Een Madrileens onderonsje

Vaarzon Morel kent het klappen van de zweep in de ontmoeting van flamenco met jazz. Zo speelde hij in het succesvolle project 'Miles of Sketches of Spain' onder meer samen met jazztrompettist Eric Vloeimans.

door Armand Serpenti

Het zou dan ook niet meer dan logisch zijn ze een plaats te gunnen in het themaprogramma van North Sea Jazz 2005. Maar de organisatie besloot anders en koos voor een Madrileens onderonsje.

Vaarzon Morel: ”Neem het ' Cruce de Caminos'-project rond gitarist Gerardo Núñez en saxofonist Perico Sambeat. Hun zanger Rafael de Utrera, hun danser Carmen Cortés en Núñez zelf, maken deel uit van de Madrileense scene. Net als zanger Guadiana en gitarist Niño Josele, die samen met trompettist Jerry Gonzales aantreden onder de naam ' Los Pirates Del Flamenco'. En mijn persoonlijke favoriet, gitarist Tomatito, woont er geloof ik ook weer, net als El Paquete en Lucky Losada, de tweede gitarist en de percussionist uit het sextet waarmee hij komt.”

”Madrid is het zakencentrum van de professionele flamenco, daar zitten de impresario's. De muziekscene is er vrij incestueus, iedereen doet het met elkaar en de meeste muzikanten hebben een contract bij het hippe ' nuevo flamenco'-label ' Nuevos Medios'. ' Nuevo flamenco'

(nieuwe flamenco) is een handig bedacht modewoord, maar zo nieuw is deze stroming niet: wat Paco de Lucía al in de jaren zeventig deed, een sextet oprichten met elektrische bas, latin percussie, fluit en saxofoon, was net zo goed ' nuevo flamenco'. Het betekent niet meer dan: een niet-traditionele, niet-puristische omgang met flamenco.”

”Dat Paco de Lucía niet op het programma staat, vind ik ronduit belachelijk. Hij is de onbetwiste grondlegger van de flamencojazz. Hij is nota bene weer aan het toeren en zijn laatste cd ' Cositas Buenas' is wel het meest jazzy album uit zijn hele discografie.”

”Gelukkig is Tomatito wel van de partij. Hij is de laatste begeleider van de in 1994 overleden, wonderbaarlijke zanger Camerón de la Isla. Nog steeds hoor je diens ' cante jondo', letterlijk vertaald: diepe zang, in zijn spel terug. Hij is dé man van de gipsy swing, maar dan op flamencogebied. Zijn opvatting van het ritme is uniek en zijn stijl onnavolgbaar. Op zijn nieuwste cd ' Aguadulce' hoor je duidelijk dat zijn spel de laatste tijd meer jazzy wordt, met name in de akkoorden, maar het blijft op de eerste plaats flamenco.”

”Iemand die op heel oorspronkelijke wijze jazz met flamenco mengt en er echt iets nieuws van maakt, is Chano Dominguez. Hij is de enige pianist van naam in dit programma en komt uit Barcelona. Daar heb je een levendige jazzscene.”

”Dat er geen gitarist meespeelt in zijn band komt waarschijnlijk omdat het zo hondsmoeilijk is om piano en flamencogitaar goed met elkaar te combineren. In flamenco wordt namelijk niet gemoduleerd, van toonsoort gewisseld. Spanning en afwisseling zitten hem voornamelijk in het ritme en de speelstijl, terwijl pianospel juist zo verlevendigt dankzij modulaties. Als je flamenco letterlijk transponeert van gitaar naar piano, wordt het al snel saai, dus moeten er andere kunstgrepen worden toegepast, en die zijn niet voor iedereen weggelegd. Niettemin staat er een duo-concert gepland van pianist Michel Camilo en Tomatito. Alles wordt daar noot voor noot ingestudeerd, geloof me.” Het concert dat Gerardo Núñez komt geven wordt waarschijnlijk vooral voor gitaristen interessant. De gitarist zocht al vroeg in zijn carrière de jazz op door te gaan samenspelen met Michael Brecker en John Patitucci. Hij is vooral op technisch vlak razend goed, zonder twijfel de meest virtuoze flamencogitarist van het moment. Maar al die snelle nootjes brengen het ware gevoel van de flamenco in het gedrang. Bovendien kan hij, als zoveel flamencoartiesten, maar moeilijk uit de voeten met een jazzakkoordenschema. Núñez komt dan ook niet veel verder dan het spelen van flamenco met een jazzy sausje.”

”Flamencomuzikanten kunnen echter wel degelijk improviseren. Zoals ze in de jazz op toonladders en harmonische schema's improviseren, gebeurt dat in de flamenco op basis van ritme en vorm. Wanneer jazz en flamenco elkaar ontmoeten, zie je dat beide kampen vanuit hun eigen achtergrond gaan improviseren. Dat het dan toch lekker kan klinken komt vooral door goed naar elkaar te luisteren. Als ik met Eric Vloeimans speel maak ik geen jazz, maar ook weer geen flamenco en hij geen flamenco en ook geen pure jazz. Dat is de enige manier om tot een fusie te komen. Gewoon lekker spelen noem ik het altijd maar. Dan heb je al snel een mooie mix. Veel meer is eigenlijk niet nodig.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden