Boekrecensie

Een metamorfose die niet helemaal bevredigt

Joost van DrielBeeld RV

Joost van Driel schetst de onmacht van de zoon wiens vader van zijn voetstuk valt.

Vaders kunnen nog zo stevig op hun voetstuk staan, vroeg of laat tuimelen ze ervanaf. En wanneer dat gebeurt, is het omdat ze van helden doodgewone, kwetsbare en onvolmaakte mensen zijn geworden. ‘In het museum’, de debuutroman van Joost van Driel (1976), laat aanschouwelijk én geheel naar waarheid zien hoe vaders plegen te vallen: niet abrupt, maar sluipenderwijs, niet alleen door eigen toedoen, maar vooral omdat hun kinderen bij het ouder en wijzer worden het werkelijke leven leren kennen, en dat bepaald niet tot hun geluk.

Op zijn zesde ziet Van Driels hoofdpersoon David in zijn vader Nico nog een tovenaar, iemand die er moeiteloos in slaagt de wereld naar zijn hand te zetten en te krijgen wat hij hebben wil. Hoewel Nico na een studie filosofie genoegen neemt met een geërfde kledingzaak in het provinciestadje waar hij geboren is, stelt hij er toch eer in om zijn klanten de duurste overhemden en pakken te verkopen, en dat met een air alsof zij hem dankbaar moeten zijn in plaats van andersom. David ziet het met bewondering aan. Ook gaat er een wereld voor hem open wanneer zijn vader hem meeneemt op treinreisjes naar Brussel en hem laat geloven dat ze niet in de Belgische hoofdstad maar in Amsterdam zijn.

Dat Nico zijn zoon als dekmantel gebruikt om aan de boemel te kunnen gaan, komt David pas jaren later te weten. Wanneer vaderlief met louche zaakjes en lichte dames doende is, heeft hij zijn zoon samen met een kindermeisje gestald in het plaatselijke museum voor natuurhistorie. Voor David is het een paradijselijke en magische wereld. Als hij zijn vader na verloop van tijd heeft leren doorzien als een blaaskaak die ten onder gaat aan zelfbedrog en daar zijn gezin in meesleept, wordt het museum Davids laatste toevluchtsoord.

In de slotpagina’s voltrekt zich dan, min of meer bij wijze van noodsprong, een metamorfose. David laat zichzelf één worden met het fossiel van een reusachtige dinosaurus. “Hij hoorde het fluisteren van botten, spieren, veren, huid en haar, klaar om hem op te nemen. Een golf van warme lucht stroomde langs hem, afkomstig uit het binnenste van de aarde, zo leek het wel, en hij ontspande zich. Niets forceren. Rustig uiteenvallen. Oplossen. Laten ontsnappen wat moet ontsnappen en ontvangen wat ontvangen moet worden. En zomaar, heel makkelijk, loste hij op in steen.”

Een stapje terug

Het is een ontknoping die niet helemaal bevredigt, gelet op het perspectief vanwaaruit het verhaal wordt verteld. Gedurende de jaren dat David zich ontwikkelt van onbevangen kind tot achterdochtige puber groeien wij immers met hem mee. Weliswaar geloven we graag dat hij van gedaante zou willen veranderen om te kunnen ontsnappen aan een dreigend familiedrama, maar dat die metamorfose ook echt plaatsvindt is net een stapje te ver. Of misschien wel een stapje terug, naar de belevingswereld én de leesbehoeftes van kinderen van Davids leeftijd.

Maar tegenover die ene onvolkomenheid staat veel moois: doorvoelde en ragfijn beschreven scènes uit een tot mislukken gedoemd huwelijk, met humor neergezette strapatsen van een haast karikaturale bon-vivant, en de even intieme als broze wereld van een fantasierijk kind.

Joost van Driel
In het museum
Vrijdag; 160 blz. € 17,50

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden