Een man alleen op Griend

Vier weken verbleef Trouw-redacteur Guus van Duin, met toestemming van Natuurmonumenten, op het vogeleiland Griend, een zandbult in de Waddenzee. Bellen mocht alleen in noodgevallen. Een maand zonder menselijk contact, een telefoontje naar de girofoon uitgezonderd, met alleen de vogels, de zee en de radio.

Guus van Duin

13/2/2000 Dag 1

De gasflessen, zes blauwe plastic vaten en 140 liter drinkwater worden overgezet in de rubberboot. Recht op de rijen pijlers gaat het nu af, we komen tot 20 meter van het strand. Om kwart voor twee sta ik alleen bij de spulletjes. Alleen de schippersknecht van dienst zwaait nog twee keer. Ik haal de kruiwagen op en leg mijn rugzakje in de hut. Er ligt een papiertje met de aanmoediging om 'veel plezier' te hebben. Ik zie wel, eerst maar eens leeg zien te worden. Even het heilige moeten laten wegwaaien. Ik bel haar, tegen alle voornemens in, om te laten weten dat ik ben waar ik zijn wil. ,,Nou moet je niet steeds gaan bellen, hè. Het is een existentialistische maand hoor''.

14/2/2000 Dag 2

Ruim voor zonsopgang ontwaak ik. Het is bijna onbewolkt en er is weinig wind. Vissersboten stampen door de Blauwe Slenk. Ik spoel wat spullen om in de poel naast de hut en was me er ook. Het is een tikkeltje zout. En koud, een graad of 4. Ik ga om de zuid en loop het eerste stuk langs de geul die in de baai uitkomt. Ik loop te lachen en gil een paar keer haar naam over zee. De boot naar Vlieland komt in de verte langs. Opmerkelijk dat hij kort na zijn passage toetert. Maak foto's van een stervende eider, een mooi, volwassen dier dat fier zijn kop omhoog probeert te houden. Ik loop door, nadat ik hardop wens, dat hij nu snel de rust zal vinden die hij wil. Hoe kom ik erbij.

Afmaken heeft geen zin, daar geloof ik niet in. Als er een doodzieke zeehond aan zou spoelen, zou ik dat ook niet doen, laat staan met Texel of Pieterburen bellen.

Koffie gezet en ontbijtkoek gegeten, met uitzicht op een mooie volwassen slechtvalk die op zijn gemak hoogwater en prooien afwacht. Vanmorgen voor de eerste keer met de Brandaris gebeld. De man die ik spreek reageert een beetje ontzet als ik hem zeg dat ik een maand alleen op Griend zit, zonder bevoorrading. Is dat wel gezellig, vraagt hij. Hartstikke, denk ik, of juist hartstikke ongezellig.

Het middagdutje duurt nog geen half uur. Steeds als de slaap dreigt, bedenk ik dat ik hier niet dood moet gaan. Althans niet nu. Eruit maar weer. De kachel sputtert tegen, net als eerder de lamp. Het ligt aan mij, ik wacht niet lang genoeg op het gas.

15/2/2000 Dag 3

Als ik ergens een voorbeeld aan kan nemen, is het aan de slechtvalk. Hij brengt vrijwel de hele dag door op een paal. Soms beweegt hij, en strekt een vleugel. Onwillekeurig denk ik dan: pas toch op dat je niet moe wordt. Ik kan me geen seconde voorstellen dat ik me hier slecht zal gaan voelen. Een gelukzalig gevoel, het is nog wel even wennen, maar het begint al te komen. Het mooiste hotel van Nederland.

De steltlopers zijn flink in beweging en ik zoek op goed geluk een plekje aan de noordzijde van het eiland. Het wad loopt zeer gestaag onder. De rosse grutto's komen letterlijk uit de hoge lucht vallen. Het spektakel overtreft de sensatie van een bomvol voetbalstadion.

Om 15.40 uur ben ik weer in de hut. Kreeg het koud. Kachel aan, koffie en lezen. Ik mis helemaal niets, en wat betreft mensen is er, de enkele uitzondering daargelaten, ook niets aan de hand. De uitzondering staat nog wel als bewaard bericht op mijn voicemail. Het vlees is zwak dus ik bel mijn eigen nummer. 'U heeft één bewaard bericht'. Ik luister het af. Besluit het nog een keer te bellen en het op te nemen op mijn recordertje. Dat lukt niet: het gsm-signaal stoort als een gek.

17/2/2000 Dag 5

Sneeuw! Het eiland is wit als ik om 07.10 opsta. Schitterend. Al mijn wensen zijn uitgekomen: storm en sneeuw. Ik gil het uit van de pret en kan niet wachten om te gaan fotograferen. De gang naar de koude poepton maak ik via een omweg, om maar geen voetstappen op de dia's te krijgen. Besluit de afwas te doen met een echt kokend sopje. Het is zo gepiept: één mes, één vork, één lepel, één bord, één steelpan met voorgeweekte ragoutresten. Ik voel me goed, en geloof ergens in, maar moet in het midden laten in wie of wat. In elk geval in mezelf. Geen moment van angst of twijfel, geen seconde. Het eiland is niet van mij, ik ben van het eiland en voel me daar prettig bij. Ik ben heel helder in mijn hoofd: geen drank en sigaretten mee naar het eiland genomen.

Tegen laagwater ga ik met schop, emmer en waadpak het wad van de Baai op om aas te zoeken. Dat lukt niet echt. Misschien is het wat te kleiïg voor mooie zeepieren. Ik vang een paar kleine wormen en doe ook wat kokkels in de emmer. Vanavond even een hengeltje optuigen en dan morgen op de schar. Het is maar goed dat ik een pond cervelaatworst bij me heb. Dat eten ze vast ook wel.

18/2/2000 Dag 6

Om 05.30 sta ik op. Er waait een zeer stevige ZO wind. Af en aan slaan regenbuien op de hut en het is maar 2 graden C. Het waait recht in het poephuisje. Daar ga ik niet heen, dus. Besluit om het op een krant te doen, zo maar in mijn hutje. Geinig hoor. Het riekt maar heel even en het lucht in elk geval erg op.

Vissen. Stop een stuk cervelaatworst in mijn zak. De kokkels vallen snel van de haak en die paternoster is sowieso niet echt handig hier. Bovendien zak ik een paar keer bijna weg. Kom ook nog een keer volledig in de knoop te zitten, maar ondanks de bevroren vingertjes heb ik dat bij toeval binnen vijf minuten ontward. Ik denk een keer beet te hebben. Dénk: tak tak tak, maar hebben ho maar.

Vanaf de hut tel ik eiders. Ten noorden en noord-oosten van Griend zitten er 3500. Ze glimmen mooi op in het zonnetje. Het heeft iets feestelijks, iets van weekend, en ik besluit me te scheren. Water opzetten, spiegeltje klaar, mijn nieuwe Gillette Mach3, kwast, scheercrème van de Vergulde hand.

Laat in de middag nog een wandeling. Een dode eider is geringd. Ik knip zijn poot af en stop de ring in mijn zak. Er vliegt een velduil op. En nog één, nog één en nog één.

19/2/2000 Dag 7

Op zee is het stil. Alle vissersboten zijn gisteren al naar de haven gegaan en afgezien van de Oost-Vlieland en de Friesland zie ik de hele dag maar één boot, een tjalk. Het is een dag om uilenballen uit te pluizen. Ik heb er 28 liggen, allemaal van velduilen. Ik hou mezelf nu al met gemak een week overeind en verlang bijna naar het moment dat ik niet meer kan of hoef te denken. Dat dingen me gewoon ongenuanceerd te binnen schieten en ik geen rekening meer met anderen houd. Wat kan ze toch bedoeld hebben met 'het licht zien, over een paar maanden'?

Rare zaterdagmiddag. De mensen lijken van de aarde verdwenen, ik voel me alleen. Precies wat ik wilde.

20/2/2000 Dag 8

Naast me is een eider aan het doodgaan. Ik blijf bij mijn beslissing om geen euthanasie te plegen. Ik wens ze wel veel kracht en een vredig einde. Zoöfiele religieuze gevoelens? Ik knijp zo nu en dan mijn ogen dicht. Ik heb nog niet gehuild. Als ik het deed, vond ze het niet erg. Echte mannen huilen.

Tegen tweeën knip ik mijn haar. Met veel gevoel voor humor, dat wel. Bovenop lijkt het alsof de bliksem is ingeslagen, maar de zijkanten zijn erg mooi. Ik loop naar de grote Zuidkreek. De slechtvalk zit op het aanspoelsel. Hij vliegt op, mij tegemoet. Ik ga een stuk naar het zuiden, het wad op. Ik ben hier nu ruim een week en eerlijk gezegd tel ik een beetje af. Had me voorgenomen dat zo min mogelijk te doen. Het is niet erg, niets is hier erg.

Langzaam gaat de dag uit. De zonsondergang is net niet te zien. Twee waterrallen roepen, vijf piepers vliegen rond.

23/2/2000 Dag 11

Mist tot in de middag, alweer iets wat ik me van tevoren gewenst had. Ik ben om 04.35 wakker, ga eruit. Niet verstandig, het levert niks extra's op, pikdonker, kost alleen maar gas. Heb last van machteloze gevoelens, steeds weer. Het blijft raar om niets te horen. Heb vandaag vier keer mijn antwoordapparaat gebeld. En niet omdat ik eenzaam ben. Alléén, ja, maar dat is het gegeven, al elf dagen lang. Juist doordat er zoveel gebeurt om me heen (boten, vliegtuigen, eb/vloed) is het geen avontuur. Dat is het nooit geweest ook. Ik kan het wel aan. Ik hoef mezelf niet meer te vertellen rustig aan te doen; dat gaat steeds beter, net als het slapen, net als mijn kalme hartslag.

25/2/2000 Dag 13

Het wachten is nu op het moment dat de helft er op zit. Een bekend omslagpunt. De eerste week mag je wennen, de tweede week ga je je eigen ritme goed ontwikkelen. De derde en het begin van de vierde ga ik dingen doen die ik nog móest doen, en daarna is het opruimen en inpakken geblazen. Heb wat pijn in mijn rug. Om te ontspannen zou ik vanavond eigenlijk moeten gaan dansen.

Weekend, dus geschoren, voor de tweede keer in dertien dagen. Je wil er toch een beetje knap uitzien. Mijn haar heb ik nog steeds niet gewassen. Zouden er beestjes in komen na een week of drie? De laatste dagen komen er in de hut wel steeds meer diertjes te voorschijn. Haften, spinnetjes, muggen, vliegen. Ze kunnen rekenen op een vriendelijk onthaal. Behalve de vliegen natuurlijk.

Vanmorgen weer gevist. Had twintig gram schuiflood, een mooie zwarte, stalen haak, en drie plastic attractors (roze en groen, de kleuren van Doe Maar. Nou, ze deden helemaal niks). Veel te koud. Na drie kwartier gelukkig tijd voor koffie.

26/2/2000 Dag 14

Aan het eind van de middag rustig het zuidwad op. Ik probeer me te laten benaderen door de kanoeten, in plaats van andersom. Dat lukt heel redelijk. Na een uurtje is het meest gunstige tijdstip alweer voorbij en slenter ik terug. Het is zo speciaal, het eind van de dag, het feit dat jij straks als enige de lamp aan mag doen, dat je aan de ene kant de zon bijna perfect ziet ondergaan en aan de oostkant van het huisje in de luwte zit, terwijl drie waterrallen spontaan aan het biggen slaan. Ik neem een hap worst en dat is, met speculaas, het avondeten. Het waait intussen hard. Het huisje schudt. Nog even en ik weet niet meer wie of wat ik het meest mis.

28/2/2000 Dag 16

Dipjesdag, dat is duidelijk. En het weer zit ook al niet mee. Het heeft veel te maken met het feit dat ik over de helft ben en me afvraag wat ik nog zou willen doen. En dan ben ik plots niet zo inventief meer, zeker niet als het hard waait en geregeld regent. Het komt ook doordat Frans gisteren kwam overvliegen, dat bracht de bewoonde wereld weer zo dichtbij. En als ik aan de bewoonde wereld denk, dan denk ik aan haar. Ik zou zo graag iets horen of lezen. Iets liefs, iets als 'groot en warm hart' of simpelweg 'dag drukke man'. Misschien moet ik zo maar gaan liggen. Ben gaar. Lange dag, toch weer een uur of vier buiten geweest. Ik probeer me op mijn droom te werpen.

29/2/2000 Dag 17

Tijdens de wandeling geef ik toe dat het doel van alleen op mijn eiland nu wel bereikt is. Ik wilde weten hoe het is om niets te moeten. Ik wilde weten hoe ik met mezelf omga op de momenten dat ik alleen ben, echt alleen. Wat betreft dat moeten is het prima geslaagd. Ik moet nog maar bijzonder weinig van mezelf en dat voelt goed. Niet leeg in elk geval, in de zin van ledigheid. Ik doe voldoende, vind ik. Maar zelfs dít te bedenken, is een vorm van moeten. Ik moet niks. Ik ben vrij, maar heb geen enkele referentie. Ik kan er niet echt blij mee zijn. De bijpassende gevoelens blijken van tijdelijke aard. Je hebt anderen nodig om je geluk, blijheid of vrijheid aan af te meten. Zodra je jezelf daarvan berooft, is er geen echte vrijheid of vreugde meer.

Kortom, ik ga de wereld weer een beetje binnenlaten. Ik ga niet principieel vasthouden aan mijn voornemens. Ik ga straks naar de radio luisteren. En, puur om mezelf erop te wijzen dat principes heel goed kunnen varen, heb ik net de girofoon gebeld. Gewoon om mijn saldo even te horen. Ik had meteen spijt.

2 maart 2000 Dag 19

Regen en stormachtige wind. Er zijn uitschieters tot kracht 10. Mijn kacheltje trekt geweldig. Ben benieuwd of het schoorsteenpijpje het houdt, anders heb ik een gat in het dak. Maak tegen kwart voor twee dapper adem voor een tochtje door storm en regen.

Ik loop langs de Baai, tegen wind en zand in, en draai dan rechtsom over het strand. Een favoriet kaal stukje langs het Zwin. Achter mekaar komen er nu buien binnen, zonder onweer gelukkig. Na drie kwartier ben ik nat en thuis.

Ik geef toe aan een aanval van vreetzucht. Zo zit ik nu zonder speculaas en zonder Oma's natte cake. Roggebrood met spek, pannekoeken met stroop. En stukjes kaas, op een excuuscracker, dat weer wél.

3 maart 2000 Dag 20

Ze heeft weer gebeden om storm, want aan het eind van de middag loopt het eiland onder. Afgelopen nacht was erg onrustig, zelfs oordopjes ingedaan. De Brandaris vertelde dat het NW9 was geweest, met uitschieters tot 10. Voor het eerst lichtzwetend wakker geworden.

Na het ontbijt naar de Zuidkaap om de boot naar Vlieland, met mijn broer erop, langs te zien varen. Ik heb tegenlicht, maar zie wel iemand zwaaien. Een paar dia's gemaakt met de 800 mm en dan de telescoop er weer op. Fototoestel inpakken tegen het stuifzand en ja hoor, daar lazert het statief om, het oculair van de scoop steekt recht in het zand.

Ik leef vandaag voornamelijk op het balkon. Dat heeft wel iets geruststellends. Het water stuwt nu snel op en bereikt de eerste trede van de trap. De paaltjes staan al onder, het bosmuizenhol ook. Op de Haak zitten tienduizenden vogels.

4 maart 2000 Dag 21

Ik ben vreselijk rusteloos.

Al de hele dag is er een fraaie afwisseling van zon, dichte wolken in alle kleuren, buien met hagel en natte sneeuw, en heel harde windstoten. In de hut gebleven, het eiland is onder deze omstandigheden voor de vogels. Dat is beter, ook voor mijn gemoedsrust. Ik zit wat te lezen en plots strijkt er een uitgeputte huismus neer. Op Griend een zeldzaamheid.

Het is dat het de komende dagen wat rustiger en zonniger wordt, anders zou de laatste week wel heel triest worden. Het rare is dat ik niet echt ervaar dat ik geen mensen ontmoet hier. Zo nu en dan richt ik de telescoop even op de boot naar Vlieland of Terschelling en zie ik mensen naar Griend kijken. Soms zwaai ik stiekem.

5 maart 2000 Dag 22

Ik hul me in een angstig stilzwijgen. Drie keer naar de zee gegild, dat is wat ik mezelf toesta de hele dag. Veel zin om over de rest te schrijven heb ik niet. Een vliesje ijs op de poel naast de hut. Na twee dagen het eiland weer eens rondgelopen. Tonijn, mayo, ketchup en augurkje gegeten, op toast, echt zondags.

6 maart 2000 Dag 23

Je bent zo vreselijk voorspelbaar. Dan kan je er wel braaf nog voor half elf in gaan liggen, maar je wist dat voor het eerst in 22 dagen de slaap niet zou komen. En daar zit je dan om 00.50 uur, te wachten op niets. Ja, op de regen die ze voorspellen.

Uit Harlingen komt een hele trits vissersboten, op weg naar zee. De dag des Heeren zij geloofd en geprezen, maar daarna gaan we weer snel oogsten. Over de scanner hoor je af en toe een visser met de Brandaris praten. Vaak een gelaten toontje, met die specifieke Volendammer of Urker klank.

De wind trekt alweer aan. Ik wil geen wind meer. Ik begin het eiland te haten. Al die onzekerheid, die harde kutwind, verkeerd tij, klote. Ik kijk af en toe ook demonstratief niet uit het raam. Maar dat hou ik niet lang vol. Om mezelf te vermaken de afwas gedaan. En mijn haar gewassen, voor de eerste keer.

7 maart 2000 Dag 24

Vandaag was weer zo'n dag, afgelopen nacht begon het al. Harde wind. Toch maar even wat gelopen, omdat het vanmiddag gaat regenen. En morgen ook. Probleem alleen dat het tegen hoogwater is, dus ik kan niet om de zuid, en ook niet over de kwelder. Het pad onder de noorddijk langs, tot paal 1000. Dan gaan al die schuwe wulpen en eiders weer omhoog. Ja, rustig maar, ik draai al om. Lekker vogelen zo.

8 maart 2000 Dag 25

Om 06.35 opgestaan, kachel, lamp en radio aan. Koud is het niet. Waarmee we meteen al het positiefs over het weer hebben gehad. Hoewel, vanmiddag wordt het droog. Ik geloof het, ik geloof zo langzamerhand alles. Een korte wandeling stuit op slapende vogels. Daarom maar weer naar huis en huishoudelijke zaken gedaan. God, wat wil ik graag weg.

Vanmiddag de grens van nog honderd uur gepasseerd, eigenlijk vanmorgen al. De tijd kent geen kader, ook al niet. Als je het zo optelt, is het hier bijna onmenselijk: de tijd gaat vrijwel langs je heen, elementaire informatie over je geliefden ontbreekt, je weet niet eens of ze je geliefden nog zijn.

9 maart 2000 Dag 26

Alweer veel wind, heel veel wind, ondanks alle beloftes. Om 06.30 opgestaan, toen was het volgens de Brandaris windkracht 9. Omdat het wel weer eens tijd werd voor een extra fysieke inspanning, drie bijlen gepakt en beneden planken gaan verbrijzelen voor het afscheidsvuur. Daarna tot tegen tweeën zowaar in het zonnetje gezeten.

Intussen ben ik begonnen met inpakken. Besloten om zaterdag de 11e terug te gaan en daarom wat telefoontjes gepleegd. Ik ben opgelucht, maar moet nu wel oppassen dat ik niet instort.

Net even buiten gestaan, pikdonker met alle sterrenbeelden keurig op een rij. Mijn favoriet Orion staat op het punt onder te gaan. Er roepen smienten en scholeksters. Net als morgen, net als overmorgen.

10 maart 2000 Dag 27

Kanaalkoorts.

Ik hoorde het vanmorgen van een Brandarisman. Vertelde hem dat ik een dag eerder naar huis zou gaan, omdat zaterdag toch al een deel van mijn bagage naar Harlingen moet. Dan kan ik net zo goed zelf meegaan, voegde ik er als excuus aan toe. ,,Kanaalkoorts noemen ze dat'', zei hij zonder dralen. De wil om steeds sneller naar huis te gaan als je eenmaal op de terugreis bent.

Het is prachtig weer. Ze moeten gehoord hebben dat ik wegga, want het is één groot spektakel op het eiland. Overal roepende waterrallen, bijna geen wind. Tijdens de voorbereiding van het afscheidsvuur komt de eerste witte kwikstaart van dit jaar uit zuid roepend aanvliegen.

Het meest indrukwekkend is de schier onophoudelijke stroom kokmeeuwen. Alsof iemand een meeuwenmagneet op Griend heeft neergelegd. Een feest. Zelfs de officiële verbranding van mijn spijkerbroek kan me niet meer treurig stemmen. Als het vuur uit is, blijk ik de trui nog te dragen die ook verbrand had moeten worden.

Het betrekt. De wielen van de kruiwagen vallen er bijna af, ze zwabberen als een gek. Ik breng vijf vaten en zeven lege gasflessen (en twee volle die ik over heb) naar de Zuidkaap. Ik moet telkens vlak langs de groep overtijende scholeksters in de Baai. Ze blijven allemaal zitten.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden