Eén met bijna allen

In de literatuur wordt het niet als een grote verdienste gezien wanneer je je als lezer erg identificeert met de romanpersonages; eerder vindt men dat een primitieve leeshouding. Vervreemding en experiment worden er hoger aangeslagen dan herkenning en bevestiging. In de echte wereld is het juist andersom: als je je niet met anderen kunt vereenzelvigen ben je een autist, dan vertoon je gebrek aan empathie. Daar heersen echter weer andere gebruiksregels, want het is natuurlijk niet de bedoeling dat je je met Assad of Mugabe identificeert; maar stel dat je je om een of andere rare reden heel erg goed kunt inleven in het gedachtengoed van zeg premier Cameron of Paul de Leeuw: niks op tegen.

Ook ik probeer in de publieke wereld mijn zielsverwanten te vinden. Vaak heeft mijn empathie weinig te maken met wat de persoon in kwestie doet, liever voel ik me in hogere zin verwant.

Neem nu Jeroen Dijsselbloem; wat-ie precies uitspookt als voorzitter van de Eurogroep ontgaat mij in hoge mate, het vak van politicus lijkt me ook niks, maar de manier waarop hij in het nieuws komt, biologeert me. Van tweedekamer-nerd tot ministerieel groeibriljantje tot Europese pispaal. En dan de manier waarop hij op alle kritiek reageert; hij balanceert langs het randje maar doet of hij op een breed trottoir loopt. Zo wil ik het ook: weten dat je gelijk hebt, aangevallen worden omdat ze je verkeerd wensen uit te leggen, en toch kalm blijven en in jezelf blijven geloven. Dijsselbloem is mijn wahlverwandt (ik bewonder zijn Engels ook trouwens, meer dan dat van Frans Timmermans, dat nog perfecter maar ook een stuk koketter is; Dijsselbloem weet tenminste de schijn te wekken dat het hem niet kan schelen dat hij zijn talen goed spreekt).

Ook elders in het nieuws zoek ik naar zielsverwanten. Kinderen die gepest worden bijvoorbeeld. Ik was als scholier lange tijd een wat eenzaam jongetje, denk ik nu, vond geen aansluiting, fantaseerde wel eens over zelfmoord zoals pubers dat doen: de boel eens goed laten schrikken. Werd ik in die tijd gepest? Niet eens. Niemand schonk aandacht aan me. Later neem ik wraak, dacht ik. Maar nu de pestprotocollen voor scholen in het nieuws zijn denk ik: wat als ik wel gepest was? Hoe had ik gereageerd? Ik probeer me er iets bij voor te stellen, vriendjes te worden met de gepesten.

Ook de Jihadstrijders uit Delft biologeren me. Ooit zat ik (na mijn eenzame periode) in een voetbalteam waarin een van ons, van Nicaraguaanse afkomst, opeens besloot naar zijn vaderland af te reizen en tegen de dictatuur te vechten. Met betraande ogen namen wij, stoere kerels, afscheid van hem. Een maand later was-ie alweer terug. Was toch niet bevallen, de strijd. Toch te veel een watje. Zou ik allicht ook zijn, als in Nederland geronselde Jihadstrijder.

En zo ploeg ik mij door journaals, spelshows en tv-films, tussen BN'ers en Vips, op zoek naar medestanders, mensen met wie ik me op een of andere manier kan vereenzelvingen: Rik van de Westelaken, Chantal Jansen, Ireen Wüst, Prins Willem-Alexander, Pierre Bokma, Eelco Bosch van Rosenthal, Uri Rosenthal, Geert Wilders. Nee, die niet.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden