Een man van dialoog Maar Tiny Muskens zegt geen woord teveel

BREDA - Met het ene woordje 'Shalom' dingt de komende bisschop van Breda mee naar de prijs voor de kortste wapenspreuk. Ter toelichting zegt hij te willen werken met zijn volle inzet dat er in het bisdom Breda en de Nederlandse r.-k. kerk eenheid is, geen verdeeldheid, en dat de relatie van de mensen met God en onder elkaar gelukkig zij.

De nieuwe man is er een van weinig woorden. Voor sommigen was het wel wennen, toen in 1978 op het Nederlands college mgr. J. Damen, een royale, vlotte Limburgse gastheer, als rector werd opgevolgd door de sobere, degelijke, maar ook wat saaie Tiny Muskens. Maar saai of niet Muskens speelde het krachtdadig klaar het Nederlandse college zinvol te doen overleven. Met de terugloop van het aantal priesterstudenten waren er al stemmen opgegaan die tent maar op te doeken.

Martinus (Tiny) Muskens werd in 1935 te Elshout, Noord-Brabant geboren. Hij volgde de klassieke priesteropleiding en werd in 1962 priester gewijd door de vermaarde Bossche bisschop W. Bekkers. Deze droeg hem op missiologie te gaan studeren in Nijmegen. Zijn proefschrift over 'Islam en nationale cultuur in Indonesië' verscheen ook in het Engels en Duits.

In de jaren zeventig werkte dr. Muskens in Indonesië; hij richtte een documentatiecentrum op voor de Indonesische bisschoppen en schreef studies over de katholieke kerkgeschiedenis van het land. Hij maakte verder een studie van de kerk in een aantal andere landen in Azië en in Latijns Amerika, onder meer Suriname en Curaçao.

Toen hij dan ook op grote schaal Aziatische priesterstudenten het Nederlands college binnenbracht, was dat voor hem al vertrouwd publiek. Op zijn nieuwe plek maakte Muskens een studie van Nederlanders-in-Rome door de eeuwen heen; het leidde (in 1987) tot een boek over dit stukje geschiedenis.

Kerkje van de Friezen

Toen al kondigde zich de hobby aan waar hij de laatste jaren zijn hart echt aan verpandt: de restauratie, maar vooral het opnieuw in Nederlands gebruik nemen van het eeuwenoude 'Kerkje van de Friezen' (San Michele dei Frisoni) dichtbij het Sint Pietersplein. Het werd al jaren nauwelijks meer gebruikt, maar dankzij Muskens functioneert het nu weer als een soort geestelijke haven, een parochie, voor Nederlanders in Rome. Met een mengeling van verlegenheid en verholen trots leidt 'pastoor' Muskens de nieuwelingen in en rondom zijn kerk. De geschiedenis ervan beschrijft hij in zijn boek De kerk van de Friezen bij het graf van Petrus, uit 1990.

Beide boeken zijn rijk geïllustreerd en vol wetenswaardigs. Maar afgezien van een enkele opmerking, waar gortdroge humor in schuilt, lijkt Muskens als schrijver elke smeuiïgheid en verve te schuwen. Als kerkelijk geschiedschrijver is hij op die manier helemaal het tegendeel van de beroemde katholieke geschiedschrijver L.J. Rogier, die vandaag honderd jaar geleden geboren werd.

Gelukkig in Rome

Als eerste reflectie op zijn benoeming schreef Muskens een brief aan de man die hij zal opvolgen, mgr. Ernst. “U weet dat ik hier in Rome gelukkig ben (...) en nog vele jaren gelukkig zou kunnen blijven.” Muskens maakt Ernst duidelijk dat hij grote waardering heeft voor de wijze waarop Ernst zijn bisdom ruim 25 jaar heeft geleid en dat hij niet van plan is dat beleid op korte termijn te wijzigen. Vanouds gelden als sterke punten in het bisdom Breda (= West-Brabant en Zeeland) de brede inschakeling van leken, al dan niet als vrijwillig(st)ers en het feit dat de polarisatie er nooit giftige proporties heeft gekregen.

Muskens zegt terdege te beseffen dat hij het treft: Ernst heeft het bisdom zeer bekwaam door moeilijke jaren heengeloodst.

Muskens keert terug naar Nederland, niet uit ambitie voor het nieuwe ambt, maar vooral uit gehoorzaamheid aan de Heilige Vader, maar niet theatraal en opnieuw zonder woord teveel -: “Ik heb in Nederland het geloof gekregen, waarom zou ik niet blij zijn daar ook weer aan het geloof te werken?”

In sommige ogen mag Muskens wat stug en streng overkomen, hij is door Ernst getypeerd als man van dialoog en hij bevestigt dat zelf. 'Dialoog' is thans het sleutelwoord van het beleid in de r.-k. kerkprovincie. Maar Muskens licht toe dat het voor hem geen hol begrip is. Als missioloog en door zijn Indonesische jaren heeft hij ervaring met de dialoog met de islam. Al was het wellicht een stap te ver om dan ook maar als spreuk voor het bisschopswapen voor Salem aleichem te nemen, in plaats van het vertrouwdere Shalom. Joden, christenen en islamieten noemen allen de barmhartigheid de belangrijkste eigenschap van God, zegt Muskens. Als wij al een dialoog kunnen houden met joden en islamieten, hoeveel te meer dan met mensen met wie wij het doopsel delen en het geloof in Christus. Voor Muskens is het dan ook duidelijk dat er een dialoog meot komen met mensen van bijvoorbeeld de Acht-meibeweging, iets waar ook Ernst altijd voor geporteerd was.

Provincialisme

Pastores in het bisdom Breda leveren ook kritiek op de benoeming. Ze zijn ook wel blij: sommigen vreesden dat na de twee recente, goed ontvangen benoemingen in Roermond en Rotterdam er in Breda voor het zogenaamde evenwicht wel een hard liner zou komen. Ook was er het idee dat de eerste generatie priesters van Gijsens Rolduc, nu allemaal in de veertig, wel eens aan de beurt willen komen. En de achterdocht of “er uit Rome überhaupt wel iets goeds kan komen” is nog lang niet weg. Maar het hoofdbezwaar van de Bredase pastores is gek genoeg toch altijd nog dat andere: de nieuwe man is er niet “een van ons”, ons kent ons niet. De kaders van de Nederlandse bisdommen tonen wat dat betreft een provincialisme zoals dat in andere sectoren van de samenleving zelden nog wordt aangetroffen. Bij de zes bisschopsbenoemingen in de afgelopen twaalf jaar is overigens met dat “van ons” alleen in Limburg rekening gehouden.

Geklungel

Met de nieuwe bisschop is het Nederlandse bisschoppencollege aanzienlijk versterkt voor wat betreft de contacten met het Vaticaan. Vooral de inmiddels vertrokken Gijsen en Bür waren daar goed thuis. Muskens denkt dat het enkele keren onnodig mis is gegaan in de communicatie tussen Rome en Nederland. De rel rondom de euthanasiewet noemde hij een voorbeeld van zo'n geklungel.

Met zijn komst is het Nederlandse bisschoppencollege voorlopig weer op sterkte - met twee van de zeven bisschoppen als 70-plussers. Nu kunnen de landelijke taken in een groot aantal bisschoppelijke commissies weer verdeeld worden.

Bij de vele speculaties die aan de benoeming te Breda vooraf gingen werd vaak gekeken naar het evenwicht van deskundigheden in het bisschoppencollege als geheel. Er is al eens geopperd dat het Nederlandse college nu theologisch te mager is bezet. Het wordt er niet beter op nu hun theologisch adviseur dr. J. Hulshof vertrekt. Van de nieuwe bisschop wordt veel intelligente inbreng verwacht, maar niet dat hij zich ontpopt als de theologische denktank.

Media

Om de boodschap van de bisschoppen over het voetlicht te brengen van ontkerkelijkt Nederland is ook een goede mediabisschop dienstig. De Rotterdamse bisschop Bür had het, de huidige bisschop van Breda heeft het eigenlijk niet, maar hij is zo zichzelf en zonder kramp dat zijn low profile-optreden het toch vaak goed doet. Wie nu de grote man naar buiten moet worden is de vraag. Ook Ernsts opvolger valt in elk geval niet meteen op door een uitstraling die het goed doet in de media. Hij is het type dat ook erg zal moeten wennen aan grote optredens, pontificeren, het charisma der bezieling. In die zin heeft het Vaticaan opnieuw voor het veilig-degelijke gekozen, al hoeft dat de Geest van verrassing niet per se tegen te houden. Misschien mag het bisdom Breda daarvoor wel harder bidden dan over de spijt dat de nieuwe herder geen West-Brabander is en geen Zeeuw.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden