Een liefde om nooit te vergeten

Als bruid ging ze de oorlog in, als weduwe kwam ze er uit. Haar doodgeschoten man bleef de rode draad in haar leven.

Joop Lindeboom Wiersma 1916-2012

Al op haar 17de ontmoette ze de liefde van haar leven. Ze was in haar eentje aan het schaatsen op het Bovendiep in Amsterdam-Oost toen een vijf jaar oudere man haar aansprak: "Mag ik een baantje met u rijden, juffrouw?" Ze vond hem er aardig uitzien, met zijn lange, smalle gezicht en ze antwoordde: "Graag meneer, laat ik maar een baantje met u gaan rijden." Het werd een hele middag en het duurde niet lang of Johanna - bijgenaamd Joop - Wiersma en Henk de Jong waren verloofd.

Maar een huwelijk zat er voorlopig niet in. Toen Henk afstudeerde in de theologie aan de Vrije Universiteit, was er een overschot aan dominees. Als hulppredikant scharrelde hij twee jaar lang hier en daar een zakcentje bij elkaar. Toen kreeg hij een kans in Venlo, in een kleine gereformeerde gemeente in het katholieke zuiden. Eindelijk konden Joop en Henk in 1940 trouwen. Ze woonden nog maar vier weken in Venlo toen ze wakker werden van een harde knal. Het leger had de Maasbrug opgeblazen om de Duitse invasie tegen te houden.

Tijdens de bezetting preekte Henk in bedekte bewoordingen tegen de Duitsers en sprak hij gebeden uit voor de koningin en later ook voor de Joden. Langzaamaan werd hij actief in het ondergrondse verzet en deed hij mee aan overvallen op gemeentehuizen om papieren voor onderduikers te bemachtigen. Hij vertelde niets aan Joop maar zij wist genoeg. Af en toe hielden ze mensen verborgen in de pastorie.

Op zondagmorgen 5 maart 1944 stonden er veertien mannen van de Duitse inlichtingendienst (de SD) schreeuwend op de stoep en ze trapten de deur in. Henk sprong uit het raam en wist via daken en tuinen te ontkomen. Hij kwam in Amsterdam terecht, Joop volgde hem en ze trokken in bij haar moeder op de Linnaeuskade. Henk bleef bij het verzet en Joop zat in angst als hij zei 'Ik kom vannacht niet thuis'. Zijn schuilnaam was Henk van Laan, of Henk33. Haar oudere broer Jacob werd in september 1944 gepakt met belastende papieren en doodgeschoten.

Zaterdag 27 januari 1945 zei Henk: "Ik ga naar een bijeenkomst", en hij fietste weg. Hij kwam nooit meer terug. Weken later kreeg ze een verfrommelde envelop die eerder was gebruikt. Haar adres stond er twee keer op. Ook stond er: "Lieve Joop, Dank voor al je liefde. God zij je nabij. Tot weerziens bij Jezus. Je Henk".

Die envelop heeft Joop haar leven lang in een zilveren lijstje bewaard. Het stond altijd op de schoorsteenmantel, ook toen ze al lang hertrouwd was. Henk bleef haar grote liefde. Wie luisteren wilde, kreeg het verhaal van Henk te horen, altijd met tranen overgoten. Het duurde lang voordat ze de laatste uren van Henk had kunnen reconstrueren. Het laatste puzzelstukje viel pas vijf jaar geleden op zijn plaats.

Zestien dagen had Henk opgesloten gezeten in Amsterdam. Toen werd hij met zeven anderen naar Haarlem gereden. Bij de Jan Gijzenbrug stond een vuurpeloton klaar. De Duitsers hadden willekeurig mensen samengedreven om te kijken naar de executie. Onder hen was een jongetje van tien. Hij kreeg van Henk een papiertje in de hand gedrukt, de envelop voor Joop.

Toen eindelijk de bevrijding kwam, kon Joop geen feest vieren. "Het kon me allemaal niets meer schelen", zei ze later. "Ik was een murw gebeukt mens. Henk stierf voor het vuurpeloton, ik kreeg levenslang."

In 1946 werden de doden opgegraven in de duinen en overgebracht naar de Erebegraafplaats in Bloemendaal. Er kwamen ook wat spulletjes van Henk tevoorschijn die Joop zorgvuldig heeft bewaard. Zijn bril, een kammetje, pepermuntjes, een aansteker en zijn trouwring. Die ring liet ze aan haar eigen ring vast smeden. Met een grote steen erop werd het een opzichtig sieraad dat ze altijd heeft gedragen.

Geleidelijk vond Joop weer plezier in het leven. Ze bleef bij haar moeder wonen en ze stortte zich op muziek. Ze nam zanglessen en uiteindelijk deed ze staatsexamen conservatorium. Als mezzosopraan kreeg ze een plaats in het Omroepkoor dat soms ook optrad in opera's.

In haar gereformeerde wereld werd dat niet gewaardeerd. Een zwager die dominee was, vond zelfs dat ze niet meer aan het avondmaal mocht deelnemen. Maar Joop nam het geloof niet zo zwaar op.

Na een operavoorstelling in de Amsterdamse Stadsschouwburg ontmoette ze een man die het leven luchtig opnam, Jos Lindeboom. Hij was bestuursambtenaar in Nederlands-Indië geweest en had, afzonderlijk van zijn vrouw met wie hij twee kinderen had, in een Jappenkamp gezeten. Na de oorlog liep dat huwelijk stuk. Hij werd burgemeester van het Groningse dorp Leens en later van Bedum.

Joop voelde met hem een kameraadschap, zoals ze het later uitdrukte. Ze heeft lang getwijfeld of ze Henk eeuwig trouw zou moeten blijven. Ze had hem meteen het hele tragische verhaal van haar eerste liefde verteld. In 1957 trouwden ze. Joop trok in bij hem in de dorpse burgemeesterswoning.

Jos was een goedlachse man die graag met een sigaar in het café zat te kaarten. Om de muziek van Joop gaf hij niets. Als ze in een koor zong of een recital gaf, dan kwam hij niet luisteren. Maar ze konden het goed vinden met elkaar. Ze zaten openlijk te knuffelen op de bank.

Joop had graag kinderen gehad, maar dat was in de oorlog niet gelukt. Nu met Jos vond ze zichzelf te oud. Ze speelde de rol van burgemeestersvrouw met verve. Altijd ging ze goed gekapt en gekleed. Ze genoot van de grappen van Jos. Toen hij eens een zwembad moest openen, sprong hij gekleed in vol ornaat van de duikplank af.

Vijfenveertig jaar na Henks dood plaatste Joop in 1995 een herdenkingsadvertentie in Trouw. Dat leidde tot een interview in het weekblad Libelle dat een jaar later werd gelezen door een Nederlandse vrouw in Australië. Zij schreef Joop dat ze in 1945 gedwongen was geweest toe te kijken bij de executie in Haarlem. Ze had gezien dat Henk in de laatste ogenblikken zijn arm troostend om een doodsbange jongen van zeventien had geslagen. Zo waren ze samen doodgeschoten.

Het wereldnieuws kon Joop makkelijk aangrijpen. Als ze hoorde over de Decembermoorden in Suriname of de executies in Srebrenica dan was ze in tranen.

Toen Jos met pensioen ging verhuisden ze naar Haren, vlakbij de stad Groningen. Ze woonden er nog maar een jaar toen Jos in 1972 plotseling dood neerviel, tijdens een telefoongesprek. Joop was voor de tweede keer weduwe en opnieuw wist ze haar leven weer op te pakken. Ze ging mineralen en stenen verzamelen. En ze zorgde voor haar zus Lotte, die altijd bij hun moeder in Amsterdam was blijven wonen. Ook maakte ze lange reizen, tot in Australië waar ze in haar eentje rondtrok.

Vijf jaar geleden, toen ze in een bejaardenwoning in Haren zat, kreeg ze een nieuwe overbuurvrouw uit Haarlem. Ze raakten aan de praat en Joop vertelde natuurlijk meteen over Henk. Haar verhaal kwam de buurvrouw bekend voor. Haar eerste vriendje, Bas, was doodgeschoten bij diezelfde executie. Hij was toen zeventien. Bas moet de jongen geweest zijn die omarmd was door Henk in hun laatste ogenblikken. Ze liggen naast elkaar op de Erebegraafplaats in Bloemendaal. Het verhaal was rond.

Joop had het afscheidsbriefje mee willen nemen in haar graf, maar familie heeft haar ervan overtuigd dat het beter op zijn plaats is in het Verzetsmuseum.

Toen Joop, verzwakt door ouderdom, haar bed niet meer uit kwam stond een blikken doos klaar met daarin het kammetje, de pepermuntjes, de bril, de aansteker en een lok haar van Henk. Die doos en haar dubbele ring gingen wel met haar mee.

Johanna Hieke Lindeboom-Wiersma werd op 19 mei 1916 geboren in Amsterdam. Ze stierf op 11 december 2012 in Haren.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden