Een mens met één identiteit is een dode

Na de oorlog van 1948, die uitmondde in het ontstaan van de staat Israël, zwermden Palestijnse vluchtelingen uit over de Arabische buurlanden. Een deel van hen belandde in Libanon, dat hen behandelt zoals Nederland zijn softdrugs. Ontmoetingen met een groep zonder perspectief.

De Palestijnen die nu in Libanon wonen zijn de oude Galileërs. En veel van die 'Galileërs' vertikken het om vis te eten in hun ballingsoord. Want de vis die hun voorouders vingen voor de kust van Akka was honderdmaal lekkerder dan de vissen vijftig kilometer noordelijker, voor de kust van Libanon, zo legt de Libanese schrijver Elias Khoury uit in zijn boek Bab Assjams, dat met allure de Palestijnse saga beschrijft in een druiventros van raamvertellingen. Een van de personages in zijn boek legt uit waarom Jezus de alcohol niet kon verbieden, zoals later de profeet Mohammed wel deed: ,,De Galileërs waren vissers. Vissen is een hard bestaan, dat houd je niet vol zonder alcohol.''

,,Het Libanese beleid tegenover Palestijnen is racistisch'', zegt Khoury in het kantoor van de krant An-Nahar, waarvoor hij de culturele bijlage verzorgt. Hij ontdekte de literaire goudmijn, die er verborgen ligt in de kronkelsteegjes van de Palestijnse vluchtelingenkampen. Vijf jaar lang bracht hij er door, het ene na het andere wonderbaarlijke verhaal als parels aaneenrijgend. Het begint met de Palestijnse ondergang in 1948, toen dorpen zonder enige coördinatie het onheil probeerden te keren, elk voor zich met z'n eigen dorpsmilitie, met de theoretische steun van een internationale Arabische troepenmacht die Palestijnse kippen stroopte en de plaat poetste toen het ernst werd.

Het boek beschrijft de latere opkomst van de Palestijnse guerrilla, de Libanese burgeroorlog en tenslotte de tweede ondergang, het gedwongen vertrek van de PLO uit Beiroet. Niet die grote lijn maar de talloze kleine verhalen maken het boek sterk. Zoals van die vondeling, die een groep zwervende Palestijnse vluchtelingen in 1948 aantreft in het Zuid-Libanese dorp Kana. De vroedvrouw houdt het omhoog, waarna er bij een van de vrouwen spontaan grote melkvlekken ontstaan. ,,Je verdient het niet meer, maar zorg voortaan voor dat kind van je'', zegt de baker, terwijl ze de boreling in haar armen duwt.

Khoury's boek is, net als die steegjes in de kampen, een soort achtbaan waar je je oriëntatie snel verliest. Wat niet erg is. Na lezing kun je het niet navertellen maar heb je wel meer begrip voor de Palestijnen dan de knapste analyse je kan bijbrengen. Khoury heeft zijn boek met inlevingsvermogen geschreven, hoewel veel van zijn landgenoten de Palestijnen de schuld geven voor de Libanese burgeroorlog. Khoury: ,,Libanezen die dat doen durven niet in de spiegel te kijken.''

Hij gaf vroeger samen met de Palestijnse dichter Mahmoed Darwisj een tijdschrift uit in Beiroet. Nu is hij verbonden aan een tijdschrift in Ramallah op de Westelijke Jordaanoever. ,,Ik weet soms niet meer wat ik ben'', zegt hij. ,,Ik ben christen maar veel mensen behandelen me als een moslim. Ik ben Libanees maar velen zien in mij een Palestijn. Een mens met maar één identiteit is een dode. Ook een samenleving leeft niet als er maar één identiteit is.''

,,Ik vond dat de geschiedenis van 1948 beschreven moest worden'', gaat hij verder. ,,En ik merkte dat niemand dat nog had gedaan. Ook de Palestijnse literatoren niet.'' Waarom niet? ,,Misschien omdat ze zich niet als eeuwige ballingen willen zien. Ze blijven hopen op terugkeer en als ze 1948 echt als geschiedenis beschrijven wordt alles zo definitief.''

Khoury is hard voor de Israëliërs maar doet ook weinig vleiende boekjes open over Palestijnen. Zoals die vrouw in Gaza. Of eigenlijk haar zoon. Nadat in 1967 de Israëliërs de stad hebben veroverd roept ze haar kinderen bijeen. Ze moeten weten dat hun moeder een Jodin uit Duitsland is, gevlucht voor Hitler, in Jeruzalem verliefd geraakt op een Palestijnse winkelier. En ze hebben een oom in Tel Aviv. Een van haar zoons bezoekt na die schokkende onthulling zijn Israëlische familie. Oom wil niets van hem weten maar met zijn nichtje klikt het. Ze storten zich in het uitgaansleven en hij geeft zijn ogen goed de kost, zodat hij zijn guerrilla-organisatie nuttige informatie kan geven voor een bommencampagne.

De verleiding is groot het hele boek over te schrijven. Nog één verhaal. De oorlog van 1948 heeft een pas getrouwd stel uiteen gerukt. De vrouw blijft in Galilea wonen, de man moet naar Libanon. Maar hij weet precies hoe hij via de berg Hermon de Israëlische grensbewaking kan omzeilen. Geregeld komt hij daarom terug, als guerrillastrijder. Hij verbergt zich in een grot waar zijn vrouw hem bezoekt en, zo nodig, zijn verwondingen behandelt.

De Israëliërs hebben sterke vermoedens. Om hun een rad voor de ogen te draaien organiseert het dorp een enorm rouwritueel voor de zogenaamd omgekomen echtgenoot. De Israëlische soldaten, die toezicht houden, weten dat het toneel is. Maar het geweeklaag en gejammer van de dorpelingen gaat zo door merg en been dat ook bij de soldaten het gemoed volschiet, zodat ze even hard meehuilen.

Khoury's boek krijgt in februari twee vertalingen, in het Frans en het Hebreeuws. De Hebreeuwse vertaling is een pirateneditie van een uitgeverij in Tel-Aviv. Een officiële uitgave kon niet want dan had Khoury problemen gekregen met de Libanese overheid. ,,Ik heb geen idee hoe het Israëlische publiek zal reageren'', zegt hij.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden