Een likje lak op de roest

ROUBAIX - Het Franse wielrennen leek in een diepe crisis te verkeren. De exodus van de weinige grote talenten naar het buitenland en het afhaken van sponsors begeleidden de onstuitbare glijvlucht in het zwarte gat.

JOHAN WOLDENDORP

Puur pragmatisch geredeneerd hebben de overwinningen van routinier Duclos-Lassalle in de negentigste editie van Parijs-Roubaix, gisteren, die van outsider Durand in de Ronde van Vlaanderen een week eerder, en de herboren Bernard in Parijs-Nice, het Criterium International en de Omloop van de Sarthe het cyclisme in Frankrijk er weer bovenop geholpen. In werkelijkheid is het niet meer dan een likje lak op de roestplekken van een verrotte carrosserie. Nadat vorig jaar al een grote sponsor afhaakte, dreigen aan het eind van dit seizoen nog eens twee van de drie invloedrijke geldschieters uit het peloton te verdwijnen. Managers denken doorgaans minder pragmatisch dan veel wielrenners en ploegleiders, die zich vaak na een of twee overwinningen in een paradijs wanen, waar recessie bij de wet verboden is.

Het zijn goede en slechte tijden voor het Franse wielrennen. De aansprekende overwinningen van Durand en Duclos-Lassalle zullen de meeste collega's geen windeieren leggen. En net als in 'Vlaanderens mooiste' had het er alle schijn van dat het peloton de doodstrijd van de patient niet op zijn geweten wilde hebben. Naar analogie van Durand bekroonde ook Duclos-Lassalle een lange vlucht. Met Van Poppel (!), Van Slijcke en Wegmuller reed hij bijna honderd kilometer lang rond de twee minuten voor het peloton. Wegmuller viel het eerst af, Van Slijcke mocht van zijn ploegleider Vandenbroucke geen werk meer opknappen en sprinter Van Poppel, die ooit eerder (in de Grote Prijs van Frankfurt) in een klassieker bij een monsterontsnapping was betrokken, hield het op den duur niet meer vol. Duclos-Lassalle werd derhalve net zo'n begerige prooi als de houtsnippen die de Fransman in het daarvoor geeigende seizoen probeert te schieten, maar hield zonder al te veel moeite een voordelige marge intact. De heren hadden het lood kennelijk in de benen zitten. Ze keken elkaar weer eens aan en besloten eenstemmig dat het onverantwoord was de jacht op de jager te openen. Alleen Ludwig waagde op aanraden van zijn ploegleider Peter Post een poging, maar ondernam te laat actie om Duclos te achterhalen. Hij verdiende er niet meer dan een troostprijsje mee; het leiderschap in het wereldbekerklassement.

Afgelopen

"Voor velen is het nu afgelopen," vatte Post het eerste deel van het wielerseizoen kernachtig samen. "De renners weten dat, maar ze zijn bang voor elkaar. Er is nooit echt doorgereden. Iedereen zit te wachten tot iemand er achter aangaat." Dat deed zelfs LeMond, die er niet gerust op was dat zijn gelegenheids-kopman de kleine marge tot op de wielerbaan van Roubaix kon koesteren. "In mijn positie kon ik het initiatief niet nemen. Ik zat er echt op te wachten dat iemand ging demarreren. Dan kon ik meegaan." Jelle Nijdam, die dit seizoen nog met lege handen staat, wijt de lethargie in het peloton overigens niet aan de angst het voortouw te moeten nemen. "Toen Ludwig ging, had Van Hooydonck er achteraan moeten gaan. Maar ja, de scherpte was er af."

met een droeve blik in de ogen: "Vroeger viel een vluchter wel eens stil. Tegenwoordig fietsen ze alleen maar door."

"Het is psychologisch goed te verklaren," legt Post uit. "Een ontsnapte renner zweeft als hij de finishlijn binnen bereik krijgt. Hij valt niet stil, maar krijgt steeds meer kracht." De bewondering voor de 37-jarige Duclos-Lassalle was groot in Roubaix, maar de verbazing over zijn krachtsinspanning ver te zoeken. Na de overwinning van de twee jaar jongere Sean Kelly in Milaan-San Remo is er in de klassiekers weer toekomst voor de late dertigers. "Met mijn 25 jaar ben ik nog veel te jong om een klassieker te winnen," grapte Van Poppel, doch met betrekking tot Parijs-Roubaix schuilt er een kern van waarheid in die redenering. In de negentigste editie van de koninginneklassieker was DuclosLassalle de 26e dertig-plusser die eeuwige roem vergaarde. In 1902 was de Fransman Lesna met 39 de oudste winnaar, na de oorlog werd Duclos-Lassalle alleen afgetroefd door de Belg Pino Cerami die in 1960 38 jaar was. Post gooit het op de haast Zoetemelksiaans-Spartaanse verzorging, waaraan mannen als Duclos-Lassalle en vooral Kelly zich gretig onderwerpen, Nijdam legt ook fysiologische argumenten op tafel: "Het is net als in marathons. In korte, snelle wedstrijden zijn oudere renners gauw gezien, maar in lange, slopende koersen redden ze het vaak op hun uithoudingsvermogen. In Parijs-Roubaix zie je vaak winnaars van boven de dertig."

Gilbert Duclos-Lassalle vindt de opmerkingen over zijn leeftijd nauwelijks relevant. "Ik hoor wel eens roepen dat je harder moet trainen, naarmate je ouder wordt. Ik vind dat onzin. De leeftijd zit in je hoofd en niet in je benen. Ik weet wat dat betreft niet hoe oud ik ben. Een nieuw wielerseizoen is voor mij altijd het eerste. Met wat zich daarvoor heeft afgespeeld, houd ik me meestal niet bezig."

Duclos-Lassalle kan desondanks op een lange carriere terugkijken. In 1977 tekende de inwoner uit Morlaas (bij Pau, aan het voorportaal van de Pyreneeen) zijn eerste profcontract. Een geboren triomfator is er niet voortgekomen uit de fietsende omnivoor. Zowel bergop als in de vlakste van alle klassiekers laat hij zich moeilijk lossen. Maar met 61 overwinningen in ruim vijftien jaar fietsen om den brode gedraagt hij zich niet bepaald als een veelvraat. Typerend in dit verband is dat hij gisteren, na Bordeaux-Parijs zaliger nagedachtenis (1983), pas zijn tweede klassieker-overwinning behaalde. In Parijs-Roubaix was Duclos-Lassalle tweemaal tweede (in 1980 achter Moser, drie jaar later in de schaduw van Hennie Kuiper), nog eens twee keer bij de eerste tien en in totaal tien keer bij de beste 25. Veertien keer startte hij in de koninginneklassieker, twaalf maal haalde hij Roubaix.

Vorig zomer leek Duclos-Lassalle aan alweer een nieuwe wielerjeugd te zijn begonnen. Hij won twee etappes en het eindklassement in de Midi-Libre en timmerde zodoende, na zich twee jaar kapot te hebben gewerkt voor anderen, weer eens aan de weg. "Twee jaar lang niet mogen winnen, maar steeds aan collega's moeten denken, dat ging me de keel uithangen," vertelde hij toen. En, voegt hij er anno 1992 aan toe: "Jaargenoten van mij zie je vaak als leermeester van jongere collega's optreden. Maar ik ben helemaal geen oude man die niets beters dan dat heeft te doen."

Leefwijze

Duclos-Lassalle verwijst naar zijn leefwijze als hij zijn onverwachte overwinning moet verklaren. "Over het hele jaar gerekend fiets ik, met inbegrip van de wedstrijden, bijna de aarde rond. In de winter veroorloof ik me minder uitspattingen. Ik train met de mountain bike en rijd af en toe zesdaagses." Sinds kort veroorlooft hij zich ieder najaar wel drie weken vakantie. En hij doodt de tijd buiten het seizoen met de jacht op becasses, in het Franse bargoens een scheldwoord, in zijn benadering 'de koningin van de bossen'. "Een houtsnip," verklaart hij nader, "laat zich moeilijk vangen en nog moeilijker doden. Om het laatste gaat het me overigens niet." Duclos-Lassalle voelt zich zo begaan met de jacht, dat hij zich namens een milieusplinter in Frankrijk kandidaat liet stellen voor het Europees parlement. Een keer liet de ene passie zich slecht met de andere verenigen. In 1983 doorboorde hij zijn linkerhand met een schot hagel. Aan de carriere van Duclos-Lassalle leek abrupt een einde te komen. Wonderlijk snel klom hij weer op de fiets. Te snel, bleek achteraf. In de Goldrace van '84 konden de pezen de inspanningen nog niet verdragen, waarna hij voor de rest van het seizoen was uitgeschakeld. Vanaf 1985 werd het winnen van Parijs-Roubaix weer een reele droom.

En nog is het vuur van de eerzucht bij lange na niet gedoofd. "Mijn ambities? Daar kan ik kort over zijn: altijd maar winnen."

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden