Een mens moet nu eenmaal trouwen

Edward St Aubyn betoont zich een grootmeester van de ironie

Nog geen jaar geleden zat Patrick Melrose, de hoofdpersoon van Edward St Aubyns roman 'Eindelijk', opgesloten in een isoleercel, op de afdeling Depressie van het Priory-ziekenhuis. Op de dag waarop het boek zich afspeelt wordt zijn moeder Eleanor gecremeerd en voelt hij zich, mede daardoor, al een heel stuk beter.

Eleanor zorgde altijd slecht voor hem. Zij kon hem niet beschermen tegen zijn al eerder overleden vader: een intelligent maar zelfingenomen drankorgel met een grote minachting voor alles en iedereen. Hij misbruikte Patrick toen hij nog een jongetje was. Vanaf nu, denkt Patrick, zal hij eindelijk van de last van dit verleden bevrijd zijn.

Patrick Melrose was al vier keer eerder de hoofdpersoon van een roman van St Aubyn. De titels van de eerste drie, 'Laat maar', 'Slecht nieuws' en 'Wat heet hoop', maken al duidelijk dat Patrick niet voor het geluk geboren is. Het vierde boek, 'Moedermelk', beschrijft het moeizame gezinsleven dat hij uiteindelijk toch tot stand gebracht heeft, een vaderschap waarvoor hij geenszins in de wieg gelegd blijkt, en zijn worsteling met de aanhoudende vraag van zijn moeder om euthanasie.

Daarvan is het indertijd niet gekomen. Eleanor heeft zich in plaats daarvan op de liefdadigheid gestort en haar villa in de Provence geschonken aan een esoterische stichting waarvan St Aubyn knap in het midden laat of het stel dat aan het hoofd ervan staat nu charlatans of onwaarschijnlijke stukken onbenul zijn.

Over die laatste jaren van Eleanor schrijft hij: "Ze verloochende wat ze was, de dochter uit een gezin dat het spoor bijster was, en de moeder van een ander gezin dat ook het spoor bijster was, en ze veinsde iets te zijn wat ze niet was, een genezeres en een heilige. Haar al wat oudere lichaam kon dit puberale project niet aan, met een beroerte tot gevolg."

Vele andere personages uit de eerdere boeken van St Aubyn keren eveneens terug in dit boek, dat zich overigens zonder probleem zelfstandig lezen laat. Het verstrijken van de jaren heeft de betrokkenen doorgaans geen goed gedaan. Iedereen is behoorlijk afgetakeld, velen zijn vereenzaamd, enkelen zijn onterfd, één vrouw moet nu rond zien te komen van een schamele vijftienduizend dollar per maand.

De leegte van het leven in die beter gesitueerde kringen, en de vele vertwijfelde manieren om het te meubileren, beschrijft St Aubyn vilein, met het soort ironie dat ook de betrokkenen zelf voortdurend gebuiken om hun innerlijke en materiële ontreddering op veilige afstand te houden. Ironie, merkt Patrick op in een onthullende passag, "is de hardnekkigste verslaving. Heroïne is kinderspel. Probeer maar eens te stoppen met ironie, dat diepe verlangen om twee dingen tegelijk te verwoorden, om op twee plekken tegelijk te zijn, om je te kunnen onttrekken aan de catastrofe wanneer zich een vaste betekenis voordoet."

Deze uitspraak van Patrick raakt de kern van de roman, want St Aubyn is een grootmeester van de ironie zoals er niet veel zijn. Tegelijkertijd laat hij zien dat onder de schijnbare troost van de gevatheid de wanhoop en het verlangen naar warmte des te heviger woekeren. In de overgeciviliseerde kringen waarin Patrick zich beweegt, is ironie de manier om je groot te houden, een coulisse die onaangename zelfbeelden aan het oog moet onttrekken.

Huwelijken zijn in deze kringen doorgaans geen succes. Maar een mens moet nu eenmaal zo nu en dan trouwen, en soms komen daar kinderen van. Bij getrouwd zijn horen onvermijdelijk overspel en scheiding. Patricks ex-vrouw slaat tijdens de plechtigheid een melancholieke blik op haar voormalige minnaar, 'haar eigen bescheiden concessie aan de vertroosting van overspel'. Zo is ieders leven in dit boek een neergaande spiraal van nederlagen.

Toch is St Aubyn meer dan een genadeloos satiricus. In de leegte die zijn held aan het eind van de dag voelt is ruimte voor uitzicht op geluk, al durft Patrick daar aan het slot van het boek zelf nog maar half in te geloven. Die vonk van hoop, de mogelijkheid om de schrijnende menselijke onmacht te boven te komen, geeft aan de stromen van sarcasme die de schrijver over zijn personages uitstort op het laatste moment een lading van groot mededogen.

Edward St Aubyn: Eindelijk. ( At Last) Vertaald door Nicolette Hoekmeijer. Meulenhoff, Amsterdam; 207 blz. € 18,95

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden