Een mens is natuurlijker dan een spaniël

Natuur: alleen het woord al roept warme gevoelens op - natuurlijk is altijd beter dan onnatuurlijk. Maar hoe weten we eigenlijk wat natuurlijk is? En heeft de natuur altijd gelijk? Milieufilosofe Bernice Bovenkerk is sceptisch.

Ik weet nog goed dat ik voor het eerst het woord natuur hoorde. Dat was in de tuin van mijn tante. Ik zag een uitgebloeide paardenbloem, vroeg wat dat was en kreeg als antwoord: 'dat is natuur'."

Misschien is daar de kiem gelegd voor de fascinatie met natuur waar mileufilosoof en mileu-ethicus Bernice Bovenkerk haar beroep van heeft gemaakt. "Jarenlang heb ik gedacht dat dát natuur was, een paardenbloem in de tuin. Dat vind ik achteraf wel tekenend voor het ongrijpbare van het concept. Want wat versta je onder natuur? De één denkt aan een woest berggebied, de ander aan de bloemen in de tuin, een derde aan stilte en frisse lucht. Opvallend is wel, dat bijna iedereen natuur beschouwt als iets goeds. Daar hebben we kennelijk behoefte aan."

Maar juist die vanzelfsprekende associaties - natuurlijk is goed, onnatuurlijk is slecht - wekken bij filosofen onmiddellijk scepsis, ook bij Bernice Bovenkerk: "Ken je dat boek 'Into the wild' van Jon Krakauer? Daarin trekt een jongeman met Rousseau op zak Alaska in, uit teleurstelling over de mensenwereld. Uiteindelijk sterft hij moederziel alleen, nadat hij een paar giftige bessen heeft gegeten. Liefhebbers van de wildernis beschouwen natuur vaak als iets dat hoger staat dan de bezoedelde wereld van de mensen, de cultuur. Maar vergeet niet dat de natuur ook erg hard kan zijn. Dieren spelen met hun prooi op een manier die wij alleen maar wreed kunnen noemen. Bosbranden en lawines vernietigen alles op hun pad. En lang voordat de mens invloed op de natuur had, stierven er al soorten uit."

Die naïeve kijk op de natuur als beter alternatief wordt tegenwoordig fel bestreden door een groep milieufilosofen die zich ecomodernisten noemt, legt Bovenkerk uit. "De natuur is volgens hen helemaal geen goede kracht en moet bijgestuurd worden door de mens. Neem het klimaat. Als wij de milieu-crisis hebben veroorzaakt, redeneren ecomodernisten, dan moeten we ook in staat zijn die crisis door middel van technologie weer terug te draaien, bijvoorbeeld door te sleutelen aan gewassen en ze beter af te stemmen op de menselijke behoeften. De redenering daarachter is als volgt: dát de natuur al eeuwenlang werkt zoals ze werkt, betekent niet dat ze altijd gelijk heeft. Om het filosofisch te formuleren: dát iets bestaat, betekent nog niet dat het móet bestaan: uit 'zijn' volgt geen 'moeten'."

Eigenbelang

Die redenering klinkt misschien heel verstandig, maar bij Bernice Bovenkerk roept de eenzijdige blikrichting van de ecomodernist juist scepsis op. Dreigen deze filosofen niet het kind met het badwater weg te gooien? "De natuur heeft misschien niet altijd gelijk, zelf geloof ik in elk geval niet dat er een plan achter steekt, maar ze heeft wel langer de tijd gehad om te testen wat werkt en wat niet. Daar zou je als ecomodernist toch meer respect voor mogen tonen. Bovendien vergeten ecomodernisten de vele voorbeelden van onze mislukte pogingen de natuur te 'verbeteren'. Daarmee onderschatten ze het gevaar dat we dieren en gewassen op onze tijdelijke smaak toesnijden.

Uit haar eigen onderzoek naar gedomesticeerde dieren, zoals honden, kan Bovenkerk de voorbeelden van mislukt ingrijpen in de natuur zo oplepelen. "Het laatste voorbeeld is de discussie over de Cavalier-spaniël. Er wordt gezegd dat deze honden voortdurend hoofdpijn hebben, omdat de fokkers hun hoofdjes steeds kleiner wilden maken - daar was vraag naar." Of dat ook klopt, is volgens Bovenkerk niet zeker, maar er zijn veel meer voorbeelden van dubieuze fokprogramma's. Sommige hondenrassen hebben amper een neus meer over, waardoor ze grote moeite hebben met ademhalen. "Honden moesten beantwoorden aan onze wensen, ze moesten een steeds tammer karakter krijgen én ze moesten uiterlijk steeds meer gaan lijken op schattige kinderen, op baby's. Daar gaat de menselijke heerszucht toch echt een grens over: de natuur wordt hier alleen 'verbeterd' voor ons tijdelijk eigenbelang."

Gevaarlijke vragen

Zulke voorbeelden scherpen niet alleen de scepsis over de voordelen van menselijk ingrijpen, ze wekken ook scepsis over het verschil tussen natuur en cultuur zelf. Natuurlijk verschilt een spaniël van een auto, maar het zijn allebei door de mens gemaakte producten, artefacten, terwijl de natuur juist natuurlijk is voorzover de mens er niet aan te pas gekomen is. Wat is er nog natuurlijk aan een spaniël? Of aan een melkkoe? Zijn zulke naar menselijke behoeften gevormde wezens eigenlijk niet onnatuurlijker dan wijzelf? Dat zijn natuurlijk gevaarlijke vragen, die politieke consequenties hebben, constateert Bernice Bovenkerk. Met een uitspraak van de Amerikaanse eco-feminste Lori Gruen: "Het belangrijkste verschil tussen mensen en andere dieren is dat mensen eindeloos veel moeite doen aan te tonen dat ze van andere dieren verschillen."

Naast verbeterprogramma's zet ook de praktijk van het natuurbeheer milieufilosofen aan het denken over de scheiding tussen 'natuur' en 'cultuur'. "Er is vaak heel veel menselijk ingrijpen nodig om de illusie van wilde natuur in stand te houden," constateert Bovenkerk. In Nederland denken we dan meteen aan het felle debat rond de Oostvaardersplassen (zie kader). Mochten zieke dieren in dit natuurgebied uit hun lijden worden verlost, of was dat 'onnatuurlijk' en dus in strijd met de wens in Flevoland een stuk authentieke Nederlandse wildernis te scheppen? Maar je vindt zulke paradoxale situaties over de hele wereld. Bovenkerk. "Om het leefgebied van olifanten in Afrika 'natuurlijk' te houden, zijn bijvoorbeeld massa's mensen in de weer. Die moeten er bijvoorbeeld voor zorgen dat die olifanten niet in het vizier van jagers komen enzovoorts."

Leren van de natuur

Kunnen we zo omgaan met natuur dat we nóch in de valkuil trappen van de heerszucht nóch in die van het wildernis-idealisme? Bovenkerk gelooft van wel: "Neem de bio-mimicry. In die manier van werken proberen onderzoekers van de natuur te leren door als het ware de kunst af te kijken. Hoe krijgt een gekko het bijvoorbeeld voor elkaar aan het plafond te blijven hangen? Hoe werkt het koelsysteem in een mierenhoop en kunnen we daarvan leren het klimaat in onze flats en kantoren beter te beheersen?"

Die houding verdraagt niet alleen een gezonde dosis filosofische scepsis, ze profiteert daar ook van. "De natuur is voor deze onderzoekers niet een intrinsiek goede kracht die je met rust moet laten, maar een waar je mee samenwerkt en die je inspireert.

Tegelijk vraagt zo'n samenwerking dat je de ander - in dit geval de natuur - niet jouw ideeën opdringt, dat je ook sceptisch staat ten opzichte van je eigen gelijk. Zo blijf je kritisch naar beide kanten, zonder te vervallen in cynisme."

Want de vraag wat natuur precies is, mag dan een stortvloed aan filosofische scepsis over onhoudbare concepten losmaken, als ethicus vraagt Bernice Bovenkerk zich ook af welke houding in de praktijk getuigt van het meeste respect - en de minste hoogmoed. "In elk geval maakt die vraag het natuurdebat concreter."

CASUS: DE NIEUWE WILDERNIS. ZORGPLICHT OF AFBLIJFPLICHT?

Bijvoederen of laten verhongeren? Helpen of met rust laten? Rond die vraag concentreert zich één van de felste natuurdebatten van de laatste jaren. Onderwerp zijn de Konikpaarden en Heckrunderen die zijn uitgezet in wat wel 'de nieuwe wildernis' is genoemd, de Oostvaardersplassen, een gebied in de Flevopolder dat moet gaan lijken op de natuur zoals die functioneert zonder menselijke inmenging.

Als snel bleek dat de natuur hard is, ze laat de grazers bijvoorbeeld rustig verhongeren. Bij het publiek viel dat niet goed. Waarom zou je het ergste dierenleed niet voorkomen, als dat mogelijk is? Dier-ethici en klassieke natuurbeschermers zijn het daar vaak mee eens. De grazers zijn door mensen in het gebied neergezet, en dus zijn we er ook verantwoordelijk voor.

Maar die opvatting botst frontaal met die van meer holistisch denkende natuurbeschermers, eco-ethici en ecologen. Voor hen is de natuur een geheel, een eigen systeem, waar je als mens juist vanaf moet blijven om het complexe mechanisme niet te verstoren.

De wildernis vraagt niet om een zorgplicht, maar om een afblijfplicht, vinden deze ecologen. Ze verwijten klassieke natuurbeschermers bevoogdend te denken en geen rekening te houden met de waarde van de natuur als een domein dat werkelijk functioneert los van dat van de mens.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden