Een liefdevolle huismus

Dinie Sorgdrager-Kassies 1928-2014

Zorgzaamheid zat in haar genen. Als dochter, echtgenote, moeder en onderwijzeres was zorg haar drijfveer.

Als meisje had ze met tegenzin het ouderlijk huis verlaten. Ze was zo graag nog een tijdje gebleven in dat warme nest met tien kinderen in de Amsterdamse Watergraafsmeer. Er was zoveel gebeurd in de oorlog dat ze liever nog een poosje bij haar moeder thuis was gebleven.

Ook al was Dinie het vijfde kind, ze leek een tweede moeder van het gezin. Ze troostte de kleinere kinderen als ze verdriet hadden. Als iemand zijn schooltas kwijt was temidden van de vele die er rondslingerden, dan wist Dinie altijd de juiste te vinden. Zelfs had ze een tijdje de gewoonte om haar vaders pantoffels klaar te zetten voordat hij terug kwam van zijn werk als douanier.

Vader Kassies werd vanuit Oldenzaal, waar hij aan de Duitse grens diende, in 1934 overgeplaatst naar Amsterdam, waar hij als douanier in de haven kwam te werken. Die overplaatsing was welkom, want hij dacht dat er voor zijn uitdijende kinderschare een betere toekomst zou zijn in het westen dan in het oosten.

Maar de overgang van landelijk gebied naar een bovenwoning in Amsterdam was groot. Ze gingen in de Watergraafsmeer wonen, een nieuwe buurt waar zich veel gereformeerde gezinnen zoals zij vestigden. Daar werd hun tiende kind geboren, Ineke. Met haar downsyndroom was ze het oogappeltje van iedereen. Dinie leerde haar lezen en schrijven. Ineke zou twaalf jaar oud worden.

Ook de andere kinderen konden op haar zorg rekenen. Geregeld bracht ze op zondagmorgen iedereen thee op bed, soms met een beschuit erbij. Dat deed ze samen met haar iets jongere zus Alie. Die twee trokken veel met elkaar op. Ze vormden een rustpunt tussen de vier oudste, dominante kinderen en het jongere grut.

Wie leren kon, moest verder van vader en moeder. Ook Dinie moest naar de hbs. Er was een aparte kamer om huiswerk te maken, maar Dinie zat liever op de poef naast de kachel in de huiskamer. Dat was gezelliger. Ze was een echte huismus.

De Duitse bezetting kwam hard aan bij het gezin toen de oudste jongen, Jan, in 1941 werd gearresteerd omdat hij betrokken was bij het verzetsblad Vrij Nederland. Hij ontliep de doodstraf, maar werd overgebracht naar een Duits tuchthuis. De familie hoorde niets meer over hem.

Tijdens de Hongerwinter van 1944 viel het gezin uit elkaar. De jongere kinderen werden uitbesteed aan ooms en tantes in het oosten, waar nog eten was. Dinie kwam in Vroomshoop terecht. Ondanks de gastvrijheid daar, was het een beproeving voor haar. Geen contact met haar ouders in Amsterdam en maar sporadisch met broers en zussen die ook geëvacueerd waren.

Het dieptepunt viel op Bevrijdingsdag in 1945. Toen stierf haar lievelingszus Alie aan difterie. Dat greep Dinie erg aan, en ze had er vooral verdriet van dat er nooit meer over Alie werd gesproken.

Er was ook goed nieuws. Op 14 mei hoorden ze dat Jan het Duitse kamp had overleefd. Jan Kassies zou later een vooraanstaand man worden in het culturele leven.

Begin juni kwamen de laatste kinderen op een vrachtwagen terug in de Watergraafsmeer. Er kon weer aan de toekomst worden gewerkt. Er werden geen eindexamens gehouden, toch kreeg Dinie het hbs-diploma, net als alle andere leerlingen in die tijd.

Ze wilde het liefst kleuterleidster worden, maar dat vond haar vader te min. Ze moest naar de kweekschool voor onderwijzers. Met haar hbs-diploma mocht ze die opleiding in twee in plaats van vier jaar doen. Ze slaagde met prachtige cijfers. Meteen kreeg ze een baan op een school in Abbenes, waar ze doordeweeks in de kost was. Als ze op vrijdagmiddag thuis kwam, bracht ze taartjes voor iedereen mee. Twee jaar later vond ze een baan in Amsterdam-West, zodat ze weer lekker bij haar ouders kon wonen.

Ze had nooit vriendjes of verkering gehad, dus toen ze in 1952 ineens te maken kreeg met een jongen die haar uitgebreid het hof maakte, was ze overdonderd. De drie jaar oudere Jan Sorgdrager had door dwangarbeid in Duitsland en vervolgens militaire dienstplicht in Nederlands-Indië een groot deel van zijn jeugd gemist. Hij werkte bij de posterijen en was vastbesloten om wat van zijn leven te maken. Ook in de liefde was hij gedecideerd en Dinie viel voor de levenslustige en spontane jongeman.

Haar vader was minder gecharmeerd van Jan. Een postbode was te min voor zijn dochter, ook al was de jongen inmiddels bezig met een avondopleiding pedagogiek. Maar Dinie en Jan waren stapel op elkaar en waren niet te stuiten. Ze trouwden in april 1954 en betrokken twee kamers op tweehoog bij een weduwe aan de Linnaeusparkweg in Amsterdam. Daar kregen ze in juli 1955 het eerste van hun vier kinderen. Volgens de wet mocht ze niet meer werken, behalve dan als invaller. Daarnaast had ze haar handen vol aan het huishouden, dat ze perfect wilde doen. Dat viel haar toch wel zwaar.

Het leven werd wat makkelijker toen ze in 1957 verhuisden naar nieuwbouw in Geuzenveld, waar ze drie slaapkamers hadden. Nog ruimer werd het tien jaar later in een maisonette in Amsterdam-Noord.

Haar oudste was toen elf jaar, de jongste vijf, en Dinie vond het tijd om weer te gaan werken. Ze werd onderwijzeres op een vernieuwende school, die werkte naar de inzichten van de Franse pedagoog Freinet. De school met de drukpers, werd die genoemd. Want de leerlingen maakten in kleine klassen elke week eigenhandig boekjes over wat hen bezighield. Dinie vond het fantastisch en kwam zelf ook tot bloei. "Ik ga elke dag zingend naar school", zei ze.

Na vijf jaar kwam er toch een eind aan haar plezier, toen Jan directeur werd van een centrum voor maatschappelijk werk in Veenendaal. Haar leerlingen stonden met spandoeken te demonstreren bij de school: 'Juf Sorgdrager moet blijven'. Maar ze volgde Jan. In Veenendaal werd ze lerares op een huishoudschool, traditioneel onderwijs voor meisjes die amper gemotiveerd waren. Toen ze met vervroegd pensioen kon, deed ze dat 1982.

Ook thuis had Dinie zorgen. Haar dochter Foskien kreeg in haar tienerjaren een eetstoornis. De behandeling van anorexia stond in de jaren zeventig nog in de kinderschoenen. Dinie had het gevoel dat Foskiens psychiater de ouders de schuld gaf en daar leed ze onder. Ze deden wat ze konden, maar niets hielp. Foskien ging in Amsterdam wonen bij Dinies zus. Dinie werd gek van de zorgen. Foskien stierf in 1983, 27 jaar oud.

Dinie werd weer de huismus die ze altijd graag wilde zijn. Jan was nog volop actief in de maatschappij, maar zij trok zich terug. Wel bezocht ze trouw een leesclub van vrouwen. De afspraak was dat ze geen boeken zouden lezen waarin kinderen doodgaan, want de helft van de vrouwen had dat meegemaakt. Dinie zei dat de leesclubavond de enige was waarvoor ze de deur uit wilde.

Jan, die na zijn pensionering een studie theologie was begonnen, kreeg in 2002 een hersentumor. Ook al heette die goedaardig te zijn, Jan was links verlamd. Hij lag bijna een jaar lang op een ziekenhuisbed in de woonkamer, met Dinie op een kampeermatje naast zich.

Toen hij herstelde, stuiterde hij weer van levenslust. En dat sloeg op haar over. Ze gingen op reis en genoten van het leven.

Maar de tumor kwam terug, in venijniger varianten, en zij verzorgde hem steeds. Jan stierf in 2011, bijna 87 jaar oud. Tot op het laatst waren ze verknocht geweest aan elkaar, dus ze was verrast over zichzelf toen ze een half jaar later uit de rouw bleek te zijn. "Van de week dacht ik: ik ben gelukkig. Is dat gek?"

Dinie kreeg last van haar gewrichten. Drie keer moest er een heup worden vervangen. Toch bleef ze genieten van kleine dingen. Zoals de toverhazelaar die 's winters in bloei komt. "Hij doet 't weer", zei ze dan vergenoegd.

In augustus bezocht ze met haar dochter Hanneke het graf van Foskien en Jan. Ze wist dat ze er binnen afzienbare tijd zou worden bijgezet. Dat vond ze een geruststellende gedachte.

Egberdina Sorgdrager-Kassies werd geboren op 19 januari 1928 in Oldenzaal. Zij stierf op 28 november 2014 in Veenendaal.

Een postbode vond haar vader te min voor haar, maar Dinie en Jan waren niet te stuiten

In Naschrift beschrijft Trouw het leven van onlangs overleden bekende of heel gewone mensen. Een tip voor Naschrift? Mail naar naschrift@trouw.nl Of per post naar Trouw/Naschrift, postbus 859, 1000 AW Amsterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden