Een missionaris predikt Amerikaanse muziek

In 1976 stond het Holland Festival in het teken van Amerika. Leonard - Lenny - Bernstein kwam hoogst persoonlijk met het New York Philharmonic naar Den Haag om er het openingsconcert te verzorgen. Schuman (één n, voornaam William), Ives, Gershwin (uiteraard de 'Rhapsody in blue'!) en Copland prijkten op het programma.

Allerlei Nederlandse orkesten, het Concertgebouworkest voorop, putten zich uit in het spelen van de genoemde en andere coryfeeën van de symfonische cultuur in de Verenigde Staten. Aaron Copland (toen 76 jaar) diende als vlaggenschip; van hem stonden liefst tien werken opgesteld, van de suite 'The red pony' tot en met zijn derde symfonie uit 1946, gepresenteerd door de New Yorkers.

Charles Ives, de eigenzinnige eenling uit het begin van de twintigste eeuw, fungeerde als vaandeldrager in de (achteraf bezien) behoudende programmering. Ives werd in Nederland bewonderd door een schare jonge componisten en musici, vanwege diens onconventionele muziek. Dat Ives die geheel zelfstandig ontwikkelde in een tijd dat het in de Europese muziek gistte (met Schönberg als gangmaker), maakte de Amerikaanse verzekeringsdeskundige en vrije-tijdscomponist Ives tot een held. De uitvoering van zijn complexe vierde symfonie door het Residentie Orkest gold toen als een daad.

Enkele buitennissigheidjes als het concert voor tap-dancer en orkest van Morton Gould en het 'Ballet mechanique' van George Antheil (laatstgenoemd werk deed Theater Carré daveren op zijn grondvesten) gaven dat Amerika-festival toch nog iets onvoorspelbaars. Avant-garde? Het nieuwe Amerikaanse componeren? Terry Riley, La Monte Young, Philip Glass, Steve Reich en John Adams?

Er was een programma 'Aktueel Muziektheater' waar de Song Books van John Cage werden uitgevoerd. En gans in de marge, als 'bijzonder concert' verzorgde Steve Reich met zijn groep uitvoeringen van onder meer 'Clapping music', 'Music for mallet instruments, voices and organ', en 'Drumming'. Minimal music, de Geheimtip van het Festival! Maar alleen Reich.

Net iets meer dan twintig jaar later neemt de Amerikaanse muziek deze en volgende week bezit van het Concertgebouworkest. Het gaat om de uitgeklede vorm (drie programma's met vier concerten) van wat een 'festival' had moeten worden in de plannen van ex-artistiek directeur Jan Zekveld. Wel een Leonard, maar niet Bernstein, doch Slatkin komt er voor naar Amsterdam om orkest en publiek in te wijden in de 'Amerikaanse' muziek. Hij geldt als een kenner, sinds hij bij het symfonie-orkest van Saint Louis van 1979 tot 1995 als chefdirigent veel Amerikaanse muziek programmeerde, en via de plaat promootte.

En welke componisten domineren de programma's die hij in Amsterdam komt doen? Niet te geloven: Aaron Copland met zijn derde symfonie, Gershwin en de 'Rhpasody in blue' (dit keer in de versie voor bigband) en de vierde symfonie van Charles Ives. 'Eerste uitvoering door het Concertgebouworkest', staat er per sterretje bij. Dat siert de meerderheid van de werken, inclusief de 'Variations on America' van Charles Ives in de instrumentatie van William Schuman uit 1963.

Dirigent Leonard Slatkin lijkt op een missionaris die het christendom gaat preken in een ver land, maar niet in de gaten heeft dat de bevolking er al mee bekend is. Of is het publiek van de abonnementseries dat vanavond en volgende week woendag de zaal vult, zo 'heidens' dat het nooit van Carter, MacDowell en Copland heeft gehoord? Dat publiek zal niet geschokt zijn, want deze 'Amerikaanse' muziek loopt van Liszt/Brahms (pianoconcert in d van MacDowell) tot vriendelijk-modern (symfonie van Copland).

Alleen op 24 januari in de Première-serie (de marge, net als in 1976) duikt iets eigentijds op: John Adams (Two fanfares for orchestra' uit 1986) en Christopher Rouse (trombone-concert uit 1991, een muzikaal saluut aan Leonard Bernstein). Dat uitgerekend Amsterdam, waar de inkt van de nieuwste Russische, dan weer Chinese, dan weer Oezbeekse of anderszins exotische composities opdroogt op de lessenaars van Nederlandse ensembles, en waar Philip Glass, Steve Reich en John Adams kind aan huis zijn bij alle orkesten en ensembles, dat daar uitgerekend zo'n bedaagd overzicht van 'the spirit of America - pioneering, confident, at times brash' (aldus Slatkin) wordt gebracht, geeft te denken.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden