Een ’low-budget’ waterlinie moest de Russen tegenhouden

door Camiel Donicie

Behoedzaam schuift een graafmachine het zand opzij. IJverige mannen in oranje hesjes leggen met een schep de roestige toegangsdeur naar een bunker bloot.

Het betonnen complex is onderdeel van de IJssellinie, een serie verdedigingswerken die Nederland tijdens de Koude Oorlog moest beschermen tegen een inval van de Russen.

Als de deuren van de bunkers opengaan, blijkt dat ze er nog goed bij liggen. Maar zonder natte voeten naar binnen gaan is er niet bij. Stichting de IJssellinie onderneemt deze week vlakbij het dorpje Olst een ’kijkoperatie’, om na te gaan of de kazematten, munitiedepots en slaapvertrekken gerestaureerd kunnen worden. De bunkers liggen, sinds de ontmanteling in 1965, onder een dikke laag aarde. De restauratiekosten liggen tussen de 50.000 en 75.000 euro, schat Wim Timmerman, stichtingsvoorzitter en gids.

De IJssellinie werd in 1953 aangelegd, na een verzoek van de Navo om een steentje bij te dragen aan de verdediging van West-Europa tegen de Russen. Geld voor een goed bewapend leger was er niet, dus greep Defensie naar een oud en relatief goedkoop middel, een waterlinie. In twee jaar tijd verrees tussen Nijmegen en Kampen een 120 kilometer lang netwerk van bunkers, waterinlaten en caissons, die door het leger afgezonken konden worden in de IJssel om een kunstmatige overstroming te veroorzaken. De waterbarrière moest de opmars van de Russen voldoende vertragen om versterkingen uit Groot-Brittannië mogelijk te maken. En dat allemaal zo goedkoop mogelijk. „De kanonnen op de kazematten werden van afgedankte Britse Sherman-tanks gehaald”, vertelt Timmerman.

Gebruikt werd de linie nooit. Wel was er drie keer groot alarm: tijdens het neerslaan van de Hongaarse opstand in 1956, de Cubacrisis in 1962, en na de moord op John F. Kennedy in 1963. Harm Oldeniel werkte in die tijd vier jaar bij de IJssellinie, als chauffeur van de commandant, bevoorrader en postbezorger. „Die mobilisaties waren heel spannend”, herinnert Oldeniel zich. „Het moest allemaal in het diepste geheim. Mijn vrouw mocht niet eens weten wat ik daar deed.”

In 1965 doekte Defensie de linie op, omdat Duitsland zich toen weer mocht herbewapenen. Had de IJssellinie de Russen écht kunnen tegenhouden? Niemand wist tot voor kort wat het Warschaupact voor West-Europa precies in petto had. Maar de onlangs geopenbaarde archieven van de Poolse staat doen vermoeden dat het Nederlandse leger geen schijn van kans zou hebben gehad. Op voorheen geheime kaarten, afgedrukt in NRC Handelsblad, hadden de Russen een atoomoorlog ingetekend, met kernbommen op onder meer Amsterdam, Apeldoorn en Zwolle. Poolse soldaten stonden volgens het aanvalsplan binnen zes dagen voor Amsterdam. Oldeniel blijft desondanks geloven in ’zijn linie’: „Ik denk dat we het ze aardig lastig hadden kunnen maken.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden