Eén met haar omgeving: de kerk van Kuyper

De in de nacht van zondag op maandag door brand verwoeste Koningkerk aan de Kloppersingel in Haarlem was niet alleen een markant architectonisch en stedenbouwkundig monument in de stad; zij was ook een waardevol document in de geschiedenis van het kuyperiaanse protestantisme.

Jan Kuijk

Het is niet toevallig dat een op een stralende zomerdag genomen foto van de kerk de opgewekte omslag vormt voor het boek 'Honderdvijftig jaar gereformeerde kerkbouw', dat in 1986 verscheen bij de viering van de Afscheiding van 1834, de Doleantie van 1886 en het (onder leiding van Kuyper) samengaan van beide groepen in 1892.

De Kloppersingelkerk werd ooit beschouwd als de in steen en hout opgetrokken versie van Abraham Kuypers verhandeling 'Onze Eeredienst' uit 1911 -een bijna zeshonderd paginas tellend boekwerk, waarin Kuyper zich naar zijn aard onbekommerd liet gaan en dan ook geen enkel aspect van de kerkdienst en de liturgie onbesproken liet.

Werkelijk niets, want van de even romantische als nuchtere Kuyper konden de gereformeerden bijvoorbeeld leren dat zij nooit voor een mens moesten knielen, zelfs niet als het om een huwelijksaanzoek ging. ,,Een echt heidense gedachte, alsof ooit enig huwelijk gezegend kon zijn, dat met een soort aanbidding van de vrouw begon. Althans een gereformeerde jonge dochter zou zulk een jonge man afstoten, zeggende: Met u nooit.''

Maar niet alleen gereformeerde jonge dochters -ook architecten konden met het boek uit de voeten. Een van de geïnspireerden was de Amsterdamse architect Berend Tobia Boeyinga (1886-1969), die in 1921 in dienst was getreden van de gemeentelijke woningdienst in Amsterdam, waar hij naar eigen getuigenis belast was met het 'ontwerpen van bebouwingsplannen voor woningen & winkels en de aestethische leiding bij het werk van de dienst'.

In het tuindorp Nieuwendam (Amsterdam-Noord) gaf hij met onder andere een badhuis blijk diepgaand beïnvloed te zijn door de architectuuropvattingen van de Amsterdamse School. Op zich geen wonder, want Boeyinga had ook nog een poosje gewerkt op het bureau van Michel de Klerk.

Maar het bloed kroop bij de gereformeerde domineeszoon Boeyinga waar het niet gaan kon, want in 1924 deed hij -weliswaar in dienst van de gemeente Amsterdam, maar bij wijze van schnabbel- mee aan een prijsvraag voor een gereformeerde kerk in de Amsterdamse staatsliedenbuurt. De prijs ontging hem, maar zijn naam was gevestigd en drong tot Haarlem door. Daar was in het begin van de jaren twintig de protestantse woningbouwvereniging Patrimonium actief geweest en zo was daar ten noorden van de Kloppersingel, vlak tegen de binnenstad aan, een typisch gereformeerde enclave ontstaan, die in de Haarlemse volksmond als gauw de bijnaam 'de psalmenbuurt' kreeg. En een 'psalmenbuurt' vroeg om een kerkgebouw en zo kreeg Boeyinga in 1925-1926 de vraag of hij het ontwerp voor Amsterdam kon aanpassen aan Haarlem.

Op deze manier werd hier in Haarlem de Amsterdamse School -een architectuur toch die het prototype is van het wethouders-socialisme- met een selectie uit Kuypers uitgebreide wensenprogramma op het gereformeerde leven geënt.

Eind jaren twintig vormde de gereformeerde variant van de expressionistische Amsterdamse School warempel de toonaangevende architectuurstijl voor de kuyperianen. Helemaal vanzelfsprekend ging dat niet, want Boeyinga had bij de drie hoofdingangen van de Kloppersingelkerk aan weerszijden als dorpelwachters de koppen laten uithouwen van kerkvaders van wie ik enkelen meende te kunnen identificeren als Calvijn, Groen van Prinsterer, Herman Bavinck en Abraham Kuyper.

Weliswaar beeldendienst aan de buitenzijde van de kerk, maar toch wel erg neigend naar persoonsverheerlijking, zo klonk het nu en dan tot Haarlem door. Het was nog voor het televisietijdperk.

Ik kende de kerk alleen maar van bezoekjes aan Haarlem, als ik over het Prinsen en Staten Bolwerk liep en over de brede noordelijke singelgracht keek naar dat kolossale abstracte bakstenen beeldhouwwerk van Boeyinga -harmonieus gebed in een rij typische jarentwintigwoningen. 'Hier weidt mijn ziel met een verwonderd oog', herinnerde ik mij dan een psalmregel.

Tot ik een week of zes geleden de singel over stak en doelloos door de wijk dwaalde en mij realiseerde door welk een unieke stadswijk ik liep en hoe de geschiedenis hier van de huizen en de straten te lezen is.

Maar ook werd ik mij bewust dat geschiedenis de wereld van gisteren is. Alles hier is tot stand gekomen in de tijd toen het gereformeerde leven nog op zijn hoogtepunt scheen te zijn. Scheen, want wij die zo gelukkig zijn achterom te kunnen kijken, weten nu dat toen in feite de neergang al begonnen was en dat de zonen zich opmaakten om de vaders te begraven.

Op een klein plein hangt aan een zijgevel een tegeltableau, waarop de woningbouwvereniging psalm 127 citeert: 'Zo de Here het huis niet bouwt, te vergeefs arbeiden de bouwlieden' met aan de overzijde het vervolg van deze tekst: 'Zo de Here de stad niet bewaart, te vergeefs waakt de wachter.' Er is ook een school, onmiskenbaar in zijn architectuur een 'School met de Bijbel'. Blijkens de naam in de gevel was het ooit de Dr. A. Kuyperschool, maar nu domineert de naam Willem van Oranjeschool -nog steeds goed protestants, maar toch minder specifiek.

En dan het absolute hoogtepunt van de wijk en één geheel met haar omgeving: de kerk van Boeyinga. De gereformeerden hebben de kerk in 1987 verlaten en deze verkocht aan een evangelische gemeente, zo heb ik mij laten vertellen. Het gebouw zag er netjes, maar toch ook wel een beetje sjofel uit. 'Middelmatig onderhoud', in makelaarstermen. De klok in het ruitertje op het dak was ook al stil blijven staan. Flauwekul natuurlijk om daar symboliek in zien, maar het ontging me niet.

Hoe Haarlem met zijn geschonden stadsbeeld verder moet, weet ik niet. Misschien is het wel zo verstandig, ondanks de wonden in het stadsbeeld, de psalmenbuurt als een beschermd stadsgezicht in de zin van de monumentenwet aan te wijzen.

En dan is het te hopen dat het Historisch Documentatie Centrum van de Vrije Universiteit nog kans ziet de gebeeldhouwde koppen van de kerkvaders als een historisch document te verwerven. Anders maar naar het Frans Halsmuseum.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden