten hun plek ten opzichte van de natuur weer kennen. Een stadsmens dat weet dat alles in de kern uit dezelfde stoffen bestaat, doet dingen met aandacht. Als iemand op dié manier een boom kapt, dan zal hij of zij een zeker verdriet voelen.

6. Zie dood als bron van leven

Godrie: “De dood is bij ons vaak iets negatiefs. De dood heeft in onze cultuur een veel minder goede PR gekregen dan het leven. Dat terwijl de dood een mooi gegeven is, dat nieuw leven kans geeft. Denk maar aan het cradle to cradle-principe, van graf tot wieg. Als je spullen laat liggen en rotten, dan zijn nieuwe levensvormen al feest aan het vieren.”

Breukers: “Wat steden daar mee kunnen? Misschien moeten ze wel ‘festivals van de dood’ gaan organiseren, om het kringloopdenken te vieren. Iets anders: op vleesverpakkingen in de supermarkt zou je kunnen zetten: ‘Dit dier is voor u gestorven, toon waardering’. Veel mensen consumeren vlees nu zonder er bewust bij stil te staan.”

7. Bouw geen toekomst, maar herschik het verleden

Godrie: “Bij de toekomst gaat het al snel om science-fictionachtige vergezichten. Alles moet nieuw, het oude telt niet meer. Maar dat hoeft niet. In een duurzame stad kun je koesteren en hergebruiken wat je hebt. Zelfs de stof van het allergoedkoopste H&M-shirtje kan een prachtige comeback maken.”

Breukers: “Dus de toekomst is er al, in alle materialen die we hebben. Daarmee zullen we het moeten doen. Als je een blikje bier leegdrinkt en je gooit het langs de kant van de weg zodat het gaat verroesten, dan is jouw toekomstige regenpijp aan het verroesten. Als je het zo bekijkt bestaat er geen afval, maar slechts stoffen voor de toekomst.”

8. Dood alleen in vol bewustzijn

Breukers: “Stel je voor: elke achttienjarige moet verplicht een konijn villen, of een lam slachten. Om te ervaren wat dat betekent. Andere culturen, die nog dicht bij de natuur staan, hoef je dit ook niet te vertellen. Die hebben rituelen van dank en eer als ze een beer afschieten. Ze gebruiken ook alles van dieren: van organen tot de huid.”

Godrie: “Maar de gemiddelde Nederlander? Die valt al bijna flauw als hij op vakantie een doorgezaagde koeienschedel in de winkel ziet liggen. Terwijl men er bij de McDonald’s wel van knabbelt, zonder er zelfs maar bij stil te staan. Als je naar Azië gaat kan het zijn dat er op tafel een slang wordt onthoofd en het bloed als voorgerecht dient. Daar zouden restaurants in onze steden wat van kunnen leren.”

9. Respecteer soorten rijkdom

Godrie: “Er sterven in onze tijd vele soorten volledig uit, omdat wij mensen ons steeds maar willen verrijken. Dat terwijl de diversiteit van leven onze allergrootste rijkdom is. En het ergste is: we weten vaak niet eens dat het gebeurt.”

Breukers: “Weet je wat mooi zou kunnen zijn? Dat een stad een dag van nationale rouw afkondigt als er weer een soort is uitgestorven. We gaan nu achteloos met de natuur om, dat kan alleen maar in een systeem waarin je jezelf als mens veel te belangrijk vindt.”

10. Sluit een eigen verbond

Breukers: “Dit gebod moet mensen aan het denken zetten: welk groene verbond wil ik zelf sluiten?”

Godrie: “Je moet zien dat onze tien duurzame geboden geen eisenlijstje is, om even af te vinken. Iedereen kan er zelf op doorbouwen.”

De expositie in het Utrechtse Stadskantoor is te zien tot en met 31 juli.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden