Een long van bamboe

Het is eigenlijk taboe. Toch vraag je je af: wat bedoelt de kunstenaar met dit werk? Peter Henk Steenhuis gaat op zoek naar de betekenis van een losstaande long.

Heel even sta ik alleen voor de 'Breathing Sphere' van ontwerper en beeldend kunstenaar Maria Blaisse. Het licht valt door de bamboe ribben. Achter me zie ik de schaduw op de wand langzaam meebewegen op het ritme van de constructie. Het werk heeft wel wat weg van een long, de bamboe ribben zetten uit als onze borstkas. De constructie zwelt langzaam op en krimpt weer ineen. Het beeld is prettig rustgevend, zoals de vlammen van een vuur dat zijn, of de golven van de zee.

Het gevoel dat het kunstwerk oproept, doet me denken aan de installatie 'Notion Motion' van de Deens-IJslandse kunstenaar Olafur Eliasson dat enkele jaren geleden in het Rotterdamse museum Boijmans van Beuningen te zien was. Daar keek ik naar een reusachtig scherm met grote, witte, naar boven wegtrekkende golven. Toeschouwers maakten deze golven, als ze op wiggen stampten, die in de zaal lagen. Na verloop van tijd kwam het beeld tot rust, en ontstonden er regelmatig rollende golven. Tot iemand op de wiggen trapte en de cyclus opnieuw begon.

De werken van Eliasson en Blaisse lijken op geen enkele manier op elkaar, alleen de ervaring die ze bij mij oproepen is vergelijkbaar. Ik heb toen bij Eliasson geleerd dat natuur én kunst je een gevoel kunnen geven boven jezelf uit te stijgen, zodat je loskomt van je dagelijkse beslommeringen en er een grote rust in je neerdaalt. Voor een ogenblik identificeer je je niet meer met je activiteiten, je gevoelens of je relaties met anderen. Je gedachten staan stil. Eigenlijk 'ben' je alleen maar. Dit zou je de meditatieve functie van kunst kunnen noemen.

Nu, hier in het atelier van Maria Blaisse, ben ik dan ook in eerste instantie benieuwd naar de werking van dit kunstwerk. Meer nog dan naar het materiaal, de vorm, het ontstaan. Heeft dit werk een meditatieve functie? Komen ook anderen tot rust als ze een tijdje voor dit werk staan? "Het treffendst vond ik", zegt Blaisse, "dat iemand die het werk zag onmiddellijk uitriep: 'Dit moet in een ziekenhuis. Je wordt hier zo rustig van.' Die rust wil ik in de toekomst ook uitbuiten, door deze vorm architectonisch te maken, zodat je er als toeschouwer niet meer voor staat maar inzit."

Hebt u een idee waardoor die rust veroorzaakt wordt?
"Het werk heet niet voor niets Breathing Sphere. Die rust zit in de adem, maar de adem wordt veroorzaakt door de vorm en het materiaal."

Ik ben niet creatief genoeg om onmiddellijk over te stappen naar dat materiaal en de vorm. En te veel journalist om niet te blijven hangen bij het woord. In veel talen heeft adem te maken met ziel, lucht, wind. In het Grieks hebben de woorden psyche (ziel) en pneuma (geest) allebei met wind of lucht te maken. Hetzelfde geldt voor het Latijn, waar de woorden anima (ziel) en animus (geest) allebei ook wind betekenen. Net als spiritus, dat net als geest ook adem kan betekenen. In het Sanskriet betekent âtman ziel en lucht, in het Hebreeuws is ruach geest en adem. Het lijkt me duidelijk: wie de adem weet te verbeelden, zit de ziel op de huid. Kijken we hier naar een spiritueel kunstwerk?

Blaisse: "Vroeger was ik nogal spiritueel. Nu weet ik dat de ervaring van spiritualiteit uit de materie moet komen. Ik richt me op de materie. Dat is genoeg."

De zoektocht naar de materie en de vorm begon bijna twintig jaar geleden, toen haar kinderen een brandweerhelm nodig hadden. "Ik zag een brandweerman voor me, gekleed met van die mooie flappen over de schouders. Ik had nog een oude autobinnenband liggen, waar ik een inkeping in heb gemaakt. Toen ontdekte ik de verschillende driedimensionale mogelijkheden van die vorm."

De oude autoband werd een modieuze hoed. Blaisse begon met de bandenfabriek Vredestein mallen te ontwikkelen voor een reeks hoeden, in zwart, maar ook in de primaire kleuren rood, wit, blauw, geel. In 1987 maakte ze hoeden voor de wereldberoemde Japanse modeontwerper Issey Miyake. In de jaren daarna ontwierp Blaisse de kostuums voor een dansopera die werd opgevoerd in Milaan, New York en Los Angeles. Er volgden laarzen, tassen, keramiek en glaswerk, allemaal gebaseerd op de oorspronkelijke vorm van de autoband.

In het boek 'The Emergence of Form', dat vandaag verschijnt, beschrijft ze haar onderzoek naar deze vorm. Blaisse: "Al die vormen zijn terug te voeren op twee manieren waarop je een inkeping in een band kunt zetten. Als je de band aan de binnenkant insnijdt, krijg je andere vormen en krachten dan wanneer je de band aan de buitenkant doorsnijdt. Je praat dan over concentrische en centrifugale krachten. De diverse vormen die dit oplevert, zie je overal in de natuur terug. Als je goed naar zeewier kijkt, zie je dat het bestaat uit een lange tube, een buisvorm die zich opent. Maar je ziet de vorm ook in de woestijn terug."

Een paar jaar geleden begon Blaisse te experimenteren met bamboe. "Ik heb altijd van bamboe gehouden, vooral van het beweeglijke van bamboe. Rondom mijn huis in Amsterdam staat overal bamboe. Ik kwam op het idee naar aanleiding van een tentoonstelling over bamboe. Maar alles wat daar tentoongesteld stond, was statisch; geen enkele kunstenaar of vormgever had de dynamiek van bamboe gebruikt.

Toen begon ik met bamboe te vlechten. Ik heb vroeger veel gevlochten, ik ken de technieken. De beweeglijkheid van 'Breathing Sphere' is te danken aan de manier van vlechten. Als je vlecht, ontstaat er dynamiek. Maar de mate van de dynamiek en het vormpotentieel is afhankelijk van de grootte van de maaswijdte. Maak je de mazen kleiner dan werkt hij minder; maak je ze te groot, dan werkt hij ook minder. Precies op deze manier gevlochten heeft de vorm de meeste kracht.

Als ik een vogel zie ben ik altijd weer ontroerd. Elke vleugelveer heeft exact de juiste vorm voor de functie die de veer moet uitoefenen. En wij moeten tot in de details experimenteren om de beweeglijkheid van de materie optimaal te kunnen benutten."

Wat gebeurde er tijdens die experimenten?
"Opnieuw kwam ik uit bij een variant van de band."

Wat dacht u toen?
"Ik schrok me rot. Ik denk altijd: nu houd ik ermee op. Maar die vorm beheerst mijn leven. Ik ben in de ban van de band."

We kijken opnieuw naar de bamboe long. Nu pas vraag ik me af hoe deze long in- en uit kan ademen. Na enig aandringen vertelt Blaisse dat een draadje de constructie naar beneden trekt, waarna de bamboe ribben terugveren naar hun oorspronkelijke vorm. In de verte hoor je ook een motortje zoemen. De bamboe long is geen perpetuum mobile, de mythische constructie die uit zichzelf zou blijven bewegen.

Hoe werkt dat eigenlijk bij onze longen? Wat gebeurt er als ik inadem?

Tijdens de paar boeddhistische meditatielessen die ik ooit volgde, hoorde ik geregeld de zin: 'Niet ik adem maar het ademt in jou.' Spiritueel kon ik me daar destijds weinig bij voorstellen, maar nu, staande voor dit werk begint er iets te dagen. Bovendien, zo herinner ik me nu, is er iets met adem, iets fysiologisch dat het boeddhistische credo bevestigt. We denken: ik haal adem. Maar het is anders: het haalt adem.

"Dat zie je hier," zegt Blaisse, "'het' haalt adem."

Wat is dan 'het'?
"Ja, wat is 'het'? Daar zoek ik naar. Wat doet iets bewegen, wat is de kracht erachter?"

Toen ik een uurtje later buiten het atelier van Blaisse stond, besefte ik dat ik op zoek moest naar de betekenis achter deze losstaande long. Ik vermoedde 'het' niet te moeten zoeken in het materiaal, daarmee kon ik hooguit de werking van deze 'Breathing Sphere' verklaren. Maar daarmee zou ik nooit een antwoord kunnen vinden op de vraag: wat is 'het'? En daar moest antwoord op komen, wilde ik iets kunnen zeggen over de betekenis van dit werk.

Ik besloot op zoek te gaan naar de werking van de long, en liet Jos Kooter, een bevriende internist, de beelden van de 'Breathing Sphere' van Blaisse zien.

Kooter: "Bijna iedereen heeft het gevoel dat zijn borstkas uitzet als hij lucht aanzuigt. Ik zuig lucht aan, en daardoor gaat mijn borstkas naar buiten. Hoe dacht je dat te kunnen doen? Je zuigt geen lucht aan, lucht wordt aangezogen."

Ik adem niet?
"Correcter lijkt me 'het ademt'."

Zoals de boeddhisten zeggen.
"Inderdaad. Wij ademen zuurstof in en koolzuur - CO2, het broeikasgas - uit. Maar heel bewust kun je dat niet noemen. In de hersenstam, de verbinding tussen hersenen en ruggemerg, zit het ademcentrum. Dit zendt prikkels uit naar de ademspieren, dat zijn de tussenribspieren en het middenrif. In rust staat het middenrif omhoog gebold. Als dat middenrif plat trekt, wordt de ruimte in je borstkas groter. Daarnaast zet de borstkas, door beweging van de ribben, uit.

Dezelfde hoeveelheid lucht bevindt zich nu in een grotere ruimte, wat als gevolg heeft dat de druk daalt. Lucht stroomt via het strotteklepje naar binnen, van hoge naar lage druk. Het uitademen is letterlijk ontspannen. De borstkas en het middenrif veren weer terug, de borstholte wordt kleiner en lucht wordt eruit geperst."

Dat terugveren, het ontspannen uitademen, zie je goed in de 'Breathing Sphere' van Maria Blaisse. Maar kan ik dan niet zeggen, dat ík mijn middenrif plat trek, ík de ruimte groter maak, ík lucht naar binnenzuig?
Kooter: "Je kunt heel bewust gaan zitten ademen, misschien is het dan 'ik adem'. De vraag is of je dat echt ademen kunt noemen, het voelt immers heel onnatuurlijk, je gaat bijna direct hyperventileren, wat een naar gevoel oplevert. Liefst laat je het zo snel mogelijk weer overnemen door 'het'."

"Dat 'het' laat zich, in fysiologische zin, niet zozeer sturen door het 'ik' maar door koolzuur. Als je een tijdje je adem inhoudt, bijvoorbeeld als je onder water zwemt, wordt je bloed onmiddellijk zuurder door stapeling van dat koolzuur. Dit zuur is de prikkel voor het ademcentrum dat vervolgens een steeds sterkere prikkel naar het middenrif en de borstkas uitzendt. De kracht van die prikkel is onvoorstelbaar groot. Het 'ik' kan die prikkel nog wel even tegenhouden, maar op een gegeven moment neemt 'het' het over: er wordt geademd. Hopelijk gebeurt dat boven water, en kun je je lucht kwijt - feitelijk heb je dan dus lucht te veel, niet te weinig. Als het onder water gebeurt verdrink je."

Verklaart deze fysiologische uitleg waarom mensen bijna unaniem rust ervaren bij het bekijken van dit werk?
"Nu ik een tijdje naar het filmpje over deze long kijk, valt me op hoe traag 'het' ademt: iets vaker dan één keer in dertig seconden. Het is een bekend verschijnsel dat zien hyperventileren doet hyperventileren. Goed mogelijk dat het omgekeerde ook geldt: dat rustig ademhalen rustig maakt."

Niet ik adem maar 'het' ademt. Het 'ik' verdwijnt en maakt plaats voor iets anders. Voor 'het'. Dat gebeurt niet alleen bij ademen. Schrijvers kennen de ervaring van een boek dat zichzelf schrijft. De structuur voor dit verhaal heb ik niet bedacht, maar schoot me te binnen bij hartslag 172, toen ik me uitleefde op een spinfiets, en bewust denken nagenoeg onmogelijk werd.

Vraag blijft hoe het komt dat wij er zo sterk van overtuigd zijn dat we alles zelf doen. Dat ik adem, dat ik schrijf, dat ik denk. De Canadese filosoof Charles Taylor wijst er in 'Bronnen van het zelf' (1989) op dat deze ervaring een typisch westers fenomeen is. Het idee dat gedachten, ideeën of gevoelens zich 'binnen' ons bevinden, terwijl de objecten in de wereld waarop deze mentale toestanden betrekking hebben 'buiten' zijn, noemt Taylor zelfs een kenmerk van onze moderne westerse beschaving.

Een van de eersten die dit aan de kaak stelden was de Duitse filosoof Friedrich Nietzsche: "Een gedachte komt wanneer 'zij' dat wil, en niet wanneer 'ik' dat wil." Nietzsche meende dat je het 'ík' niet nodig hebt om te kunnen spreken van 'denken'.

De 'Breathing Sphere' van Maria Blaisse leert ons inzien, dat je het 'ik' niet nodig hebt om te kunnen ademen. De adem komt wanneer hij dat wil - hetzelfde geldt voor de geest, die waait wanneer en waarheen hij wil.

Kunst en natuur kunnen je soms een gevoel geven boven jezelf uit te stijgen, zodat je loskomt van je dagelijkse beslommeringen en er een grote rust in je neerdaalt. Maar kunst kan je, zo merk ik bij dit werk van Maria Blaisse, ook het gevoel geven buiten jezelf te treden. En hiermee bedoel ik niets religieus, niets zweverigs, of new-ageachtigs. Dit buiten jezelf treden is een heel relativerende ervaring: ik doe er niet zoveel toe. Het gebeurt buiten mij om. Die ervaring ontspant, en geeft rust.

Maria Blaisse: The Emergence of Form. NAI uitgevers, Rotterdam; 280 blz. euro 39, 50

Over Maria Blaisse
Maria Blaisse (1944) studeerde in 1968 af aan de Rietveld Academie te Amsterdam. Vanaf 1974 doceerde ze zeventien jaar textielvormgeving aan de Rietveld Academie in Amsterdam. Ze ontwikkelde zich als een veelzijdig ontwerper en internationaal gastdocent. Haar werk heeft raakvlakken met kunst, mode, architectuur, performance, video en fotografie, vanuit materiaal naar vorm en beweging.

Expositie
De expositie Moving Structures van Maria Blaisse is van 12 mei t/m 14 juli te zien in de Ketelfactory, Schiedam.

Info: www.deketelfactory.nl

Door het beeld
Neerlandicus en Trouwredacteur Peter Henk Steenhuis stelt verboden vragen aan kunstenaars.

'Door het beeld' is een initiatief van Trouw en de Ketelfactory te Schiedam.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden