Rouw

Een mens móet iets met de dood

De protestantse begraafplaats van Marken Beeld Claudia Venhorst

Grote verhalen over de zin van het leven zijn nauwelijks nog te horen op uitvaarten, schrijven thanatologen in een boek dat vandaag verschijnt. Nabestaanden zoeken nu zelf naar de betekenis van de dood.

Het ligt op een soort terp, afgezonderd van het dorp. Eromheen een sloot en een haag van bomen, het hek is dicht, maar niet op slot. Van achter de huizen verderop, waar de haven ligt, klinkt gekrijs van meeuwen. Wie de begraafplaats van Marken oploopt, hoort ook het knerpen van schelpen onder z'n schoenen.

De graven zijn sober en kaal. Een zwart gietijzeren paaltje met een nummer erop, dat is alles. Geen grafsteen, geen namen. Grafbezoek is niet de gewoonte, bloemen evenmin. Zo begraaft het protestantse Marken vanouds zijn doden. Voor God is elke overledene gelijk.

Aan die traditie wordt soepel de hand gehouden, want zó sober en kaal willen veel bewoners van Marken het niet meer. Bij sommige van die genummerde paaltjes staan bloemstukjes of een paar kaarsen, bij een ervan is een reddingsboei opgehangen met de naam van de overledene erop. Langs de zijkant is tegenwoordig ook plek voor gewone graven, met naam en toenaam op een zerk.

Naam en toenaam zijn niet genoeg in Volendam, aan de overkant van de Gouwzee, op de begraafplaats naast de katholieke Vincentiuskerk. De grafstenen, vooral antraciet en zwart, staan strak in het gelid. Op zo goed als elk ervan is een portret van de overledene te zien, met teksten als 'in liefdevolle herinnering', 'voor altijd in ons hart' en 'we houden van je' en 'waarom nou jij??'

Bloemen, overal bloemen. En beeldjes: van Maria, van engeltjes, van vogels, hondjes, lammetjes, varkentjes, bij het graf van opa Job zelfs een heldergroene kikker.

Bezoekers lopen stilletjes langs de graven, maken een praatje als ze elkaar tegenkomen. Een meisje is op de grond gaan zitten bij het graf van Lynn, overleden toen ze veertien was. Ernaast een houten bankje, volgezet met knuffels. Vorig jaar zou ze zestien geworden zijn, iemand heeft de tekst 'gefeliciteerd met je verjaardag' bij haar graf achtergelaten.

Rituele creativiteit

Zo scherp als op deze twee begraafplaatsen zijn de verschillen in uitvaartcultuur in Nederland bijna nergens te zien, zeggen Claudia Venhorst en Brenda Mathijssen, die zich als religiewetenschappers aan de Radboud Universiteit in Nijmegen bezighouden met thanatologie ('doodskunde'). Vandaag verschijnt hun boek 'Dood. Wegwijs in de Nederlandse uitvaartcultuur'.

Maar wat zien we precies in Marken en Volendam? Het verschil tussen de protestantse en de katholieke begrafeniscultuur? Of tussen een heel persoonlijke omgang met de dood en een omgang die volledig vastligt in bovenpersoonlijke godsdienstige kaders? Of gewoon een uiting van een specifieke eilandcultuur? Eenduidig is het niet, zeggen de twee."

Een mens móet iets met de dood. Dat is altijd zo geweest en er is geen cultuur ter wereld waar dat anders is", zegt Venhorst. "We moeten er betekenis aan geven om te zorgen dat we kunnen doorgaan met leven. Er moet een gat opgevuld worden."

Maar er is veel veranderd in de manier waarop we dat doen in Nederland, schrijven de twee. Godsdienst is minder belangrijk geworden, de nadruk is sterk op het individu komen te liggen, en dat laat uiteraard sporen na in de omgang met de dood. In oude religieuze rituelen draaide het vooral om het lot van de ziel van de overledene, tegenwoordig gaat het veel meer over de gemoedstoestand van de rouwenden.

Met name sinds de jaren negentig heeft er een soort explosie van 'rituele creativiteit' plaatsgevonden: nabestaanden proberen de uitvaart zo vorm te geven dat die voor hen passend is. "We trekken niet langer zomaar een format uit het schap", zegt Mathijssen. "Er bestaat inmiddels een heel repertoire van rituelen op maat."

Levensverhaal

Wat de twee vooral opviel bij de vele uitvaarten die ze bezochten: de kern ervan is bijna altijd het levensverhaal van de overledene. Grote verhalen over de zin van het leven, ingekaderd door godsdienst of andere levensbeschouwingen, zijn zelden nog te horen."

Door het leven van de overledene in herinnering te brengen of te vieren, wordt een verhaal gecreëerd dat betekenis heeft voor de nabestaanden", zegt Mathijssen. "Dat helpt hen om afscheid te nemen, dat biedt steun en troost. En ja, het geloof komt dan ook nog wel ter sprake, maar meestal gaat het dan om het geloof van de overledene, dus als onderdeel van zijn levensverhaal."

Hebben mensen nog wel genoeg houvast in die rituele overdaad? "Dat is lastig, ja", zegt Venhorst. "Predikanten en pastores spelen lang niet altijd nog een rol op dit gebied en uitvaartbegeleiders zijn niet opgeleid om vragen over hoe je een crematie of begrafenis betekenis geeft te begeleiden, die zijn vooral met heel veel praktische zaken bezig."

Ze zien het dan ook weleens misgaan, met uitvaarten waar familie en vrienden verhalen vertellen die bijna niemand herkent of die alleen voor 'de eerste rij' bestemd lijken. "Dat helpt niet, dan gaan de rouwenden soms nog verdrietiger weg dan ze gekomen zijn", zegt Mathijssen. "En dan eindigt een deel van hen misschien in een café verderop, om na te praten en alsnog betekenis te geven aan het leven van de overledene. Ook dat is een uiting van rituele creativiteit."

En de strenge kaders van Marken sluiten zo'n persoonlijke invulling niet uit, zegt Mathijssen. "Het gaat erom voor welke kaders mensen kiezen en hoe ze die zich eigen maken."

Tekst loopt door onder foto.

Op de katholieke begraafplaats naast de Vincentiuskerk in Volendam zijn de graven persoonlijk Beeld Claudia Venhorst

Typisch Nederlands

In Venlo is het grijs en nevelig. Wie de heuveltjes beklimt aan de rand van het bos achter het crematorium kijkt uit over de velden, waar her en der nog wat sneeuw ligt.

In dit bos liggen tientallen mensen begraven, gewoon in de grond tussen de dennen. Deze natuurbegraafplaats staat toe dat de graven gemarkeerd worden door een zwerfkei en een houten bordje. Soms is dat alles wat er overgebleven is, soms is er ook een kleine bult te zien, het mos er alweer overheen gegroeid.

Maar veel nabestaanden hebben daar niet genoeg aan. Traditionele grafzerken zijn hier verboden, net als witte kiezelsteentjes, religieuze symboliek, felgekleurd spul of overdaad. Maar rond veel graven liggen wel bloemen. Ergens ligt een haasje van riet. Op de plek waar een echtpaar begraven ligt, staan een haan en een kip van roestig ijzer. Het graf van een kind van acht is gemarkeerd door kleurig geschilderde stenen met de namen erop van wat misschien haar klasgenootjes waren.

Een grijzende vrouw met drie aangelijnde hondjes haalt een kerstkrans weg bij een graf en gooit die in een afvalbak. Eind januari, die heeft z'n tijd gehad.

Vanaf een ander deel van deze natuurbegraafplaats komen plukjes mensen aangelopen, stemmig gekleed, de gezichten op rouw, op tranen.
Duitsers zijn het, zoals er hier veel meer komen. Wetten en regels zijn aan deze kant van de grens net iets ruimer dan in hun eigen land.

Ja, die zoektocht naar hoe we omgaan met de dood geeft ook 'een treffend beeld van Nederland en de Nederlanders', schrijven Venhorst en Mathijssen in hun boek. Want hoe het hier gaat, is vaak 'typisch Nederlands'.

Regels

Ja, die zoektocht naar hoe we omgaan met de dood geeft ook 'een treffend beeld van Nederland en de Nederlanders', schrijven Venhorst en Mathijssen in hun boek. Want hoe het hier gaat, is vaak 'typisch Nederlands'.

Regels hebben invloed op de uitvaartcultuur en andersom. Zo moet in Nederland een lijk binnen zes werkdagen begraven of gecremeerd worden (terwijl dat in Engeland een paar weken mag duren). "Daardoor is het in Nederland de gewoonte geworden dat de familie een week lang bijna alleen maar met de uitvaart bezig is", zegt Mathijssen. "Die week is vaak heel bijzonder."

Precies het tegenovergestelde is er aan de hand met de as na een crematie. In Nederland krijgen de nabestaanden die pas na een maand mee, een regel die meer dan een eeuw geleden is ontstaan uit angst dat moorden onopgehelderd zouden blijven als de as snel zou verdwijnen. "Dat betekent een maand tijd voor bezinning", zegt Venhorst, "wat trouwens niet door elke nabestaande prettig gevonden wordt. In andere landen gaat dat anders."

Sowieso is cremeren in Nederland pas laat goed in de wet geregeld, in 1955, al werd het voor die tijd wel gedoogd. "De symboliek van de aarde stelt ons meer gerust dan de symboliek van het vuur", schrijven Venhorst en Mathijssen, en ter verklaring verwijzen ze naar 'onze christelijke wortels': het vuur van de crematie doet denken aan de hel.

Hellevuur

Die angst voor het hellevuur lijkt goeddeels verleden tijd: inmiddels wordt 63 procent van de overledenen gecremeerd en dat percentage zal misschien nog groeien tot ongeveer 70, verwachten de twee thanatologen. "Mensen verhuizen vaker, ze wonen lang niet altijd in de buurt bij hun ouders", zegt Mathijssen. "Een graf verzorgen is daardoor lastiger geworden. Een urn is mobiel, die kun je bij je houden.

"Uitvaarten persoonlijk maken, de stoffelijke resten mee naar huis nemen - betekent dat dat het taboe op de dood geslecht is? "Op welke dood?" vraagt Mathijssen meteen. "De dood is dichterbij gekomen, ja, en zichtbaarder geworden. Maar dat geldt vooral voor de dood van bekende mensen - denk aan André Hazes of Pim Fortuyn. Of voor mensen met wie iets bijzonders is, zoals de slachtoffers van MH17."

"Maar de rouw om zulke overledenen heeft weinig te maken met de gewone, persoonlijke rouw in de huiskamer", voegt Venhorst daaraan toe. "De heftige emoties, mensen die er echt aan kapot gaan, daar rust nog een taboe op."

"Net als op langdurige rouw, dat is misschien wel het grootste taboe", vervolgt Mathijssen weer. "Nabestaanden denken: nu mag ik anderen er niet meer mee lastig vallen. De omgeving denkt: wat moet ik ermee aan? Je komt iemand tegen in de supermarkt en je denkt: wat moet ik nu zeggen ...?"

Kraai

Klapwiekende kraaien steken af tegen de heldere lucht boven fort Vijfhuizen. Verder weg stijgt een vliegtuig op vanaf Schiphol. In de fortgracht ligt vliesdun ijs.

In dit fort, aangelegd in de negentiende eeuw als onderdeel van de Stelling van Amsterdam, is nooit gevochten, nooit een dode gevallen. Toch heeft kunstenaar Hans van Houwelingen er een herdenkingsplek van gemaakt. Met grafstenen van geruimde graven legde hij een pad aan, bovenop de wal rond het fort. Het graf als 'laatste rustplaats', ja, tot de grafrechten verlopen zijn.

'Sluipweg (waarlangs de dood heeft weten te ontsnappen)', noemde de kunstenaar zijn werk. Er liggen zerken bij van jong en oud, van lang en kort geleden, sommige beschadigd. 'Veilig in Jezus' armen', staat er op de een, 'wat blijft is de liefde' op een ander.

De jongste steen is tien jaar oud. 'You'll never walk alone' hebben de nabestaanden erop laten zetten. Nu loopt een fortbezoeker eroverheen. Soms staat 'ie stil om een graftekst te lezen, soms kijkt 'ie over de velden heen de verte in. Er is verder niemand. Een kraai krast, een haan kraait.

Claudia Venhorst en Brenda Mathijssen, 'Dood. Wegwijs in de uitvaartcultuur'. Uitgeverij Parthenon. € 22,90.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden