Een mens leert niet voor brood alleen

'Pleurt op met je rendementsdenken' vatte een spandoek in Rotterdam deze week de onvrede onder studenten samen. Wat is er precies mis mee?

Rendementsdenken zelf is het probleem natuurlijk niet. Dat je iets terug wil voor investeringen is prima. Het probleem is een gebrek aan visie op het hoger onderwijs. Welk 'rendement' verwachten we? En waarin willen we investeren?

Om met die laatste vraag te beginnen: Nederland heeft ambities die met elkaar botsen. Enerzijds is de laatste decennia, met buitengewoon veel succes, ingezet op onderwijs voor iedereen. Er waren in 2014 54 procent meer studenten dan in 2000. In totaal zijn er nu 253 duizend. Dat is waanzinnig veel. Anderzijds wil Nederland uitblinken. Die twee gaan niet samen: verbreden en excelleren. Je kunt niet iedereen mee laten doen én meedraaien met de internationale top.

Dat wil zeggen, tenzij je het budget fors verhoogt. Dat gebeurt niet. Vergeleken met 2000 wordt er 27 procent minder uitgegeven per student. Geïnvesteerd wordt slechts in zogenaamde 'topsectoren'. Wat betekent dat alle andere gebieden nog minder krijgen. Uiteraard zijn de middelen beperkt. Maar het is niet alsof het geld over de balk wordt gesmeten. Er is sprake van chronische onderinvestering. In Lissabon hebben EU-landen afgesproken drie procent van het budget aan onderwijs te spenderen. Nederland haalt dat bij lange na niet.

Ondertussen blijven de studentenaantallen stijgen. Daar doet men niets aan. Men koestert dus nog steeds de ambitie van verbreding, zonder die mogelijk te maken. En excelleren doen we ook niet echt, want het meeste geld blijft opgaan aan de brede universiteit. Investeringen in 'topsectoren' blijven halfslachtig.

Het gebrek aan focus breekt ons op. In deze opzet is het gebouw van het wetenschappelijk onderwijs absoluut niet houdbaar, het kraakt aan alle kanten. En de universiteitsbesturen krijgen de rekening gepresenteerd. Zij moeten het maar zien op te lossen. Met name de geesteswetenschappen zitten in een lastig parket. Waarbij ik aanteken dat de Vrije Universiteit, tegen de stroom in, bewust wel investeert in die tak van wetenschap.

Niet alleen de investeringen zijn het probleem, ook aan de kant van het 'rendement' is er iets mis gegaan. Men vernauwde dat tot een plat soort meetbaarheid. Maar niet alles valt in cijferlijsten of economisch nut te vangen. Zoals Martha Nussbaum schrijft in haar boek 'Niet voor de winst': bepaalde disciplines hebben wel nut maar leveren geen geld op. Dat idee vond de afgelopen jaren geen weerklank.

De mens leeft niet bij brood alleen. Onderwijs gaat om meer dan een diploma, het gaat om intellectuele vorming. Natuurlijk, je wilt geen willekeur. Maar men suggereert nu een illusoir soort objectiveerbaarheid. Docenten worden doodgegooid met papieren. Het wantrouwen dat daaruit spreekt is heel onprettig. Waarom zou een docent niet in staat zijn iemand mondeling goed te beoordelen? Zoals vroeger? Nee, het moet allemaal precies volgens het protocol. Dan denk ik: 'jongens, je zet op het verkeerde in'. Stop het geld niet in nog meer supervisie, maar in meer contacturen.

Dat kunnen we goed gebruiken. Om even bij mijn eigen vakgebied te blijven, de theologie - kijk naar het vak kerkgeschiedenis. Studenten krijgen tegenwoordig voor de geschiedenis van het jaar 0 tot 1500 maar zes weken. Zes weken. Met alle respect, dat is een aanfluiting. Ik kan ze nauwelijks iets bijbrengen, geen context, geen gevoeligheid voor historische periodes, geen kritische omgang met bronnen. Bronnen lezen we überhaupt bijna niet meer. En hoogst zelden nog in de originele taal.

Vol bewondering gaan we naar de Late Rembrandt in het Rijksmuseum en we zijn trots op Erasmus en Spinoza, maar we investeren niet in een cultuur waarin een nieuwe Erasmus zou kunnen ontstaan. We pronken met de veren van het verleden, maar laten ons onderwijs verpieteren. De bibliotheek van de Tropenmuseum wordt doodleuk verkocht. Hallo, denk ik dan, in wat voor een tijd leven wij? Wat is dit voor kruideniersmentaliteit?"

Matthias Smalbrugge is predikant in Aerdenhout en hoogleraar kerk en cultuur aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.

Studenten voeren actie in het Amsterdamse Maagdenhuis.

Matthias Smalbrugge

Peter Nissen

Onze minister-president heeft zeven jaar over zijn geschiedenisstudie gedaan, andere ministers deden er acht jaar over. Naar die tijd wil ik niet terug. Dat rendementsdenken kwam er natuurlijk niet zomaar. Studentenaantallen zijn geëxplodeerd en de geldkist heeft een bodem. Universiteiten werden groot en complex, dat vroeg om een strakker bestuur en duidelijke criteria.

In het begin vond iedereen dat goed. Het was ook nodig: aan lang niet alle universiteiten werd goed toegezien op onderwijs en onderzoek. Er is veel verbeterd.

Maar het rendementsdenken keert zich nu tegen ons. Universiteiten hebben zo veel autonomie verloren, dat ze niet meer kunnen doen waartoe ze op aarde zijn: studenten vormen tot zelfstandig denkende mensen. Universiteiten gingen elkaar zien als concurrenten, onder invloed van een overheid die marktdenken stimuleerde. Terwijl ze, als ze bijvoorbeeld de kleine talen willen behouden, juist in moeten zetten op intensieve samenwerking.

Sinds een of twee jaar bespeur ik een voorzichtige kentering. De universiteit werd de afgelopen jaren afgerekend op het aantal diploma's en publicaties. Publish or perish, met alle scheefgroei van dien, denk aan de kwestie Stapel. Op die twee punten is het beleid gelukkig aan het veranderen.

Toch moet er nog veel gebeuren. Daarvoor heb ik een paar voorstellen. Ten eerste moeten we de groei van het aantal studenten indammen. Begrijp me goed, ik zie de verbreding van het wetenschappelijk onderwijs als een grote verworvenheid. Mijn vader had niet meer dan de lagere school. Ik zou in de negentiende eeuw als arbeiderszoon helemaal geen toegang tot de universiteit hebben gehad. Maar die verbreding heeft er óók toe geleid dat er mensen aan de universiteit rondlopen die daar eigenlijk niet horen, die beter af zouden zijn op het hbo.

Ik hoor het van mijn dochter, die geschiedenis studeert. De helft van de studenten in haar collegezaal zit daar omdat iedereen het nu eenmaal doet, studeren. En ja, als het kan, waarom niet?

Ik vind: de universiteit mag gerust selecteren naar motivatie en talent. De gepassioneerde student, daar doe ik het voor. De student die verveeld naar zijn smartphone kijkt of het college al afgelopen is, die hoef ik niet.

Een tweede voorstel: laat universiteiten geleid worden door mensen uit de eigen gemeenschap. Te vaak zijn het nu beroepsbestuurders die het contact met het wetenschappelijke veld zijn kwijtgeraakt. Toen Louise Gunning het Maagdenhuis bezocht zei ze pinnig tegen de studenten: 'Dit is mijn gebouw, wat doen jullie hier'. Dat vond ik tekenend. Universiteit komt van 'universitas', een gemeenschap van studenten en docenten. De universiteit is niet van de bestuurders. Van dat soort denken moeten we af.

Bestuurders zijn nu vaak mensen die uit heel andere sectoren komen, of gesjeesde politici. Zij denken: ik moet een organisatie leiden. Of het nou de ANWB is of een universiteit, het soort organisatie maakt ze niet zo veel uit. Laatst zag ik een advertentie van de Tilburgse universiteit in de krant. Ze zochten een nieuwe rector. Kijk, dat vind ik nu raar. Een rector is bij uitstek iemand die uit de eigen gemeenschap moet voortkomen.

Weet u wat ik mooi zou vinden? In Leuven kennen ze het systeem van een gekozen rector. Wetenschappelijk personeel, niet-wetenschappelijk personeel én studenten - allemaal hebben ze stemrecht. Natuurlijk, het nadeel is dat er een heel verkiezingscircus voor nodig is. De voordelen wegen daar ruimschoots tegenop. De rector weet dan dat hij of zij draagvlak heeft. En het systeem zou de betrokkenheid van de studenten vergroten: ze ervaren hun universiteit dan ook echt als de hunne.

De universiteit als een 'vormende gemeenschap', het klinkt misschien romantisch. Maar als we daar iets van terug kunnen krijgen, zou ik dat toejuichen."

Peter Nissen is hoogleraar spiritualiteitsstudies aan de Radboud Universiteit Nijmegen en remonstrants predikant.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden