'Een man van God doet zoiets niet' Broeder staat terecht wegens gewelddadige seksuele ontucht

ALMERE - Christian (12) zingt tijdens de kerkdienst altijd uit volle borst mee, maar dit keer hield-ie opeens zijn mond. “God die onze vader is”, ging het lied verder. “Ik geloof er geen bal meer van”, mompelde Christian. Zijn moeder kon het hem niet kwalijk nemen.

Christian en zijn broertje Patrick die twee jaar ouder is, hadden ooit een goede vriend, een steun en toeverlaat in een voor hen onbekend land - ze komen immers uit Afrika - een vertegenwoordiger van God nog wel, want hun vriend is broeder. Maar broeder Bertus staat morgen in Zwolle terecht, verdacht van ontucht met beide jongens. En Christian en Patrick zijn niet alleen die goede vriend kwijt, maar alle vertrouwen, ook dat in God. “Want een man van God doet zoiets niet.”

Moeder Desiree van de twee laat de onbezorgde vakantiefoto's van een paar jaar terug nog eens zien, op een zonnig terras zit de familie aan de barbecue, broeder Bertus poseert met Patrick.

Hij was behulpzaam in een voor haar moeilijke tijd, dat stond vast. Desiree, een jonge weduwe uit WestAfrika was na een tweede huwelijk met een Nederlandse man in Almere terecht gekomen, waar al snel bleek dat haar echtgenoot er nog een vrouw op nahield. Zij besloot te scheiden. De jongens die nu al twee vaders waren kwijtgeraakt, kwamen via de Riagg bij broeder Bertus, wiens huis wel vaker als crisisopvang diende voor de kinderbescherming. Hij werd vertrouwd, was actief in de kerk en elk jaar ging hij met een tehuis met Surinaamse kinderen op vakantie in Limburg.

De jongens kenden de broeder ook, hij had hun voetbalclub opgericht en trainde wekelijks tientallen jongens, en hij was nog een goeie trainer ook. Als je de contributie niet kon betalen, werd je niet weggestuurd, maar kwam hij thuis praten. Patrick en Christian hadden zelfs voetbalschoenen van hem gekregen, omdat hun moeder die niet kon betalen. Bertus was dus wel te vertrouwen, dacht moeder Desiree, en als de Riagg zijn adres aanwijst als opvang, zal dat wel goed zijn.

Desiree kon niet bij de broeder intrekken, omdat 'gezien zijn functie het beter was als er geen vrouwen op zijn adres overnachtten'. Ze kon wel overdag komen schoonmaken, dan zag ze haar kinderen wat vaker. maar op een plek kwam ze niet: de slaapkamer. Dat was verboden gebied, had hij haar gezegd.

Twee jaar geleden werd Desiree toch gewaarschuwd door een vriendin, die de broeder wantrouwde. In diezelfde tijd moest Patrick met voetballen stoppen, omdat hij in de sprint zijn ontlasting niet meer kon ophouden. Desiree wilde weten wat er speelde, haar kinderen wilden niets zeggen, dus besloot zij de slaapkamerdeur nu eens wel te openen. Toen ze op het nachtkastje de pot vaseline zag, en in de hoek het bebloede ondergoed van haar kinderen, wist zij genoeg. De kinderen gaven toe dat zij soms bij Bertus in bed moesten liggen, en dat hij aan hen zat. Maar wat er precies was gebeurd wilden zij niet zeggen.

Desiree haalde haar kinderen bij hem weg, liet hen onderzoeken in het Flevo-ziekenhuis in Almere waar de jongste zoon een arts vertelde dat hij ook regelmatig geslagen was. Volgens de medische verklaring kan dat goed kloppen.

In september 1992 werd broeder Bertus gearresteerd. Eerst zei hij van niets te weten, maar na de zoveelste ondervraging bekende hij. “Ik kreeg daar seksuele bevrediging door. Ik wil het eigenlijk niet zo noemen, omdat ik 'seksueel' zo'n vervelend woord vind, maar ik begrijp dat het dat toch eigenlijk was”, verklaarde hij bij de politie. “Ik heb dingen gedaan die niet goed zijn en daar heb ik spijt van. Ik heb de kinderen geen pijn willen doen. Ik weet dat het fout is, ik besef ook dat de kinderen misschien wel een verkeerd beeld krijgen en denken dat het normaal is wat ik deed. Maar ik had gewoon behoefte om ze aan te raken. ... .Ik weet wat een pedofiel is, ik herken een heleboel dingen in mijzelf van een pedofiel. Ik wil dringend aangeven dat ik behoefte heb aan professionele hulp.”

Maar Desiree en haar zoons hebben dat ook. De kinderen zijn zichzelf niet meer, zwijgen als het graf. En Desiree vraagt zich af hoe het zover kon komen. Waarom laat de voogd van de kinderen, een medewerkster van de Riagg, kinderen bij die man logeren die zij nog nooit gezien of gesproken heeft? Waarom laat de congregatie van de broeders van Maastricht niets horen?

Broeder A. Knipping uit Rotterdam, de directe overste van de verdachte broeder, noemt het begrijpelijk dat de houding van de congregatie bij de slachtoffers afstandelijk overkomt. Maar hij vindt het niet terecht. “Wij zijn wel degelijk begaan met de kinderen en de moeder.”

Toen Knipping over de zaak werd ingelicht “heb ik met pastor Kees van Lent van Almere afgesproken dat hij zich vooral zou bezighouden met het welzijn van de slachtoffers en ik me vooral zou bekommeren om het welzijn van de betrokken broeder.” Knipping wil er geen misverstand over laten bestaan: hij beschouwt het als een zeer ernstige zaak. In zijn algemeenheid. Maar de congregatie loopt nu niet op het oordeel van de rechter vooruit. Als dat oordeel is geveld, wil de congregatie haar houding jegens de twee jongens bepalen. “Wij vinden dat ook de broeder recht heeft op bescherming. Ook voor hem zijn dit zeer nare ervaringen, uiteraard van een heel andere categorie dan die van de beide jongens. Op ons verzoek laat de broeder zich nu begeleiden door iemand van het Riagg.”

De congregatie rekent het zich ook tot taak, te voorkomen dat hun medebroeder “als een gebroken man uit deze crisis te voorschijn komt”. Na de uitspraak van de rechter “hopen wij dat er wederzijds begrip mag groeien, waarbij het heil van beide jongens centraal zal staan.”

Broeder J. Muytjens is de hoogste overste van de betrokken congregatie, die in het verleden tienduizenden r.-k. knaapjes in Nederland in haar scholen heeft gehad. Muytjens geeft toe dat seksueel misbruik ook in de geschiedenis van zijn congregatie is voorgekomen. Nog onlangs was er een geval van een man van 52 jaar, bij wie de ervaringen van veertig jaar geleden naar boven waren gekomen. De betrokken broeder was al dood. De man beklaagde zich erover in de pers dat broeder Muytjens zich te weinig om zijn verhaal bekommerde.

Van het geval-Almere kwam Muytjens door een communicatiestoornis pas laat op de hoogte, net nadat hij in een interview had gezegd van geen recent geval te weten. Ook hij onderstreept dat hij zulke gebeurtenissen “heel erg, heel rot” vindt voor deze kinderen. In een eerder geval heeft zijn congregatie haar verantwoordelijkheid genomen door het slachtoffer de therapeutische hulp te vergoeden, toen diens verzekering dat niet deed.

Muytjens staat niet met de geldbuidel klaar voor smartegeld. Wat dat betreft zal hij zich houden aan de gezamenlijke regelingen die men nu in de r.-k. kerk, de kloosterorden en ook in interkerkelijk verband bezig is te treffen. Hij wijst erop dat in Nederland de juridische praktijk ook anders is dan in Amerika, waar de laatste paar jaar al tientallen miljoenen zijn betaald voor geestelijken die zich jegens pupillen seksueel hadden misdragen.

Broeder Muytjens voelt ook niet voor een algemene schuldbelijdenis, zoals een Australische broedercongregatie onlangs deed. Hij is er wel toe bereid en heeft het ook gedaan in concrete gevallen: spijt betuigd, erkend dat iemand zo gekwetst is en zo in zijn vertrouwen in de broeders is beschaamd. Vaak gaat het precies daarom en niet om geld, is zijn ervaring.

Heeft de congregatie gefaald? Muytjens meent dat zij er tegenwoordig alles aan doen om in de congregatie een sfeer van openheid te scheppen, dat mensen op volwassen wijze met hun gevoelens omgaan, maar je kunt een ander niet dwingen tot een gesprek over zaken, waarvan je geen vermoeden hebt dat ze spelen, denkt hij.

De betrokken broeder heeft inmiddels zijn bekentenissen bij de politie ingetrokken en beklaagt zich over de 'roddels' die over hem de ronde doen. Hij woont nu in een kleine leefgroep van broeders in het zuiden des lands. Hij heeft ook al weer werk gevonden.

Toch niet weer iets met jongens? Broeder Muytjens zegt: Nee, althans niet direct. Hij doet onderhoudswerk in een centrum waar ook wel begeleide groepen jongeren komen. Bertus is in hart en nieren een broeder voor de jeugd en hij heeft daarin een grote staat van dienst, zegt ook broeder Knipping. Moet je hem nu alle contact met jonge mensen beletten? Zeggen: blijf maar thuis, doe maar kantoorwerk? , vraagt Muytjens. Hij denkt wel aan goede begeleiding en die krijgt Bertus nu ook vanuit het Riagg.

Marjo Eitjes uit Utrecht is een van de auteurs van het recente boek over seksueel misbruik in het pastoraat: 'Een pastor moet je toch kunnen vertrouwen'. Zij is ook betrokken bij de nu ver gevorderde pogingen om te komen tot netwerken van vertrouwenspersonen voor slachtoffers van seksueel misbruik door pastores en een voor plegers en ook tot een algemene handelwijze van de kerken in deze situaties.

Zij spreekt niet over de zaak in Almere, wel over de kwestie in het algemeen. Zij beaamt dat veel slachtoffers eerder uit zijn op erkenning dan op geld. Ze willen serieus genomen worden, en volgens haar schort het daar nog vaak aan. Met alle begrip voor het feit dat de kerk of de kloosterorde opkomt voor hun mensen, vindt zij toch dat het slachtoffer, de ontrechte, moet horen dat zo'n misbruik absoluut niet kan. Zij ziet toch nog een neiging dat slachtoffers tot daders worden gemaakt, terwijl de plegers de hand boven het hoofd wordt gehouden.

Ook Eitjes vindt goed onderzoek nodig als iemand wordt beschuldigd, maar ze gaat er wel van uit dat seksueel misbruik niet wordt verzonnen. Het probleem is pas de laatste tijd zo naar buiten gekomen, waarschijnlijk door de diverse rechtszaken in Amerika.

Te lang zijn pastores, de gehuwde dominees even goed als de celibataire priesters en kloosterlingen - zegt Eitjes, beschouwd als louter geestelijke wezens. Zij hebben niet geleerd dat zij ook met hun lichaam in hun pastorale werk staan. En met die blinde vlek komt het dan tot grensoverschrijdingen.

Kloosterlingen waren altijd doordrenkt van de gevaren der onkuisheid en zeer bedreven in het waarschuwen van kinderen daartegen, maar eigen problemen met seksualiteit in het werk waren onbespreekbaar. Volgens Eitjes is er bij alle seksuele revolutie van de laatste dertig jaar pas nu in de theologie-opleidingen wat aandacht voor gevaren in pastoraal contact.

Toen de ontuchtzaak van veertig jaar terug begin dit jaar in de Limburgse pers kwam, liepen veel lezers - ex-leerlingen van de broeders - te hoop. Ze spraken van suggestieve en “bij elkaar gezeumerde” berichtgeving, van besmeuring van het onderwijs, “zonder welk hier in Limburg nog een achterstand-situatie zou bestaan”. De broeders, aldus die reacties, verdienen voor hun geweldige werk een standbeeld.

Enkele namen zijn uit privacy-overwegingen gefingeerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden