Review

Een meisje dat kleitabletten kon ontcijferen

Bijbelse verhalen gaan meestal over mannen, en áls ze over vrouwen gaan, dan vanuit mannelijk standpunt. Begrijpelijk: de bijbelse samenleving was patriarchaal, en daarmee waren de bijbelschrijvers dat ook. Een jeugdroman over een bijbels meisje prikkelt dan ook bij voorbaat de nieuwgierigheid, zoals 'Hadassa', het kinderboekendebuut van de sinds 1976 in Nederland wonende Israëlische schrijfster Tsafrira Levy.

In de bijbel is Hadassa, of Ester (haar Perzische of Babylonische naam), een joods weesmeisje uit Susa, opgevoed door haar oom Mordechai. Nadat koningin Vasti in ongenade is gevallen komt Hadassa vanwege haar schoonheid aan het hof van koning Ahasveros (485-465 voor Chr.). Daar krijgt ze samen met een aantal andere mooie meisjes een schoonheidskuur van een jaar. Uit al die meisjes kiest de koning haar als nieuwe koningin, en vanuit die positie is ze in staat haar volk te redden als dat door Haman, de eerste vertrouweling van de koning, met uitroeiing bedreigd wordt. In het bijbelverhaal wordt de naam Ester gebruikt, en wordt het meisje qua karakter vrij neutraal beschreven: aanvankelijk puur gehoorzaam zoals het vrouwen betaamde, later, als ze als koningin meer macht krijgt, moedig, slim, diplomatiek en doortastend. Die sterke kant van Hadassa heeft Tsafrira Levy nader uitgewerkt. Bewust, vertelt de schrijfster - in het dagelijks leven psychotherapeute in Groningen - omdat het haar intrigeerde hoe zo'n meisje, wier lot in handen van mannen lag, de marges van haar kleine beetje vrijheid uitgebuit zou kunnen hebben. Zo laat ze Hadassa als twaalfjarige, als ze net 'de wijze van vrouwen' begint te krijgen, stiekem de lessen van de jongens volgen, zodat ze kleitabletten kan ontcijferen, een vaardigheid die normaal aan mannen voorbehouden bleef. Later, aan het hof van de koning, blijkt die kennis macht. Verder stelt Levy het hof voor als een slangennest vol intriges en gekonkel, waarin Hadassa al snel doorheeft dat het een zaak van leven en dood is om de juiste bondgenootschappen te sluiten, hetgeen ze onmiddellijk doet. Levy laat vooral twee kongsi's elkaar bestrijden: die van Haman en zijn nichtje Nemus - die net als Hadassa in het 'maagdenhuis' woont en die door Haman als koningin gewenst wordt - contra die van Mordechai en Hadassa. Deze onverzoenlijke vete maakt haar voorzichtig, koelbloedig en ad rem. Uiterlijk beheerst is ze, ook als ze vanbinnen kookt van woede of wanhopig is. Een geloofwaardig karakter, niet alleen mooi en aardig, maar ook gewiekst, wraakzuchtig.

Haman is stereotieper uitgewerkt, nog erger dan in het bijbelverhaal. Bij Levy is hij de notoire slechterik, een racist die een schrikbewind uitoefent. Hij smeert de koning stroop om de mond en lange tijd is deze slechts een marionet aan zijn touwtjes. Levy voert een zoontje van Vasti, een troonopvolger, op het toneel, en een genezeres, die beiden door toedoen van Haman vermoord worden. En als een meisje uit het maagdenhuis heeft staan zoenen met een stalknecht, worden beiden zonder pardon publiekelijk opgehangen.

Intussen is de koning een goedgelovige, vriendelijke zuiplap en onverzadigbare vrijdoos. Je vraagt je af hoe zo'n argeloos type ooit koning van zo'n machtig rijk heeft kunnen worden. Pas wanneer Hadassa hem laat zien hoe hij gemanipuleerd is door Haman, vallen hem de schellen van de ogen.

Qua verhaalstructuur en schrijfstijl is 'Hadassa' nogal ouderwets: gewoon een degelijke opbouw met oplopende spanning en een redelijk happy end, waarin de schurk zijn verdiende loon krijgt. Het taalgebruik is onevenwichtig, soms fraai beeldend ('Het zachte gefluister was overal, binnen en buiten de muren, als een zachte wind door het riet'), soms pathetisch ('Het gegil en gekrijs steeg op tot aan de sterren') of met teveel bijwoorden. Toch lees je het boek in één ruk uit, vooral door de filmisch-beeldende beschrijvingen en de levendige dialogen. Niet alleen Hadassa, maar ook kamermeisjes, andere schoonheden uit het maagdenhuis, en hun leraren, de eunuchen, krijgen een gezicht, vooral in hun onderlinge relaties. Voor wie alleen het bijbelverhaal kent is dat verrassend, omdat het inderdaad, wat de schrijfster beoogde, een beeld geeft van de beperkte speelruimte die de meisjes in zo'n maagdenhuis nog hadden en hoe een meisje als Hadassa/Ester die grenzen opgerekt zou kunnen hebben. Het laat echter impliciet ook zien dat je als meisje in die tijd alleen enige macht kon verwerven als je én mooi én intelligent én gewiekst was. Tsafrira Levy is gelukkig niet in de val getrapt om van Hadassa/Ester een soort feministe avant-la-lettre te maken. Natuurlijk zegt elke historische roman ook iets over de tijd van de schrijver, alleen al omdat de schrijver mensen probeert neer te zetten met wie de lezer zich kan identificeren. Zo doet Akky van der Veer dat in haar prachtige 'Gezworen woorden', over een groep Friezen rond het begin van de jaartelling, expliciet: haar roman is echt een boek van eind twintigste eeuw, bijvoorbeeld met een personage dat twijfelt aan het geloof (in de Edda-goden): een eeuw geleden zou dat totaal anders geschreven zijn.

Bij 'Hadassa' is die link naar het heden implicieter. Alleen Haman lijkt erg veel op een personage uit onze eeuw: Hitler. Hij wordt daardoor clichématig. Bij de overige personages heeft de schrijfster een goede balans gevonden tussen historische verbeeldingskracht en identificatie vanuit het heden. Deze balans zal het komend najaar steeds weer opduiken in de jeugdliteratuur, want het thema van de Kinderboekenweek is 'de tijdmachine' waarin het juist om die relatie tussn toen en nu - of nu en later - gaat.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden