'Een man kan niet door dat raampje'

Tussen schuld en onschuld zit vaak een kleine stap. De rechter ziet dat wekelijks.

De blaastest pakte voor de nog jonge automobilist (25) verkeerd uit. Hij vroeg de politieman om een herkansing, die hij niet kreeg.

"Ik moest uitstappen", beklaagt de verdachte zich tegenover de rechter. "Maar ik wist zeker dat ik niet teveel had gedronken. Een biertje breekt na één, anderhalf uur af. Mijn laatste biertje had ik rond middernacht op en de alcoholcontrole was om zeven uur 's ochtends."

De man negeerde het bevel om uit te stappen. In plaats hiervan zette hij zijn auto uitdagend in de versnelling. De agent stond links van hem in de berm en probeerde door het half geopende raam de contactsleutel te pakken te krijgen. Dat mislukte.

De verdachte gaf gas en reed met zijn drie passagiers weg. Volgens de lezing van de agent, bevestigd door een collega van hem, werd hij, doordat zijn bovenlichaam 'half in de auto hing', een meter of twintig meegesleurd. De verdachte bestrijdt deze op ambtseed afgelegde verklaringen. "Het raampje stond hooguit vijftien centimeter open", zegt hij. "Daar kan een volwassen man met normaal postuur niet met zijn bovenlichaam doorheen. Ik heb de agent niet eens de kans gegeven om met zijn hand in mijn auto te komen."

Binnen een minuut was de vlucht ten einde en werd de automobilist achter het stuur vandaan gehaald en aangehouden. Dat het een wonder was dat de agent niet gewond raakte, noemt de verdachte flauwekul. "Wat die agent zegt begint op een film van James Bond te lijken", meent hij. "Kijk, ik ben imbeciel geweest om weg te rijden maar wat hij beweert, klopt gewoon niet."

In de auto van de verdachte vond de politie een busje pepperspray. Tijdens het politieverhoor bekende hij dat dit busje van hem was. Voor de rechter ontkent hij dit. "Ik heb geen idee hoe dat spul in mijn auto kwam." Op verzoek van zijn raadsman is een getuige meegekomen, de vriendin van verdachte. De officier van justitie verbaast zich er met de rechter over dat zij op de valreep is aangemeld. Toch mag de vrouw getuigen. Zij verklaart dat zij bij het incident als passagier alleen wat 'gefriemel' heeft gehoord aan de bestuurderskant. De advocaat vindt de verklaringen van zijn cliënt en van de getuige voldoende reden om aan het proces-verbaal van de twee agenten te twijfelen.

"Het is niet altijd waar wat agenten ambtshalve zeggen", zegt de raadsman. "Aandikken is gauw gebeurd. Ieder letsel ontbreekt. Het is noodzakelijk om de beide agenten voor uw rechtbank te horen." De officier van justitie vindt dat 'er niet zomaar kan worden getornd aan verklaringen die politiemensen op ambtseed afleggen'. Zij verzoekt de rechtbank de strafzaak meteen af te handelen.

De rechter gaat hierin niet mee. Vanwege het 'noodzakelijkheidscriterium' moeten de twee agenten op een nader te bepalen datum alsnog voor de rechtbank getuigen. De rechter belooft dat hij zal proberen het strafdossier dan opnieuw onder zijn hoede te nemen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden