Een lied voor zuster Benedicta II

'Waar sta ik dan, wat denk ik precies? Het zou goed kunnen datik, man met een ongelovig maar mystiek hart, er eenprivé-christendom op na houd dat ik niet als zodanig heb durvenonderkennen uit weerzin tegen de kerk.'

Hoog tijd om ons weer te bekommeren om zuster Benedicta. Watschiet zij op met een Minimaal Christendom? Wat hebben zij en methaar vele progressievelingen, weifelaars en buitenkerkelijkesolitairen aan een christendom dat de betekenis van zijnnaamgever vergaand relativeert?

In eerste instantie heel weinig, want Minimaal Christendomdoet weinig meer dan de crisis benoemen die sinds enkele decenniaepidemische vormen kent. Voor grensgangers heeft het christendomzijn vanzelfsprekendheid al lang verloren, precies dat is dereden van hun verlegenheid en rusteloosheid. In tweede instantieechter ligt in die illusieloze benaming ook een kans. Als jeMinimaal Christendom zonder al te grote overdrijving definieertals een christendom zonder Christus en dus zonder midden, opentdat nieuwe perspectieven, maakt dat een andere kijk op degeschiedenis mogelijk. Zo wil het ons aansporen om hetongelukkige onderscheid tussen een Oud en een Nieuw Testament(met zijn ongehoorde repercussies in de gloedvolle carrière vanhet antisemitisme) te laten vallen en te denken in termen van eenPermanent Testament.

Want vanaf het moment dat het christendom zich niet meer wilberoepen op één oergebeurtenis, bestaat de zin van zijngeschiedenis in die geschiedenis zelf. Het bestaat niet langerbij de gratie van één openbaring die alle andere in de schaduwstelt, maar bij de gratie van een onafzienbare reeks openbaringen(in de zin van: onthullingen, ontdekkingen, formuleringen) diedoorgaat tot op de dag van vandaag. In het Permanent Testamentzijn de preken van Meister Eckhart, de geschriften van Cees denHeyer en de gedichten van Wyslawa Szymborska even belangrijk alsGenesis, het Hooglied, de evangeliën en de geloofsbelijdenis vanNicea. Het PT brengt geen rangorde aan, het biedt al die tekstenaan als even zovele plaatsen waar de eeuwig veranderlijke Godzijn gezicht toont, als een zwaan die nieuwsgierig naar zijnevenbeeld speurt in Heraclitus' eeuwig rimpelende water.

Al heeft het zich altijd beroepen op een onveranderlijkleerstuk, het christendom heeft zich in feite altijd aangepastaan de grillen en behoeften van de tijd. Minimaal Christendomonthult en omarmt die wens tot aanpassing en toe-eigening als eenwezenlijke en vitale kracht. Het zegt dat we ons moetenidentificeren met de geschiedenis, vrijmoedig de tekenen destijds moeten lezen en de vrijheid moeten nemen om het PT teverrijken met nieuwe teksten en verfrissende, soms ontluisterendelezingen van bestaande. Kaars

Niets ligt vast, behalve de behoefte van de onderzoekende mensom te blijven lezen en interpreteren. Minimaal Christendom wilopereren vanuit een onbevreesde omgang met de traditie, dat wilzeggen: vanuit respect voor de geschriften maar met even grootrespect voor het eigen intellect. Zij manifesteert zich onder hethalf-ironische motto er staat geschreven maar ik zeg u,ironisch, want zij heeft Jezus niet nodig als hoogste of laatsteautoriteit. De sacralisering van het verleden doorziet zij alseen poging om het geschrevene een transcendente status teverlenen en zo zijn contingente karakter toe te dekken. Maar eris niets dat ontsnapt aan zijn historiciteit; elke periode, elkegeneratie, elk nadenkend mens heeft de opdracht de waarheid tezoeken in het volle besef van haar betrekkelijkheid envergankelijkheid. De Heilige Schrift is pas heilig wanneer zeherschreven wordt - en naar believen aangevuld of uitgegumd.

Daar ligt de winst voor zuster Benedicta en de haren. Zijheeft even veel recht op haar versie van het erfgoed als bisschopSimonis op de zijne, zij is evenzeer gerechtigd om alswoordvoerder en uitvoerder op te treden als hij. Omdat hetchristendom geen centrum meer heeft, hoeft zij zich niet meer tebeschouwen als marginaal en perifeer (al zal ze dat ingetalsmatig opzicht wel blijven).

Als ik haar zou meenemen naar een kring van de Wassenaarsedominee, als we daar iedere woensdagavond met een groepje rondeen kaars zouden plaatsnemen, een half uur in stilte zoudenmediteren om vervolgens fragmenten van Eckhart of een modernedichter te lezen, dan creëren we een moment van heiligheidwaarmee we middenin de christelijke traditie staan. Weexperimenteren met een eigen liturgie, een beetje ongewoneweliswaar, een beetje onwennige ook, maar voor een buitenaardswezen (God bijvoorbeeld) vast niet ongewoner of onwenniger daneen mis in een buurtkerkje van Arnhem of een eredienst in degrote kerk van Staphorst.

Minimaal Christendom geeft zuster Benedicta als het ware hetchristendom terug. Nee, niet het ware christendom - dat bestaatniet. Er is niet langer een norm of standaard. Het ene ritueelis niet minder dan het andere, zoals een profane tekst nietminder religieus of belangwekkend hoeft te zijn dan een sacrale.Het PT voedt zich met allerhande teksten (of dvd's,documentaires, kunstwerken, websites), het weet immers dat hetniet kan terugvallen op een boodschap of een gebeurtenis die hetzonder uitleg kan stellen. Het wantrouwt de intuïtieve waarheidvan de mythe, en hoe meer het daarvan afstand neemt (in tijd, inmentaliteit), des te meer beseft het afhankelijk te zijn van eenhermeneutiek zonder einde. Het plooit zich naar de noden van eenmensheid die weinig andere keus heeft dan zich in alle richtingente oriënteren, wil zij in contact blijven met een samenlevingen een wetenschap die wedijveren in complexiteit.

Het PT heeft dus, meer dan ooit tevoren in de geschiedenis,het karakter van een Permanent Veranderend Testament. Vattimostelt terecht dat voor de beschouwelijke mens 'de redding via deinterpretatie verloopt' - het heilige presenteert zich opmomenten van inzicht, en die kunnen zich evengoed aandienen bijeen gedicht als bij een cultuursociologische studie, bij eenbijbelfragment of bij een VPRO-documentaire.

Een beroemde lotgenoot van zuster Benedicta, Karen Armstrong,schrijft daarover iets behartenswaardigs in het voorwoord vanhaar biografie. Nadat ze het klooster had verlaten en haaruniversitaire studies had afgerond, ging ze schrijven en voor detv werken. Ze verdiepte zich in de geschiedenis van hetchristendom en in andere religieuze tradities - en juist hetonderzoeken en bestuderen daarvan voerde haar terug naar eenbepaalde vorm van religieus beleven. In het werken aan haarboeken en de research voor documentaires hervond ze de deugd vande lectio divina, het lezend becontempleren van het goddelijke.

Heel wat grensgangers zullen Armstrongs ervaring herkennen.Zij beleven hun momenten van openbaring voor een belangrijk deelaan de keukentafel of in het leesfauteuil. Het heilige toont zichin de vluchtige seconden waarin het vertrouwde een nieuwe ofandere betekenis krijgt, waarin een goed gekozen metafoor of eentreffende zegswijze een innerlijke verschuiving teweeg brengt.Franz Kafka definieerde schrijven als 'een vorm van gebed',Lucebert onderging het schrijven aan zijn gedichten als een'storm van driftig bidden' - en zo is ook voor ons, hunaandachtige luisteraars, het lezen een soort van bidden: een daadvan toewijding en ontvankelijkheid.

Daarin verschillen we niet wezenlijk van agnosten enatheïsten, met hun soms aan devotie grenzende eerbied voorliteratuur en poëzie. We geloven allemaal in literatuur en kunstals de plaatsen waar ons ego uit zijn hengsels wordt gelicht enons bestaan onder stroom wordt gezet of, anders gezegd, waarstenen vloeibaar worden en de rivieren naar de bergen stromen.In die zin zijn we allemaal literatuur-gelovigen. Taal

Maar voor mensen met een christelijke achtergrond komt er ietsbij. Voor hen is een deel van de westerse canon zelf al heilig- en zelfs voor wie moeite heeft met dat woord, roept hetonmiskenbaar gevoelens van eerbied op. Vaak wordt echter nietbeseft dat die eerbied niet alleen voor rekening komt van deinhoud van de geschriften (hetzij uit de bijbel, hetzij uit deaanpalende literatuur), maar evenzeer van hun materie: de taal.Het lezen of aanhoren van bepaalde verhalen of uitdrukkingen isal voldoende om zekere stemmingen te veroorzaken.

Als het heilige ergens een woonplaats heeft, dan in de taal- zelfs in de ontpellende van Harry Kuitert of de weerspannigevan Kees Ouwens en Hans Faverey, dichters die in een en dezelfdebeweging datgene vernietigen wat ze evoceren (namelijk: de goddie ze kennelijk niet kunnen verzwijgen). Zoals verschillendemythen duidelijk maken is ook het doden van de god een religieuzedaad, voortkomend uit een instinctieve behoefte het heiligebuiten de vertrouwde categorieën te plaatsen en te vrijwaren vanvermenselijking of, zoals we nu zouden zeggen, vanverburgerlijking. Er zijn tijden waarin de god dood moet om godte zijn.

Het PT is dus om verschillende redenen een literair lichaam- vanwege de canon die het in ere wil houden, vanwege zijnnivellerende vermenging van het sacrale en het profane, vanwegezijn liefde voor onder meer poëzie en filosofie, vanwege zijnmoderne drang naar ontleding en ontmaskering en, zeker niet inde laatste plaats, vanwege zijn postmoderne inzicht in de eigentaligheid. Het PT erkent dat de vibraties die een bijbelfragmentof een gedicht opwekken in de eerste plaats te danken zijn aande woorden zelf. Sommige woorden wekken hun eigen transcendentieop. Dat geldt bij uitstek voor het magische drieletterwoord datik persoonlijk niet graag zou missen.

God - op Hem doel ik natuurlijk. Minimaal Christendom staatsceptisch tegenover elke uitspraak die God opsluit in een beeld,op dit punt wil het serieus werk maken van het tweede van de TienGeboden. Het erkent dat we weinig over God weten, zelfs niet dathij bestaat (met die verzekering zouden we immers direct zondigentegen het tweede gebod).

Onlangs kreeg ik een email van een bevriende ex-dominee dieeen paar jaar terug besloot de kansel te verruilen voor hetleraarschap. Als zo vele van zijn beroepsgenoten vervreemdde hijsteeds meer van zijn rol, hij kampte met het spook van deonwaarachtigheid. Hij schreef me: 'Er is nog veel vuur in me, enhoop, en verlangen naar gerechtigheid, maar ik martel me met devraag of God niet méér is dan een naam.'

Vermoedelijk klopt dat. Vermoedelijk is God niet meer dan eennaam. Maar wel een geniale naam, heb ik mijn schoolvriendteruggeschreven. De bijbel mag naar moderne literaire maatstavensoms een povere figuur slaan, het woord God blijft een literairevondst van de eerste orde. Geen woord dat zich beter leent voorspeculaties omtrent de onverklaarbaarheden van ons bestaan dandat.

In dit linguïstische fantoom objectiveren we ons lot en hetfatum van onze geworpenheid. Als wij als moderne Adams en Eva'sGod blijven zeggen, dan vooral omdat we snappen dat we niet onseigen DNA hebben uitgevonden - al zijn we tegelijk slim genoegom onze evolutionaire geboorte uit de aap niet toe te schrijvenaan een schepper die ons bedoeld

VERVOLG OP PAGINA 7

VERVOLG VAN PAGINA 5

heeft, want dan kunnen we slechts concluderen dat die schepper een nodeloos ingewikkeldeomweg heeft bewandeld en verdacht veel aan de duivel Toeval heeftovergelaten. De mens is allerminst een noodzakelijke uitkomst vande evolutie; onder miniem gewijzigde omstandigheden had er nugeen enkele primaat op aarde rondgewandeld.

De moderne, doorgaans godvrije wetenschap laat daarover weinigillusies bestaan. Ik geloof in die wetenschap. Desondanks zijnweinig bijbelteksten me zo dierbaar als deze uit het boekSpreuken: De vreze des Heeren is het begin van alle kennis. Dezetekst heeft me nooit geïntimideerd, integendeel, voor mij is hijeen gecodeerde oproep om de betrekkelijkheid van menselijkekennis en het menselijk verstand onder ogen te zien. Menig a- ofanti-religieuze bèta-wetenschapper zou dat laatste kunnenbeamen. Waarom zou hij minder gevoelig zijn voor de mysteriënder schepping dan zijn religieuze medemens? Het enige verschiltussen ons is dat ik me tot de bijbelse canon wend voor eenzegswijze die het mysterie dramatiseert, letterlijk, door eendramatisch personage in te voeren waarvan ik weet dat het alleenbestaat in en dankzij mijn verbeelding. Fictie

Maar God uitroepen tot een fictie maakt hem niet minder echt;wie staan ons per slot levendiger voor de geest dan onzeoverledenen? Als ik Spreuken 1:7 voor me uit prevel, bedrijf ikeen woordspel dat volledig gemeend is, het stelt me namelijk instaat uitdrukking te geven aan een vreugde die ik nauwelijksbegrijp. Deze bijbeltekst vertelt me dat er een God is die lachtom mijn weet- en redeneerzucht en zich hartelijk met mijvermaakt, waaraan ik meteen toevoeg dat het plezier wederzijdsis. We hebben dikke pret samen, een goede grap is aan ons welbesteed.

Het seculariserende christendom dat ik voorsta bestaat dus bijde gratie van een literaire omgang met de heilige teksten, dienu eens leidt tot een symbolische, dan weer tot een ironischeuitleg. We zeggen het een en bedoelen het ander. MinimaalChristendom pleit voor lichtvoetigheid en luciditeit - en voorernst, als de situatie daarom vraagt. Ook in droevigeomstandigheden kan het uit de voeten met de bijbelse canon enallerhande rituele teksten, al moet het daarvoor eerst eenpijnlijke operatie uitvoeren.

Het ziet zich namelijk genoodzaakt het behaaglijke mensbeeldvan het judaïsme en het christendom te corrigeren. Wij zijn nietde bedoeling van de schepping of een schepper, helaas staan onzenamen niet in Gods Grote Boek geschreven. Wij zijn op geen enkelemanier geborgen in een vaderlijke god, ook niet als we sterven.Minimaal Christendom wil het stellen zonder hemel of hel, eneveneens zonder de idylle van het gewaarmerkte individu. We zijntoevallige passanten in een onverschillig universum,eendagvliegjes die na de ons toegemeten tijd spoorloosverdwijnen.

Maar mét dat we onze individualiteit prijsgeven, komt er eenander geluk binnen bereik. Zodra we ons ego loslaten en onzeexistentie leren zien als een merkwaardig ideologisch project,ontstaat de mogelijkheid ons heil elders te zoeken: in deanonimiteit van de stilte. Volgens Eckhart houdt de stilte zichop in het hoogste deel van de ziel, het pikdonkere land dat jealleen kunt binnengaan als je eerst je paspoort inlevert en jenaam van je voorhoofd wast. Incognito

Dat donkere land is de plek waar God en mens incognitosamenkomen en geluidloos in elkaar verdwijnen. Johannes van hetKruis beweert wel dat God spreekt in de eeuwige stilte der ziel,alleen verzuimt hij te melden dat God uitsluitend spreekt doorte zwijgen. Dat is een moeilijk besef - tot je je realiseert datHij alleen zo kan duidelijk maken dat stilte de interplanetaireen interatomaire grondstof is die alles met alles verbindt. Destilte huist in elk ding en elk wezen, zij vult het bestaande methet geheimenis van het onbestaande.

Na de ontvadering de ontnaming: als we de godsnaam in erewillen houden, dan wellicht als een talig teken voor een heiligeleegte, een genezende stilte. Een stilte die ons geneest vanonszelf - dat in de eerste plaats. In spiritueel opzicht verlaatMinimaal Christendom het humanisme, het volgt het boeddhisme inzijn aanname dat niets misleidender is dan de fixatie op heteigen subject. Het boeddhisme wijst de weg naar zelfloosheid, hetvertelt dat het ego niet alleen een obstakel is, maar bij nadertoezien zelfs een illusie blijkt. Het boeddhisme zoekt geenbevestiging van de eigen identiteit, het wil die juist uitwissen.

Dat lijkt me een gezond uitgangspunt voor een toekomstigchristendom. Het zou in de geest van Prediker de mens kunnenomschrijven als een wezen - een praatgraag, babbelziek, denkgekwezen - dat uit stilte opkomt en tot stilte wederkeert. Met diegedachte zou het afscheid kunnen nemen van zijn gestorvenen, diehet toevertrouwt aan een God die zelf zwijgt als de doden.

Toegegeven: Minimaal Christendom verliest aan warmte,daarentegen wint het aan eerlijkheid. Die winst zal zichuitbetalen zodra het nieuwe teksten weet te formuleren die debelangrijke levensmomenten begeleiden. Er gaat grote troost uitvan zorgvuldig gekozen regels die het raadsel aanraken zonder hette bedelven onder dikke taal - precies daarom hebbensoloreligieuzen de moderne poëzie ontdekt. Taal

Taal is essentieel, ook voor een religie die zich instelt opstilte. Het is de taal die ons naar de stilte leidt, zoalsomgekeerd de stilte ons leert luisteren naar de taal. Vanuit destilte klinken de woorden soms als nieuw, de stilte geeft hen eengroter gewicht - en tegelijk een etherische lichtheid, want hetblijven zoals Polonius in Hamlet fluistert 'words, words, words'.Ook de God van de joods-christelijke traditie is zo'n woord,ofschoon - ik herhaal het - een geniaal woord, want het trekt onsuit ons benevelde, armetierige bewustzijn en daarmee uit dewereld van de gekende fenomenen. God is ons verdwijnpunt uit dewerkelijkheid, al blijft volstrekt ongewis waarin we verdwijnen.God, zo heb ik eerder geschreven, is hooguit een mogelijkheidbinnen de schepping.

Minimaal Christendom houdt dus behoedzaam vast aan het woordGod, en dat niet alleen om in gesprek te kunnen blijven met hetverleden. Het koestert die wonderlijke eigennaam als eenwonderbaarlijke fictie. Het gelooft niet in God (in de eigenlijkezin des woords gelooft het überhaupt niet meer), het gelooftalleen nog in de poëzie van God. Het praat tegen en praat overGod als de denkbeeldige Ander. Filosoof Ger Groot heeft het eenkeer heel mooi geformuleerd: 'het leven wordt zinvoller onder denoemer van God, al gebeurt dat in feite alleen maar door hetnoemen van God.' Geen krachtiger bewijs voor die stelling dan deverwensing (gvd! godsklere! godallemachtig!) van de gedachtelozevloeker - en dat zijn we van tijd tot tijd allemaal.

Maar grensgangers binnen en buiten de kerk zijn nietgoddeloos; uiteindelijk, als ze diep in hun hart kijken, zijnvelen van hen godloos. Vreemd genoeg hoeft die bekentenis niethet einde van de wereld in te luiden. De meest religieuze mensendie ik ken zijn enkele ouder wordende vrouwen die zich in eengesprek achteloos kunnen laten ontvallen dat ze eigenlijk nietgeloven in God of Jezus. Wat hen overigens niet belet om een kerkof een kring te bezoeken; ook zij hebben een gemeenschap nodig.

Intussen zijn ze allang voorbij de woorden, ze leven vanuiteen stilte die mij, 42-jarige jonge hond, letterlijk stil maakt.Zij weten wat het is om (ik citeer Dorothee Sölle) te zwijgenuit rijkdom. En jij, zuster Benedicta, product van mijn fantasie,jij bent een van hen. Jij behoort tot de vrouwen voor wie geloofen ongeloof kalm naast elkaar kunnen bestaan, die schijnbaarmoeiteloos kunnen pendelen tussen hart en verstand. Stilte

Zeg eens zuster, heeft mijn lied je kunnen troosten? Zie jenu ietsje meer perspectief? Ik vraag het me af. Volgens mij moetje stilletjes lachen om mijn protestantse geredeneer, en dan hebje nog gelijk ook. Weet in elk geval dat jij me hebtgeïnspireerd tot deze onderneming, want voor mij vertegenwoordigjij een van de integerste soorten christendom van dit moment -een naakt christendom dat alle mottige kleding heeft weggedaanen bibberend wacht op een schoon hemd.

De Duitse theoloog Karl Rahner voorspelde dat het christendomin het derde millennium zou verdwijnen als het zich nietovertuigd tot de mystiek zou bekeren. Nu wijst alles erop dat hetorthodoxe christendom nog een lang leven is beschoren, zo niethier, dan wel elders in de wereld. Maar hier, in West-Europa, hetcontinent van de lege kerken, zou een mystiek christendom eennieuw begin kunnen vormen. De mogelijkheden daartoe zijn legio,er zijn verschillende alternatieven denkbaar, heel watsoloreligieuzen en dissidente christenen zullen daarover ideeënhebben.

En daar schuilt meteen een probleem, eentje dat meniggrensganger in het christendom bekend zal voorkomen. Met al hunhyperindividuele opvattingen en leeservaringen hebbensoloreligieuzen, progressieven en randkerkelijken grote moeitemet elkaar een gesprek te voeren. Begin met iemand te praten, enmet een beetje pech ben je binnen een halve minuut de draadkwijt. Vaak is het verdraaide moeilijk te begrijpen wat de anderbedoelt, bijna iedereen zit gevangen in zijn eigen theorietjesen zijn eigen idioom. Eigenlijk is heel het christendom terlinkerzijde van de orthodoxie innerlijk geëxplodeerd, mede onderinvloed van populaire denkbeelden uit de New Age en de oostersereligies.

Juist daarom zullen de alternatievelingen aan weerszijden vande kerkdeur hun toevlucht moeten zoeken in de stilte, indachtigdeze woorden van Jesaja: vind uw verlossing in bekering en rust,vind uw sterkte in stilheid en vertrouwen. Iedereen moet vooraldenken wat hij denkt, want, zoals Vattimo opmerkt, is depersoonlijke interpretatie van de Heilige Schrift de eersteimperatief van de Heilige Schrift zelf. Het Permanent Testamentis overeenkomstig de aard van onze samenleving en de aard van detijd per definitie een optelsom van hoogst particulieretestamenten en temperamenten - daar valt weinig aan te doen. Wijzijn tot solisme geroepen, het is niet anders. Ook MinimaalChristendom is een hoogst particulier bedenksel, waarvan iedereenvooral het zijne moet denken.

Maar één conclusie lijkt me onontkoombaar. Wij alsgrensgangers zullen alerter moeten worden op onze woorden, willenwe onze soms moedeloos stemmende spraakverwarring niet nog verdervergroten. Dat betekent: kies zijn in de conversatie, geen termengebruiken waarvan je de betekenis niet kent, soms liever zwijgen.Geen retoriek, geen uitvluchten, geen verzinsels, geenneurotische zelfbevestiging. Die discipline zal ook nodig zijnals we de stilte ingaan, want ook dan zit ons hoofd meestal nogboordevol taalfouten. Het mijne tenminste wel. Het is moeilijkom de stilte de stilte te laten, de interpretaties uit te bannen,geen verwachtingen meer te koesteren, oog te krijgen voor denukken van een geest die jou de baas is, in plaats van andersom.

Stilte is een sport waar we in Europa weinig ervaring meehebben. Daarvoor zullen we te rade moeten gaan bij swami's,yogi's en zenmeesters, de topsporters op dit gebied. En bij jou,Benedicta, zuster met je verzonnen naam. Ook jij weet wat stilteis. Neem alsjeblieft in ons midden plaats en laat ons vermoedenhoe je uit de taal valt, hoe je belandt op een plek die geen plekis en waar je naam volmaakt ongeschreven raakt, evenals die vande drieletterige over wie Eckhart zo wonderbaarlijk stellig kanzijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden