Een leven vol verdieping en strengheid

Klavecinist, organist en dirigent Gustav Leonhardt overleed maandag na een leven in dienst van de muziek van Bach. 'In tegenstelling tot anderen hoefde Bach zijn pen maar op te nemen om een totaal ander niveau te bereiken.'

'Ik vind mezelf als speler van tijdelijk belang. Je bent een moment nodig, maar alleen de componisten zijn belangrijk. Zodra ik dood ben, is het voorbij."

Dat zei klavecinist, organist en dirigent Gustav Leonhardt ooit in deze krant. Een typisch Leonhardt-antwoord op de vraag naar het belang van zijn uitvoeringspraktijk en de erfenis van zijn geluidsopnamen. Ondanks zijn aristocratische uitstraling was ijdelheid Leonhardt vreemd; een dienende taak aan componist en diens werk was het enige dat telde.

Leonhardt, die maandag op 83-jarige leeftijd in Amsterdam overleed, werd op 30 mei 1928 in 's Graveland geboren. Zijn familie was niet bijzonder muzikaal, maar er was wel een klavecimbel in huis. Zijn vader was bestuurslid van de Nederlandse Bachvereninging; de uitvoeringen van de Matthäus-Passion onder leiding van Anthon van der Horst waren van grote invloed op Leonhardt.

Na zijn jaren op het gymnasium studeerde Leonhardt klavecimbel, orgel en muziekwetenschap in Basel, en was sinds 1954 docent klavecimbel aan het Sweelinck Conservatorium in Amsterdam. Vanaf 1981 was Leonhardt vaste organist van de Nieuwe Kerk. In de jaren 1969 en 1970 bezette Leonhardt een leerstoel aan Harvard University. Hij kreeg eredoctoraten van de universiteiten van Dallas, Amsterdam, Harvard, Metz en Padua.

Leonhardt woonde van 1974 tot 2008 in een deel van het historische pand Huis Bartolotti aan de Herengracht te Amsterdam, begin 17de eeuw gebouwd door Hendrick de Keyser. In 2009 ontving Leonhardt uit handen van koningin Beatrix de exclusieve Eremedaille voor Kunst en Wetenschap van de Huisorde van Oranje. In 2003 kreeg hij de allereerste Johann-Sebastian-Bach-Medaille van de stad Leipzig.

Zeg Leonhardt en je zegt Bach. Leonhardts hele leven heeft in dienst gestaan van de muziek van Bach. Hij speelde die op klavecimbel of op orgel en hij dirigeerde Bachs cantates en grote vocale werken met zijn Leonhardt Consort of bij de Nederlandse Bachvereniging. In 1968 incarneerde hij de componist zelfs in de film 'Chronik der Anna Magdalena Bach' van Jean-Marie Straub. Die rol als filmacteur was een van de weinige frivoliteiten in een leven dat zich kenmerkte door grote verdieping, door voortdurende studie en door een zekere onverzettelijke strengheid. In 2008 nog vroeg Leonhardt aan zijn publiek om niet te klappen na een uitvoering van Bachs Pinkstercantates; hij vond dat niet gepast.

Die onverzettelijkheid en vastomlijnde, zo niet rigide opinies hoorden bij Leonhardt. Lang weigerde hij bijvoorbeeld op te treden in de betonnen bunker van Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht. Daar zou de muziek die hij speelde, zo vond hij, in een totaal verkeerde omgeving tot klinken komen. Berucht was ook Leonhardts aperte minachting voor een componist als Händel, wiens muziek 'vol uiterlijk vertoon' volgens hem niet in de schaduw kon staan van die van Bach. En Bach, gespeeld op een piano, dat kon absoluut niet. Daarover zei hij: "Het getuigt van weinig respect voor wat er in die muziek zit; of het bewijst dat iemand zich niet werkelijk in Bach heeft verdiept. Bach op de piano is zoiets als de 'Nachtwacht' van Rembrandt met acrylverf overschilderen; de structuur van het schilderij blijft hetzelfde, maar het kunstwerk is aangetast."

Tijdens zijn opleiding (van 1947 tot 1950) aan de Schola Cantorum Basiliensis in Basel bij Eduard Müller speelde Leonhardt zo'n beetje alle werken van Bach. Dat vormde hem. Pas na zijn opleiding realiseerde hij zich dat er ook andere muziek was, en dat die muziek heel belangrijk was voor een goed begrip van Bach. Leonhardt ontdekte dat Bach geen eenzaam genie was, maar veel gemeenschappelijk had met anderen. "Maar", zo zei Leonhardt, "in tegenstelling tot die anderen hoefde Bach zijn pen maar op te nemen om vanaf de eerste noot een totaal ander niveau te bereiken. Ongelofelijk."

In 1954 leidde hij het Leonhardt Baroque Ensemble met de grote Britse countertenor Alfred Deller in een baanbrekende opname van twee Bach-cantates. In het ensemble speelden onder anderen de violisten Eduard Melkus, Alice Harnoncourt en zijn echtgenote Marie Leonhardt, cellist Nikolaus Harnoncourt en hoboïst Michel Piguet; allen werden zij eminences grises van de oude muziekbeweging.

Hier werd de kiem gelegd voor het grote opnameproject van Telefunken, waarin Leonhardt en Harnoncourt van 1971 tot 1990, ieder met zijn eigen ensemble, alle geestelijke cantates van Bach op plaat vastlegden. Naast het gebruik van oude instrumenten onderscheidden de opnamen zich vanwege de inzet van jongens die de sopraan- en altpartijen voor hun rekening namen, precies zoals in Bachs tijd. In de beroemde bruin-linnen platendozen waren ook steeds de partituren van de bewuste cantates bijgevoegd. Voor het project ontvingen Harnoncourt en Leonhardt in 1980 de Erasmusprijs.

Opvallend genoeg zette Leonhardt zich ook in voor de vergeten, 'frivole' opera's van Jean-Philippe Rameau. Hij maakte gedreven opnames van 'Pygmalion' en 'Zaïs'. Op het opera-toneel manifesteerde Leonhardt zich bij De Nederlandse Operastichting waar hij in de jaren zeventig meewerkte aan een Monteverdi-cyclus.

Of Gustav Leonhardt nu klavecimbel, clavichord of orgel speelde, altijd viel op hoe hij zonder enige opsmuk musiceerde. Na een stijve, minzame buiging zette hij zich achter het klavier. Met zijn hoofd enigszins gebogen en de blik star gericht op de partituur, zonder enig overbodig gebaar, vertolkte hij de zeventiende- en achttiende-eeuwse werken van Sweelinck, Byrd, Frescobaldi, Froberger, Couperin, Duphly, J.S. Bach en diens zonen, alsof het zijn tijdgenoten waren.

Zijn benadering van muziek leek op het oog misschien objectief, koel en academisch, maar was dat allerminst. Door het verlengen van 'goede noten' (de sterke tellen in de maat), door subtiele arpeggio's en fijne onregelmatigheden in het ritme wist hij de muziek reliëf te geven, wat leidde tot een grote, maar onderhuidse emotionele lading. Deze stond diametraal tegenover de dramatiek van de negentiende-eeuwse muziek, waar Leonhardt niets van moest hebben. Leonhardt: "Het ging in de barok om de hiërarchie per noot, per maatdeel of per groep van maten. Het was een belangrijk esthetisch principe om bij het presenteren van de goede tellen of maatdelen, de noten die daar direct aan vooraf gaan in de schaduw te houden - dan treedt de geste van het goede des te meer naar voren. Muziek uit de achttiende eeuw komt ergens vandaan, negentiende-eeuwse muziek glibbert naar iets toe."

De bovengrens van zijn muzikale belangstelling lag bij Mozart. Ooit maakte hij opnamen van diens pianosonates, op een Weense fortepiano. "Dat was een eenmalig uitstapje en ik deed het omdat het Mozart was".

Leonhardts klavecimbel- en orgelspel staat bijna diametraal tegenover dat van zijn oud-student Ton Koopman, die doorgaans veel sneller speelt en aan zijn spel voortdurend versieringen zoals trillers en figuraties toevoegt. Leonhardt: "Te gemakkelijk zegt men tegenwoordig dat barokmuziek improvisatorisch van aard is. Op enkele vrije fantasieën na is dat helemaal niet het geval. In improvisatorische stuken als toccata's is juist alles genoteerd. Je kunt er niets aan toevoegen, maar je moet spelen alsóf je improviseert, dat is de kunst."

Als conservatoriumdocent in Amsterdam gaf Gustav Leonhardt zijn kennis door aan jonge klavecinisten die later zelf grote faam kregen, zoals Ton Koopman, Bob van Asperen, Christopher Hogwood, Alan Curtis, Richard Egarr, Colin Tilney, Andreas Staier en Christophe Rousset. De 'Leonhardt-stijl' heeft ook onder invloed van zijn talrijke opnamen internationale navolging gekregen.

Zijn opnames van Bachs Suites, Partita's, Toccata's en 'Das wolhtemperierte Klavier' gelden als referenties voor Bach-interpretatie. Van de 'Goldberg-variaties' maakte hij zelfs drie opnames. Even belangrijk is de lans die hij brak voor Franse meesters als Duphly, Forqueray en Couperin.

Als organist speelde Leonhardt introvert. Op de historische orgels van de Amsterdamse Nieuwe Kerk liet hij zich het liefst horen in Noord- en Zuid-Duits repertoire. Vooral op het kleine Van Hagerbeer-transeptorgel viel er veel van zijn orgelspel te genieten als hij met grote toewijding en intensiteit kleinere orgelwerken speelde. Zeker in zijn laatste levensfase vermeed hij het spelen van monumentale orgelwerken met grote, obligate pedaalpartijen.

Leonhardt heeft zich bijzonder geïnteresseerd voor de ontdekkingen die gedaan werden bij het restaureren van historische orgels en trad zelf ook als adviseur op. De kleinste details achtte hij van het grootste belang, zelf in de overtuiging "dat we nog bijna niets weten". "Bovendien", zei hij, "heb je niets aan al die kennis, als je niet de gave hebt om op de luisteraars over te brengen hoe schitterend iets is. Zelf kun je niet bepalen of je die gave hebt, maar het grote publiek heeft er een fantastische antenne voor." Dat de introverte, aristocratisch musicerende barokspecialist Leonhardt gedurende vele decennia wereldwijde erkenning van een groot publiek heeft gehad, bewijst dat hij zelf die gave in hoge mate bezat.

Vrijwel tot het laatst toe is Leonhardt blijven concerteren. Jaarlijks had hij zo'n tachtig optredens in binnen- en buitenland. Vorig jaar september gaf hij voor het eerst in tien jaar een recital in de Kleine Zaal van het Concertgebouw. Hij zag er toen vermoeid en sterk vermagerd uit, maar zijn concert was gaaf en zoals altijd bevlogen.

Tijdens een recital in het Parijse Théâtre des Bouffes du Nord op 12 december 2011 besloot de ernstig verzwakte Leondhardt dat dit zijn laatste optreden moest zijn. Het laatste dat hij speelde was de 25ste variatie uit Bachs Goldbergvariaties. Daarna hield het theater even alle deuren dicht om Leonhardt een rustige en waardige aftocht te gunnen. Leonhardts laatste recital is op YouTube te zien.

'Spelen alsóf je improviseert'

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden